Het ene lichaam

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Paulus schrijft dat hij een geheim te verkondigen heeft, dat verborgen was door alle eeuwen en generaties heen, maar nu geopenbaard is. Paulus heeft het vaker over dat geheim dat tot dan toe verborgen was. En dit geheim bestaat hierin: ‘Christus is in u,’ schrijft hij in de brief aan de Kolossenzen. In een andere brief, die aan de christenen van Efeze, schrijft hij dat het geheim daarin bestaat dat alle mensen tezamen een lichaam vormen en dat ze zo allemaal - jood en heiden -delen in de belofte van Jezus Christus.

Een geheim is een vreemd iets: iets dat er al is, maar dat nog verborgen is. Een geheim verkondigen is dus niet iets helemaal nieuws introduceren. Het is het onthullen, of ontdek­ken, van iets dat tot nu toe niet openlijk bekend was. Als we nu ontdekken dat we één zijn, dan waren we dat al voordat we het ontdekten. We waren dus al één voordat we het wisten. Dat is het goede nieuws dat in Christus aan ons geopenbaard wordt. Johannes beschrijft het in zijn ‘goed­nieuws’ beschrijving op een andere manier. Hij merkt al in het begin van de inleiding tot zijn evangelie op, dat we allen -en dan bedoelt hij de hele schepping en niet alleen maar de mensheid - geschapen zijn in Gods nakomelingschap: allen tezamen vormen we Gods kroost.

Zou dat empirisch waar te maken zijn? De filosoof Arthur Schopenhauer denkt van wel. Hij stelde zich die vraag niet op deze manier. Maar hij stelde ze wel. In zijn beschouwin­gen over de grondslag van de moraal (Die beiden Grundlagen der Ethik) is hij geïnteresseerd in een verschijnsel dat we ook in een verhaal van Jezus tegenkomen: medelijden.

Hoe komt het dat die Samaritaan van zijn rijdier afkomt, zich over de halfdood geslagen Israëliet heen buigt, hem verbindt en naar een hotelletje brengt? Wat is hier aan de hand? Waar is die compassie op gefundeerd? Hoe komt dat medelijden op in iemand, die eigenlijk niets met zo’n wildvreemd slachtoffer te maken heeft? Dit medelijden komen we ook in onze dagen op de meest onverwachte ogenblikken tegen. Er schuilt een dynamiek in die ons allen vaak bij elkaar houdt, ondanks de verhalen die we elkaar ook kunnen vertellen over de keren dat het verkeerd ging.

In januari van 1989 vertelde de Australische Ruth Hender­son, hoe ze - toen zestien jaar oud - naast Robert Dean Stethem in het TWA-vliegtuig zat, dat gekaapt werd juni 1985. Robert - een jonge Amerikaanse marineduiker - was toen al gefolterd. Ruth vertelde het gerechtshof in Frankfurt: ‘Hij bloedde uit zijn hoofd en rug. Zijn polsen waren zo strak tegen elkaar gebonden dat hij geen gevoel meer had in zijn handen. Zijn knieën en ribben deden pijn. We praatten over onbelangrijke dingen, over zijn duiken, over Griekenland. Door over die gewone dingen te praten scheen hij zich te ontspannen en de pijn te vergeten. Het hielp ons beiden om niet te denken aan de nachtmerrie waarin we gevangen zaten… Hij vertelde me dat het misschien beter was dat hij stierf. Hij was er van overtuigd dat er in ieder geval iemand van de Amerikaanse marine - er waren zes mariniers aan boord - vermoord zou worden. Hij zei, dat hij degene was die maar moest sterven, omdat hij de enige was die niet getrouwd was. Hij praatte daar heel helder over. Hij dacht dat we er niet allemaal levend uit zouden komen. Hij vond dat het het beste zou zijn als hij zou sterven, zodat de rest van ons zou kunnen leven.’ Ro­bert Dean Stethem werd later dood geschoten na gruwelijk gefolterd te zijn.

Schopenhauer meent dat we ons, wanneer we getroffen worden door dat medelijden met anderen, met die anderen identificeren. We voelen onszelf één met hen. Op zo’n mo­ment valt de barrière tussen ‘Ik’ en ‘niet-Ik’ weg. We zijn één. In Christus wordt, zo meent Paulus, dit geheim in zijn volle omvang aan ons onthuld. Tot aan Christus wordt het vermoed en intuïtief al vaak aangevoeld. In Christus - degene die zijn leven geeft voor allen - wordt het duidelijk. Dat is het menselijke-goddelijke leven waartoe we ons in het doopsel, in de naam van één afkomst, van één kroost, en van één geest, bekennen. Paulus is daar zo overtuigd van, dat hij bereid is om iedere moeilijkheid te trotseren ten bate van die eenheid, ter ere van dat lichaam van Christus….

Zoeken in Preken Online