Wie Jezus volgt, moet alle schepen achter zich verbranden

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

In elk mensenleven komen beslissende momenten voor: bij het aangaan van een huwelijk, bij het kiezen van een beroep, als je een aanbod krijgt om naar het buitenland te trekken… In al die situaties moet je kiezen of delen. Je kunt niet blijven wikken en wegen en als je eenmaal beslist hebt, moet je de gevolgen erbij nemen. Over een dergelijke beslissing spreekt het evangelie vandaag.

Jezus keert bewust zijn gelaat naar Jeruzalem, de stad van zijn lijden, maar ook de stad van zijn verheerlijking, de stad waar het christendom begon. En terwijl Jezus optrekt naar Jeruzalem, leert Hij zijn leerlingen en ook ons, waarin zijn leer bestaat en waar het op aankomt. Uiterste beslistheid, het verzaken aan elke lafheid, een moedige blik op de toekomst zijn zoveel dingen die van groot belang zijn.

Drie voorbeelden maken ons dat op een treffende wijze duidelijk. Wie Jezus wil navolgen wordt een heimatloze. In het hedendaagse leven is er voor Hem en voor zijn weg geen plaats. Hij is een buitenstaander, een buitenbeentje in deze geprogrammeerde wereld, waarin Hij niet thuishoort. Hij leeft immers van andere waarden. Wie het lot van Jezus wil delen, moet weten wat van hem gevraagd wordt. Hij moet zich losmaken van zijn familie, van de vanzelfspre-kende zorg voor verwanten en bekenden, van bezit en comfort. Hij moet zijn rug en zijn weg vrijhouden voor de toekomst. De meest normale plichten en verbintenissen worden gerelati-veerd. Eén zaak is hoofdzaak en daarvoor moet alles wijken: in welke gezindheid moeten wij met Jezus de weg gaan?

Wij lezen dat de poort van een dorp in Samaria gesloten blijft voor Jezus en zijn apostelen, omdat ze op weg zijn naar Jeruzalem. Dat vinden de leerlingen te grof en ze zouden aanstonds willen terugslaan met vuur uit de hemel. Zij willen nu al voor wereldrechter spelen en orde op zaken stellen. Met beslistheid wijst Jezus dat geweld af. De Mensenzoon is niet gekomen om leven te vernietigen, maar om leven te geven.

Wat vraagt de navolging van Jezus? Aan God alleen het laatste woord laten in alles en de wetgeving met al haar gevolgen consequent beleven volgens de maatstaf van de liefde. Een kort proces, een onmiddellijke reactie, moeten wij met alle kracht vermijden. Kan dat, als wij afgeschreven worden, als wij niet begrepen worden, als wij op de lijdensweg terechtkomen? Kunnen wij aan de drie voorbeelden die het evangelie geeft, niet onnoemelijk veel voorbeelden toevoegen uit ons dagelijks leven? Hoe dikwijls verschuiven wij onze plichten en afspraken en zetten ze op de tweede plaats? Altijd is er nog iets te doen, dat schijnbaar belangrijker is, dat voorrang heeft. Altijd vinden wij weer verontschuldigingen om ons niet te moeten inzetten voor de dienst aan de Kerk en de parochie. Toch blijft de roep van Jezus radicaal. Hij veegt onze verontschuldigingen van tafel. Hij ontluistert onze mooie verontschuldigingen.

Vandaag mogen we ons wel eens rustig bezinnen op de betekenis van ons christen-zijn. Zijn we niet veel te burgerlijk geworden, door alles maar goed te keuren: echtscheiding, vrije liefde…? Och! Iedereen doet het toch! Moet je dat zo ernstig nemen? Wanneer zijn we volgeling van Jezus? Als we van tijd tot tijd eens naar de kerk komen voor een doopsel, een huwelijk, een begrafenis? Een christen trekt met Jezus op naar Jeruzalem. Dat is een pijnlijke levensweg. Christen zijn betekent dat we de naam van God boven alles schrijven: boven ons werk, boven ons huwelijk, boven onze vrijheid. De halfheid voert niet tot vreugde. Een verdeeld hart blijft een onrustig hart. Wie God gedeeltelijk in zijn leven binnenlaat, wie Jezus tot aan een zekere grens wil volgen, zal het christendom beleven als een last, als een rem, en niet als inspiratie en als motor. Wie in de zorgen van het leven de trouw aan Christus bewaart, zal ook delen in de volheid van het leven dat Jezus beloofde. Want de weg naar Jeruzalem is een weg naar leven en heil.

Zoeken in Preken Online