16e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Het gaat in de Bijbel nogal eens over twee zonen: Kain en Abel, Jacob en Esau, Mozes en Aäron. Soms gaat het dan ook over de verdeling van een erfenis, zoals bij de man die twee zonen had, en waarvan er een met zijn erfdeel naar het buitenland vertrok. Het is dat bekende verhaal van de verloren zoon.
Als het over twee zonen gaat, dan gaat het eigenlijk altijd over één werkelijkheid, met twee kanten. Eén medaille, met een munt-zijde en een kop-zijde. Maar alleen samen zijn ze een munt waarmee je ook daadwerkelijk kunt betalen.

Vandaag gaat het niet over twee zonen, maar over twee zussen: Marta en Maria. En het gaat ook over een deel - weliswaar geen erfdeel, waar ze ruzie om maken, maar Jezus zegt met zoveel woorden, dat Maria het beste deel verkoren heeft. En net als bij de twee zonen, die samen, en alleen samen, de volle werkelijkheid verbeelden, gaat het ook hier bij Marta en Maria om twee aspecten van gelovig zijn: geloven is dienen, zoals Marta doet en geloven is luisteren, zoals Maria doet. En die twee aspecten moeten zich op een goede manier tot elkaar verhouden: het luisteren moet niet verdrongen worden door het dienen en het dienen moet niet achterwege blijven, doordat je alleen maar luistert, als Maria.

Laten we nog eens van dichtbij kijken. Jezus is op reis naar Jeruzalem. Dat is de rode draad, die door heel het evangelie van Lucas heen loopt: Jezus reist, maar niet zoals wij meestal reizen. Wij reizen en komen weer thuis. Wij zijn alleen maar even weg, of soms wat langer. Maar de reis van Jezus is anders: Hij weet dat Hij naar Jeruzalem gaat, om daar het beslissende teken te stellen van zijn zending. Daar zal Hij discussiëren met de priesters van de tempel over de barmhartigheid en de liefde van God voor de zondaars. Daar zal Hij als teken van zijn liefde het Avondmaal vieren en zichzelf weggeven in het Brood en de Beker. De reis van Jezus is dus geen gewone reis: hij lijkt een beetje op de lange mars van Gandhi door India, die het land doortrok om duidelijk te maken dat er een einde moest komen aan de onderdrukking van de armen.

Het is op deze reis dat Jezus aankomt in het huis van Marta en Maria. En Hij wordt er door Marta ontvangen in haar huis, zo staat er. Marta is dus de gastvrouw. En ze vervult haar taak met veel toewijding. Ze zorgt; ze dient, zo staat er letterlijk. Prachtig: dienen hoort bij geloven. Zoals een franse bisschop het eens heeft gezegd: als de Kerk niet dient, dient zij tot niets !

In dat huis van Marta is nog een gast: haar zus Maria. Van haar wordt gezegd dat zij aan de voeten van Jezus is gezeten en naar zijn woorden luistert. Daar moeten we onze oren spitsen: Zitten aan de voeten van Jezus betekent, dat Maria leerling is van Rabbi Jezus. Aan iemands voeten zitten, dat is in die tijd de uitdrukking voor leerling zijn. Dat is heel opvallend: een vrouw, leerling van Jezus. Dat was nog nooit vertoond! Vrouwen horen de mannen te verzorgen, zoals Marta ook deed. Vrouwen horen niet aan de voeten van een man te zitten; Vrouwen horen geen leerling te zijn van een Rabbi. Zo dacht men in die tijd. Maar Jezus trekt zich daar niets van aan en laat het toe, dat Maria aan zijn voeten zit; dat Maria zijn leerling is. Hij zegt zelfs tegen Marta: Maria heeft het beste deel gekozen .

Dat lijkt naar Marta toe heel ondankbaar. Alsof Jezus haar dienende houding minder waardeert dan de luisterende houding van Maria. Maar zo is het niet Dat kunnen we uit twee dingen opmaken:

  1. Uit de manier waarop Jezus Marta aanspreekt: Marta, Marta , zegt Hij; twee keer roept Jezus haar bij haar naam. Zoals Jezus eens tegen Petrus zal zeggen: Simon, Simon! (Lc. 22:31); of Paulus bij zijn bekering voor de poort van Damascus: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? (Hand. 9:4). Het is het bewijs dat Jezus heel veel van Marta houdt en haar werk wel degelijk waardeert.\
  2. Uit wat Jezus zegt over dat beste deel: dat woordje deel kun je ook verstaan als portie . En dan betekent het de portie, bijvoorbeeld dat deel van het vlees, dat de gastheer voorzet aan de meest geëerde gast.


En nu krijgt de tekst ineens een heel nieuwe diepte: want uit deze woorden blijkt, dat niet Marta de gastvrouw is, maar Jezus de gastheer , die het beste deel, nl zijn onderricht, voorzet aan de mensen. En dat was precies het doel van zijn reis: te verkondigen dat het Koninkrijk van God in Hem, in Jezus’ leven en sterven nabij gekomen was en dat Hij ervoor naar Jeruzalem moest om dat te openbaren.

Wat deze tekst ons dus leert is dat wij als Marta’s moeten beseffen dat niet wij Jezus ontvangen, maar dat Hij ons ontvangt. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, zal Jezus bij Johannes zeggen . Maria snapte dat: zij maakte door haar luisterende houding het mogelijk, dat Jezus gastheer kon zijn, dat Jezus zichzelf in zijn leer kon doorgeven aan haar. Dat is de goede volgorde. Daar gaat het om, dat is de kern van het Evangelie: God in ons, door Jezus in ons toe te laten. Dat is het beste deel. Amen.

Zoeken in Preken Online