In een van zijn vaak zo kernachtige versjes zegt Toon Hermans: Wat schort er aan de samenleving, vraagt ons een vette krantenkop. Mijn antwoord luidt: de samenleving houdt meestal bij de voordeur op.
Daar zit best veel in. Natuurlijk zijn er, gelukkig, nog heel veel gastvrije mensen, gelukkig hoor je nog steeds over mensen zeggen: het is bij hen net een zoete inval, iedereen is er welkom, maar er zijn ook mensen bij wie de voor- en achterdeur gesloten blijft, mensen wier leven beheerst wordt door eigen hobby’s, eigen interesses, of door hun eigen televisiekastje of computer, zodat je geen tijd meer hebben voor medemensen die bij hen aankloppen.
Zoals die pastoor overkwam die ergens op huisbezoek wilde gaan. Hij belde aan en een kind deed de deur open. Ze zei: “Ik moet van mamma zeggen dat ze niet thuis is.” Dat is dan duidelijk: je bent er niet welkom. Maar het kan ook gebeuren dat je wel binnengelaten wordt, dat je zelfs koffie krijgt, dat er wat gepraat wordt, of althans dat dit geprobeerd wordt maar niet erg goed lukt omdat die televisie keihard aan blijft staan. Dat is ook een vorm van niet echt welkom zijn. En dan staan we verbaasd dat er tegenwoordig zoveel eenzame mensen zijn.
Het evangelie van vandaag geeft duidelijk twee aspecten aan van gastvrijheid. Martha houdt zich bezig met het gulle onthaal, de zorg dat de gast niets tekort komt aan eten en drinken. Dat is natuurlijk een heel belangrijk element van gastvrijheid, zeker ook in het Midden Oosten van die tijd. Maria echter gaat aan Jezus’ voeten zitten om naar hem te luisteren, en Jezus maakt duidelijk dat hij dat toch het belangrijkste vindt.
Gastvrijheid is in wezen aandacht hebben voor de ander en die aandacht gaat heel wat verder dan een stuk materiele zorg. Het gaat om aandacht voor die mens, aandacht voor zijn verhaal. En dan gaat het in feite om die moeilijke kunst van het luisteren, en dat is meestal niet onze sterkste kant.
Bij een hoogbejaarde moeder van een collega van me kwam elke maand de pastoor op bezoek. En hij was welkom, toch zei ze: Ik word altijd zo moe van die man, hij praat alleen maar over zichzelf. En wie zelf veel praat, kan niet tegelijk luisteren.
Op bezoek gaan bij een zieke of eenzame mens, is een goede daad, maar kunnen luisteren naar zijn of haar verhaal, naar zijn of haar belevenissen, hoort er wezenlijk bij, is het belangrijkste, ook al is het wel eens heel vermoeiend om ernaar te luisteren, zeker als het al voor de zoveelste keer verteld wordt. Maar dat luisteren is en blijft vreselijk belangrijk en het kan enorm veel betekenen voor mensen die het moeilijk hebben. Maar je kunt alleen luisteren als je zelf stil wordt.
Het komt ook nogal eens voor dat mensen zich in een groep eigenlijk onmogelijk maken omdat ze altijd het hoogste woord willen hebben, omdat ze altijd bezig zijn over zichzelf, en zeker als dat dan over hun ziekte en hun pillen gaat dan is de lol van het samenzijn wel gauw eraf. Nu is praten over jezelf veel gemakkelijker dan echt luisteren naar de ander.
Luisteren is: jezelf, je eigen problemen en zorgen, je eigen interesses even naar de achtergrond schuiven en je zo vrij maken voor de ander, je openstellen voor zijn verhaal, voor de dingen die voor hem op dit moment belangrijk zijn. Daar de tijd voor nemen, daar het geduld voor opbrengen, dat is luisteren, dat is een stuk echte gastvrijheid. En alleen in die sfeer van wederzijdse gastvrijheid kan een mens echt gelukkig worden.
Gelukkig worden, dat wil iedereen, het begint met anderen gelukkig te maken. door van binnen stil te worden, zodat we kunnen luisteren, zodat we tussen de regels door leren lezen, zodat we voelen wat een ander op zijn hart heeft. Dan alleen kan de vreugde van de ander jouw vreugde worden. Dan alleen kan het verdriet van de ander verzacht worden en dat maakt die ander en jezelf een beetje blijer.
16e zondag door het jaar (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen