Het is een wereldwijd gebruik om degene die je tegenkomt te groeten. Niet iedereen durft dat aan, want een beetje in de buurt gekomen zien sommigen een mier op de grond of zoiets, maar we slaan er meestal niet van achterover als een passant iets van “goede morgen” mompelt of alleen maar “mogge”, als verkorte uitgave daarvan. In sommige landen vallen mensen elkaar meteen om de hals en kussen er op los niet alleen om goede wensen uit te wisselen, maar ook om de verbondenheid met elkaar fysiek uit te drukken. Wij Nederlanders zijn niet zo kusserig, al moet opgemerkt dat we in de ogen van die kuslanden aardig overdrijven met onze drie zoenen als er dan toch gekust moet worden. Soms is de begroeting wel heel erg beknopt. Bij de kassa b.v. “Hoi”, zegt de juffrouw. Je bent dus opgemerkt, meer niet. Na het afrekenen wordt er zelfs op donderdag wel eens aan toegevoegd: “prettig weekend” terwijl je hoopt eerst nog een paar prettige werkdagen te voleinden.
Ook in de kerk kent men allerlei begroetingsvarianten. Heel vroeger werd daar ook gekust tegelijk met een vredeswens. Dat gebeurde dan bij het binnenkomen. Vervolgens werd er alleen een hand gegeven en nog later zei alleen de voorganger:“De vrede des Heren zij altijd met u” en dat was het dan.
Toch is de vredeswens een uitermate Bijbels gegeven. De computer vond voor mij in de Bijbel 272 plaatsen waar het om die vrede gaat. Als Jezus na de verrijzenis plotseling temidden van zijn leerlingen staat begroet Hij hen met:“Vrede zij in dit huis”. In de Kerstnacht zongen de engelen al een vredeswens: “Vrede op aarde aan de mensen..”. Op Palmzondag werd Jezus toegezwaaid met een vredeswens. Enzovoorts.
Tijdens het Tweede Vatikaans Concilie kende men natuurlijk het evangelie van vandaag ook, waarin Jezus aanspoort om bij het binnenkomen al een vredeswens uit te spreken. Sinds 1970 worden wij gelovigen aangespoord, naargelang land en cultuur die oude vredeswens weer op te pakken en b.v. elkaar daarbij een hand te geven als teken van onderlinge verbondenheid. We zijn nu 40 jaar verder en hier hebben we die tijd gebruikt om er wat aan te wennen. In andere kerken zijn ze nog niet zover. Nee, het is nog sterker: Daar beweegt bij de vredeswens niemand en die worden gesteund door onze huidige paus, die vindt dat het maar verstoring van de plechtigheid is, dat handen schudden b.v. en een Engelse bisschop heeft er nog een schepje bovenop gedaan door te waarschuwen tegen elke aanraking, want misschien is die ander wel drager van de Mexikaanse griep. In Jezus’ tijd begroette men vaak met een kus en zo deed Jezus ook. Fout dus! Sjonge, jonge, echte kerkproblemen.
Waar het om gaat is dat christenen begaan zijn met elkaar, niet aan elkaar voorbij willen gaan, onze verbondenheid met elkaar willen uitdrukken. Met de vrede die we wensen bedoelen we de vrede van Christus: geluk, gezondheid, vriendschap, “alle goeds” zoals we dat hier wensen. Het is dus echt heel wat meer dan alleen: “Hoi”. Het is een uiting van respect voor elkaar, laten weten dat we dezelfde wereld met elkaar willen delen, dat we elkaar de hand willen reiken, zeker als er nood is, lotsverbondenheid of misschien een teken dat we het contact willen herstellen. Mochten bij het handen geven deze dingen besmettelijk zijn, dan is dat toch boffen. Wie dat per se wil, mag er bij de vredeswens stijfjes bij blijven zitten, maar zeg dan b.v. bij het naar buitengaan iets aardigs tegen iemand of zeg niets maar doe iets aardigs voor iemand, want een vredesdaad is nog veel belangrijker dan een vredeswens. Amen
Vredeswens (2010)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen