De Naaste : wie? Voor wie?
Bij ’n bijbelquiz scoort de barmhartige Samaritaan hoge cijfers. Hij is vrij goed bekend. De onderwijzeres in de lagere school gebruikt bij deze les nog wel een wandplaat met de afbeelding van het verzorgend gebaar van de man op weg van Jeruzalem naar Jericho. De maatschappij-kritische leraar heeft naderhand dit beeld bijgewerkt en aan de leerlingen gezegd dat het niet volstaat de gekwetste te verplegen, maar dat tevens de weg moet vrijgemaakt worden van rovers, en dat we over zodanige sociale structuren moeten beschikken waardoor wantoestanden onmogelijk worden. Sindsdien hebben de studenten van vroeger kunnen ondervinden dat de veiligheid niet verbeterd is en dat meer en meer mensen in de handen van rovers vallen en slachtoffer zijn van geweld. Daarbij schieten de sociale voorzieningen van onze verzorgingsstaat tekort, zodat mensen langs de kant van de weg blijven liggen. De barmhartige Samaritaan is beslist nog niet werkeloos. Zijn hedendaagse opvolgers bewijzen elke dag dat wij het woord van Jezus moeten opvolgen waar Hij tot ons zegt: “Ga dan en doe evenzo!”
Elk werelddeel vraagt barmhartige Samaritanen zoals de zusters van Moeder Teresa in het arme India, zoals de volgelingen van zuster Emmanuelle bij de vodden-rapers in Kaïro, zoals de Franse abbé Pierre die de clochards in tehuizen opvangt, zoals Flor Carrette, een broeder van Liefde van bij ons, die in Ronse in Huize Effata aidspatiënten opvangt en in ’n familiale sfeer verzorgt.
Elk van ons kan plots geroepen zijn tot de dienst van barmhartige Samaritaan wanneer wij oog in oog komen te staan met ’n mens in nood. Zullen wij dan de dringende vraag horen : “Ga niet voorbij. Langs je baan staan honderd vragen. Ga niet voorbij. Is jouw last ook zwaar om dragen, ga toch niet voorbij. Neem de lasten van je broeder of zuster erbij.”
In dit evangelie raken we de kern van ’t christendom. We stoten hier op een heel revolutionaire gedachte: het christendom is geen leer, geen doctrine zoals het socialisme of marxisme, of zoals het Boeddhisme, of zoals het Jodendom met zijn meer dan 600 wetten, maar het christendom is een “gebeuren van het hart”.
Er moet iets beleefd worden. Daarom zegt Jezus tot tweemaal toe: “Doe dit !” De vraag van de farizeeër aan Jezus is de volgende : “Hoe ver gaat mijn verplichting tot liefde ? Wie heeft recht op mijn hulp en wie niet ?” Jezus heeft alle mensen, ook de antipathieken, ook de vijanden, ook de melaatsen en de marginalen tot evennaaste gemaakt. Deze gedachte is revolutionair.
De Samaritaan is iemand die zijn agenda in de war laat brengen door de lijdende mens. De gekwetste komt zijn dagplanning verstoren. De Samaritaan is die man van wie niemand verwacht dat hij zo zou handelen. Elke dag verrassen mensen ons door hun liefdevolle inzet. Het zijn niet steeds zij van wie we het mogen verwachten, die klaar staan om te helpen. En hier zijn ook wij een beetje fout.
Luisteren we even naar het volgende verhaal:
“Een zware vrachtwagen met ’n lading van 15 ton is van de weg afgeslipt en verongelukt. De chauffeur van de camion heeft vier uur lang geklemd gezeten in zijn cabine, zonder hulp. De eerste automobilist zag het wrak in de berm en dacht bij zichzelf: “Als ik stop, mis ik mijn afspraak”. De tweede automobilist zag het wrak in de berm en dacht: “Als ik stop, moet ik misschien getuigen en dat is een heel ambras.” De derde automobilist zag het wrak van de camion in de berm en dacht: “Stel je voor dat er iemand in zit, erg toegetakeld… Ik kan daar niet tegen”. En hij reed door. De vierde automobilist zag het wrak in de berm en dacht helemaal niets. Hij was alleen met zichzelf bezig. De vijfde automobilist zag het wrak in de berm en stopte, belust op ’n sensationele reportage voor zijn krant, want hij was journalist. De zesde automobilist zag het wrak in de berm en stopte. Hij wrikte het verwrongen portier van de cabine open en trok voorzichtig de zwaargewonde chauffeur naar buiten. Hij miste daardoor een afspraak en hij maakte nog zijn handen en kleren vuil. Alleen hij, de zesde automobilist, handelde zoals de barmhartige Samaritaan.”
We luisteren nog even naar een tweede verhaal. “Voor een autozoektocht in het Waasland schrijven 135 deelnemers in. Er zijn prachtige prijzen te winnen.
De inrichters geven de raad om op alles te letten. Op één van de wegen stond een 2 PK-tje met daarachter een rode gevarendriehoek. Iemand was bijkbaar in panne gevallen op 6 kilometer van het dorp. De 134 overige deelnemers aan de autorally moeten op die nauwe karreweg uitwijken en en bocht maken om het 2 PK-tje heen . De autorally gaat door zonder verdere ongelukken. Bij de eindcontrole verneemt iedereen dat één controlepost vergeten is. Iedereen krijgt hiervoor strafpunten. “Welke controlepost was dit ?” vragen zij zich af. Inderdaad, het was het 2 PK-tje !
Niemand was daar gestopt, tenzij twee deelnemers om te vragen of zij soms konden helpen. Zij hadden tot hun verwondering daar een stempel gekregen. Zij kregen punten voor de rally, zij kregen punten bij God.
Als christenen kunnen wij niet anders dan het lijden van onze medemensen voortdurend in ons hart mee te dragen. Wij mogen ons niet onttrekken aan dit medelijden. Het moet vanzelfsprekend zijn voor ons.
Voor het lijden in de wereld bestaat er geen afdoende verklaring, maar toch zoeken wij naar een verklaring onbewust. En, helaas, vaak duiden wij zondebokken aan. Je hoort de schuld van het lijden leggen bij groepen mensen. Bij aidspatiënten, bij homofielen, bij lesbische vrouwen, bij prostituees, bij drugverslaafden, bij gevluchte vrouwen, bij alcoholiekers.
Pater Damiaan blijft voor ons een sprekend voorbeeld. Op het eiland Molokaï bij de zorg voor de melaatsen doorbrak hij alle muren tussen soorten christenen, buitenkerkelijken en ongelovigen.
Hij sloot niemand uit. Integendeel, pater Damiaan was aanwezig bij het leed van allen. Zoals Jezus doorbrak hij in zijn tijd vele taboes.
Om te besluiten kunnen wij zeggen dat gebed en vroomheid (hoe waardevol ook) niet volstaan voor een christenmens. Metterdaad moeten wij de mens in nood dienen en niet van op een afstand. Ons geloof mag geen lippendienst zijn, we moeten onszelf tot naaste maken. Iedereen die dat doet, zal gelukkig zijn, nu en later.