burenhulp moet weer vanzelfsprekend worden (2010)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen


Wie zich enigermate verdiept in allerlei aspecten van hulp aan mensen ontdekt dat regelgeving vaker tegengesteld is aan ruimte scheppend. Als buitenstaander lijkt het alsof ambtenaren bij de sociale dienst onwelwillend zijn. Maar wanneer men zich meer verdiept in hun situatie ontdekt men dat ook zij gebonden zijn aan regels die zij moeten toepassen. Het gewoon goed zijn voor mensen en handelen naar eigen inzicht kan hun in kwetsbare positie brengen. Want waar je de een denkt te helpen, wordt je door de ander kritisch bevraagd en zelfs als niet handelend naar de voorschriften afgeschoten. Zodoende kan men in een situatie komen dat men vanuit zijn hart zegt “dit zou ik voor die mensen moeten kunnen doen”, terwijl zij vanuit de wet machteloos moeten constateren dat zij geen hulp kunnen geven. Zeker in een tijd waarin de welvaart steeds meer onder druk komt te staan, vallen bepaalde mensen uit de boot. Alleen maar klagen over ambtenaren die onwelwillend zijn lost het probleem niet op. Een beroep op verantwoordelijkheid voor elkaar zal steeds meer moeten plaats vinden. We zijn zo gewend dat anderen onze problemen oplossen dat we vergeten zijn dat wij hierin ook zelf een opdracht hebben. De mens kan allerlei uitvluchten hebben om zich te onttrekken aan de zorg voor de ander: ik heb geen tijd, want ik heb andere verplichtingen, ik ben gebonden aan regels en moet helaas de ander aan zijn lot overlaten. Maar het blijkt vaak dat de mens van wie wij het niet verwachten zijn hart laat spreken, zoals de voorbijganger die zijn tocht onderbreekt om de gewonde mens onderweg te verzorgen en onder te brengen op een plek waar deze kan herstellen. Deze mens is de geschiedenis ingegaan als de barmhartige Samaritaan.

Ook in de tijd van Jezus is menige discussie gevoerd over hoe je een goed mens kunt zijn. God lijkt in de beleving vaak een neutrale grootheid te zijn. Over Hem spreken lijkt niet iets te zijn dat meteen met ons leven te maken heeft. Als mensen Hem al belangrijk vinden verengt liefde tot God zich vaak tot godsdienstige vieringen. Maar Jezus legt duidelijk een verband tussen liefde tot God en de liefde voor de medemens. Je staat dichter bij God naarmate je op menselijk vlak zoekt naar manieren om je naaste bij te staan. In die zin is godsdienst ook dienst aan de medemens. Niet louter theoretisch, maar vooral praktisch bezig zijn. De naaste is degene, met wie ik mij verbonden voel. De naaste is iemand die op mijn levensweg komt. De naaste is ook degene die ik onterecht op afstand houdt vanwege ras, godsdienst of anders zijn. Elk verhaal kent zijn beperktheid, ook het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Maar het dwingt ons wel om niet te blijven hangen in theorie, maar ons te confronteren met een onderdeel uit ons leven. Voor de Joden hoorde geloven en leven bij elkaar, maar het betrof alleen de mensen van het uitverkoren volk. Als Gods uitverkorene moesten zij zich afzijdig houden van de Samaritanen. Het onderhouden van Gods wet hield in dat zij bij de voorgaan in de eredienst met schone handen voor God moesten staan. Dus geen bloed aanraken. En ook iemand mijden die een totaal vreemde voor je is. Het wonderlijke is dat iemand die niet in de joodse godsdienst past juist van zijn rijdier stapt en de tot bloedens toe geslagene verzorgt en onderbrengt in een herberg. Vreemden worden vrienden, was een thema van de vastenactie. En dat wordt hier concreet.

Het woord ’naaste’ is bij ons vaak een vreemd woord geworden. Als je het noemt, zeggen bepaalde mensen: ik begrijp niet wat je bedoelt. Toch betekent het niet kennen van dit woord dat ’naaste’ een begrip is dat uit de tijd is. Ofschoon mensen heel dicht bij elkaar zijn, staan ze toch ver van elkaar af. Met elkaar een woord wisselen in de trein, in de bus of op straat gebeurt vaak niet meer. Op bijeenkomsten klinkt muziek vaak zo hard dat je elkaar niet kunt verstaan, laat staan met elkaar wat kunt uitwisselen. Mensen trekken zich in de privésfeer terug in vertrouwde kringen en vinden het moeilijk om naar de ander toe te gaan. De privacy heeft mensen vaak meer van elkaar verwijderd dan met elkaar samen gebracht. " Wie is mijn naaste" blijft nog steeds actueel. Gebrek aan geld mag nooit een uitvlucht zijn om de ander aan zijn lot over te laten. Verbondenheid met God wordt bijzonder zichtbaar in de verbondenheid met mensen. Zoals wij van God verlangen dat Hij ons de kans geeft om onszelf te zijn, zo zullen ook wij over de verschillen van elkaar moeten heenstappen en elkaar tegemoet moeten treden op basis van ons mens zijn. Zeker in onze tijd krijgt het woord verantwoordelijkheid weer een grotere lading. We komen vele mensen onderweg tegen die er naar uit zien dat wij handelen vanuit ons hart. Zeker op momenten dat zij alleen staan en bijstand nodig hebben. Moge het verhaal van Jezus ook in ons eigen leven omgezet worden in belevingen waar de liefde tot God en de naaste een eenheid vormt.

Zoeken in Preken Online