De naaste en een definitie

C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Een van de experts komt hem testen. Een wetgeleerde komt hem theoretisch testen op een praktische vraag: ‘Wat moet ik doen?’ Jezus houdt hem op dat theoretische vlak. Hij speelt het spelletje van de geleerde even mee. Geleerden hebben er vaak een handje van om zichzelf niet bloot te geven. Ze houden ervan anderen te citeren en daarmee zelf buiten schot te blijven. De discussies gaan vaak niet over wat ze zelf denken. Ze praten over anderen. Wetgeleerden praten dan natuurlijk over de wet.

Ook Jezus vertelt de wetgeleerde niet wat hij zelf denkt. Hij vraagt hem: ‘Wat zegt de wet erover?’ Het antwoord komt zonder de minste moeite, helder en klaar, precies zoals het moet. Hij geeft zelfs een versie van de wet die vrij nieuw is. Het was in die tijd waarschijnlijk nog niet de gewoonte het gebod uit onze Deuteronomium tekst om God lief te hebben, te verbinden met de tekst in Leviticus, die voorschrijft, dat je je naaste volksgenoot moet beminnen zoals jezelf (19,18). Op het antwoord van de man zegt Jezus hem, dat hij dat dan maar doen moet. Een wat zwak en ongeïnteresseerd antwoord op de kwestie. Weet de man dat er een spelletje met hem gespeeld wordt? Ziet hij misschien hoe de niet zo geleerde toehoorders elkaar met een glimlach in de ogen aanstoten? Wat er ook van zij, hij voelt zich voldoende opgelaten om te vinden dat hij zich moet verantwoorden. Hij wil laten zien dat zijn vraag van belang is. Er komt dus een volgende kwestie.

Maar hij heeft zijn les nog niet geleerd. De nieuwe vraag is weer een theoretische kwestie. Nu vraagt hij om een definitie. ‘Wie is mijn naaste?'

Het boek Leviticus geeft - zoals we zo even al hoorden - zo’n definitie. De naaste is mijn rasgenoot, mijn volksgenoot. Als je dat zegt, begint er bijna noodzakelijk een discussie over wie daar dan ‘wettelijk’ mee bedoeld worden. Een discussie die je kunt beëindigen zoals de priester en de leviet dat doen in het verhaal dat Jezus vertelt. Zij besluiten dat de halfdood geslagen man hun naaste niet is.

Jezus geeft geen definitie. Hij vertelt een verhaal. Jezus doet hier iets dat hij bijna altijd doet. Hij is er de man niet naar om achter de opinies en morele inzichten van anderen te gaan staan. Hij blijft het steeds aan jezelf overlaten. Jij moet zelf jouw verantwoordelijk-heid op je nemen. Hij ontwijkt keer op keer de vragen die hem gesteld worden. Hij neemt op geen enkele manier verantwoordelijkheden over. Hij is en blijft zichzelf, en hij zet je op je eigen benen. Hij doet dat door verhalen te vertellen, voorbeelden te geven, dingen te doen, en door te spreken in paradoxen. Je moet zelf de conclusie trekken. Hij is geen schrijver van encyclieken. Hij legt geen rubrieken en wetten vast. Er bestaat van zijn hand geen enkel decreet. De enige keer dat er van hem gezegd wordt dat hij iets schrijft, doet hij dat in los zand. De wind woei er over en niemand weet meer wat hij schreef.

Eigenlijk geeft Jezus je niet eens zijn ideeën. Ideeën zijn gevaarlijk. Er wordt te veel zonder verder nadenken achter ideeën aangelopen. In plaats van aan onze verlangens naar dat soort van zekerheden toe te geven, stuurt Jezus ons steeds terug in onszelf. Het is daar dat we de antwoorden moeten vinden. Zoals Mozes dat in die oeroude Deuteronomium-tekst van vandaag al zegt: ‘De geboden die ik u heden geef liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel…, ze zijn niet overzee… , neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.’ Moraliteit, politiek, economie, een groot master plan, Jezus laat dat aan onszelf over. Het is zijn bedoeling ons er van te overtuigen, dat we dat allemaal in onszelf kunnen vinden. Het gevaar is dat we het elders gaan zoeken.

De wetgeleerde krijgt zijn definitie niet, hij krijgt het verhaal over de goede Samaritaan. Als je naar zo’n verhaal luistert, kun je niet anders dan je eigen oordeel vormen over wat er gebeurt. Ook in de wetgeleerde heeft dat proces plaats. Hij kan er niet aan ontkomen. Als Jezus hem na afloop de vraag stelt ‘Wie is de naaste?’, is de hele zaak omgedraaid. De kwestie is niet meer om uit te vinden wie wettelijk het verplichte object van onze naastenliefde is. Liefde probeert toch nooit haar object te definiëren! Het gaat om de liefde die eenieder moet tonen aan hen die in nood zijn.

Zoeken in Preken Online