13de zondag C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Frankrijk, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; Frankrijk is een fantastisch land. Alleen: ze eten er stokbrood. Ik weet niet wat Ú van stokbrood vindt, maar ik ben er geen liefhebber van. ‘T Franse ontbijt: stokbrood met een beetje jam. Ik vind het maar niks. Geef mij maar dat heerlijke Hollandse bruinbrood: Grof-volkoren. Alison. Waldkorn. Of: Volkoren met maanzaad of sesamzaad. Die Fransen mogen hun stokbrood houden van mij.

Dus ik begrijp dat volk in de woestijn dat dag in dag uit maar dat “manna” moet eten heel goed. Dat ze terug-verlangen naar de vis, de komkommers en watermeloenen, de prei, de uien en knoflook en het vlees van Egypte: “We drogen uit, we zien nooit wat anders dan dat manna!” Hoe ellendig ze ’t daar hadden veelgeliefden, daar in Egypte en hoe blij ze waren dat Mozes, de profeet van God, de man die het woord doet namens God; hoe blij ze waren dat hij hen verloste van de ellende van Egypte - ze zijn het kwijt, het is in de herinnering weggezakt. Ze dolen inmiddels al vele jaren door de woestijn en dat is geen pretje: “We drogen uit, we zien nooit wat anders dan dat manna!”

Het sleutelwoord, veelgeliefden, in de eerste lange schriftlezing van vandaag, uit het bijbelboek Numeri; het sleutelwoord daarin is ongetwijfeld het woord “klagen”. “Alle families zaten bij de ingang van hun tent te klagen”. Het werkt als een olievlek dat klagen: de mensen steken elkaar er mee aan, het wordt al erger. Allerwegen klinkt de klaagzang. Het is als een kudde blatende schapen en geiten dat volk. Gedverderrie. Mozes wordt er misselijk van. Wij kennen dat natuurlijk mensen: buren onderling, mensen op ’t werk, scholieren onderling, in de kerk, in samenleving en politiek … Er wordt vaak vólop geklaagd. Gistermiddag ontving ik twee mensen afkomstig uit Iran. Van moslim zijn ze christen geworden. En dat is niet gemakkelijk. Want dat mag niet van de kor’an. Iedere moslim zou jou dan mogen doden als je van je islamitisch geloof afvalt en bijvoorbeeld christen wordt. Ja mensen, dat is me nogal wat. Die verandering van geloof brengt met zich mee vaak dat familie, vrienden, stad- en landgenoten zich afkeren van zo iemand. Men wordt een outcast, iemand die er niet langer bijhoort. En dan is het ook nog eens zo dat ze het gevoel hebben dat ze hier in Nederland ook niet welkom zijn. Nederland wil dat mensen, in elk geval zij die niet erkend worden als politiek vluchteling en die niet onder de nieuwe “pardonregeling” vallen; Nederland wil dat zulke mensen terugkeren naar het land waar men vandaan komt. Nou, dat is natuurlijk niet zo eenvoudig als je uit Iran komt en hier in Nederland christen bent geworden. Men voelt zich zéér bedreigd en zoekt steun bij mede-christenen. En zijn die bereid om die steun te geven? - Ook dát, veelgeliefden, is vaak niet zo’n eenvoudige zaak. Gistermiddag heb ik wat zitten lezen in een boekje dat de twee Iraanse christenen bij mij achterlieten, een boekje dat geschreven is door een Hollandse dame die erg begaan is met het lot van moslims die christen geworden zijn en hier illegaal verblijven. Het is een boekje vol klachten over de Nederlandse samenleving en de Nederlandse overheid. Ik lees daar bijvoorbeeld: “Wanneer ons land en onze regering ook maar een beetje rechtvaardigheidsgevoel hebben, (dan) geven zij deze bijzondere en waardevolle mensen hier niet alleen een verblijfsvergunning, maar ook een compensatie voor alle dagen die hen zijn ontnomen.”[3] Tja … wat moeten wij daarmee? Niet zo eenvoudig. Enerzijds ben je erg met de mensen begaan en zou je niet graag in hun schoenen staan en heb je zoiets van: inderdaad, wij zouden deze nieuwe geloofsgenoten moeten ondersteunen. Maar anderzijds denk je ook: Hoe oprecht déze mensen ook op mij overkomen, maar zou de motivatie om christen te worden, bewust of onbewust bij hen of bij anderen die in dezelfde positie als zij verkeren; zou die motivatie niet óók sterk kunnen zijn ingegeven om hier in Nederland aldus tòch vaste grond onder de voeten te krijgen … ? Het is maar een vraag en een gedachte mensen, want ik wil niemand beschuldigen en me er zeker níet gemakkelijk van afmaken, van wat de mensen in kwestie mij voorleggen, van hun klachten over Nederland en over hun Nederlandse mede-christenen …

Klachten … wat doe je ermee? Mozes wordt er gek van, horen-dol. Hij gaat, op zijn beurt, zijn beklag doen bij God: “Waarom doet u uw dienaar dit aan? Bent u mij zo weinig genegen, dat u mij de last van heel dit volk te dragen geeft? Ben ik soms zwanger geweest van dit volk, heb ik het ter wereld gebracht? En dan wilt u mij gebieden om het in mijn armen te dragen, zoals een voedster een zuigeling draagt, en het zo naar het land te brengen dat u zijn voorouders onder ede beloofd hebt?” Is dat de bedoeling mensen? Dat wij ons al die klachten van iedereen maar aantrekken? En dat we al die klagers als een babies gaan pamperen en dat we onszelf helemaal verantwoordelijk gaan maken voor hun lot?

We hoorden: In eerste instantie ontstak God in woede vanwege al dat geklaag. “Het vuur van de Heer laaide op en greep om zich heen” zo staat er. We kunnen ons daar vanalles bij voorstellen. God is soms net een mens. Hij lijkt soms op Johannes en Jakobus, de kwartiermakers van Jezus in het evangelie van vandaag. Ze komen in een Samaritaans dorp maar daar zijn ze niet welkom. En dan vragen ze aan Jezus: “Heer, wilt u dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?” Geef Johannes en Jakobus eens ongelijk mensen: God zelf geeft hen in het boek Numeri, in onze eerste lezing van vandaag, het “goede” (?) voorbeeld zou je zeggen … Maar Jezus is het er niet mee eens. “Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.”

Wat dan mensen? Wat moeten we dan doen als ons de voet wordt dwars gezet, als we niet onze zin krijgen, als we te maken hebben met tegenstand, als ’t ons niet meezit? Hoe ga je daarmee om? Mozes kan het in z’n eentje niet meer aan. Iedere hedendaagse Hollandse pastor weet wat hij bedoelt. Mozes vraagt God om hulp. En die hulp krijgt hij. Zeventig “oudsten”, oude en wijze mannen mag je hopen, moeten hem gaan bijstaan. Ze moeten naar de ontmoetingstent komen. En dan zegt God: “Ik zal neerdalen om daar met jou te spreken, en een deel van de geest die op jou rust zal ik op hen overdragen.” “Geestelijke arbeidsverdeling” zouden we het kunnen noemen. Vanuit onze eigen kerkelijke omstandigheden begrijpen we natuurlijk helemaal wat hier gebeurt. Wat Mozes tussen z’n oren heeft, wat Mozes’ hart beweegt, namelijk: de Geest van God - die zeventig oudsten die kunnen daar óók in delen. Ja, iedereen kan daar in delen, het hele volk. “Legde de Heer Zijn Geest maar op het hele volk! Profeteerde iedereen maar!” Kon iedereen maar het Woord en de intentie van God verstaan en uitleggen en ernaar leven … Dan zou Mozes’ taak en ook de taak van de hedendaagse Hollandse pastor een stuk eenvoudiger en aangenamer worden … Ik hoop dan ook, veelgeliefden, dat deze woorden vandaag niet tegen dovemansoren worden gezegd: Wij zijn een priesterlijk volk. Wij delen allen in God’s Geest. Die Geest heeft ons allen aangeraakt. Laat dan ook iedereen hier zijn en haar verantwoordelijkheid nemen en naar beste vermogen zijn en haar bijdrage leveren aan het leven en de taak van deze gemeenschap. En die taak is: heilzaam aanwezig zijn in deze stad en deze wereld, bijdragen aan het geluk van mensen en van alles wat leeft.

Dat is dus heel iets anders dan: klagen. “Klaag niet over het verziekte klimaat in je bedrijf. Het klimaat, dat ben je zelf”. Dat zei laatst op een bijeenkomst van het CNV in Utrecht de bekende Duitse benedictijner monnik Anselm Grün. “Toen ze bij Daimler tegen me begonnen over de nare bedrijfscultuur daar, zei ik: als je twee of drie gelijkgezinden weet te vinden, zal die positieve kracht onweerstaanbaar zijn. En als zuurdesem door het hele bedrijf trekken. Laat je je werk niet ontnemen. Leef zelf, in plaats van geleefd te worden.”[4] Woorden, veelgeliefden, die mij uit het hart zijn gegrepen. Ik ben het er helemaal mee eens. Woorden die betekenisvol kunnen zijn voor alle gemeenschappen van mensen waar wij, U en ik, deel van uitmaken. Niet tevreden over je familie of over je werk, over de kerk, over Amsterdam, over Nederland, over de wereld? Nou, breng jíj daar dan verandering in! Zorg jíj er dan voor dat door de manier waarop jíj aanwezig bent binnen je familie, op je werk, hier binnen de kerk, in deze stad en deze wereld; zorg jíj er dan voor dat er iets ten goede verandert, dat er een warme wind gaat waaien die alle harten ontdooit. Het is aan jóu. Stop met klagen. Jezus zei: De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen." De Heer wil ons niet, mensen, pamperen als een baby. Hij wil dat wij Hem volgen. En Hij is op weg naar Jeruzalem. En U weet wat Hem daar te wachten staat: Het kruis. Datzelfde kruis komen ook wij steeds weer tegen in ons leven. In het asielzoekerscentrum, in Iran, in Irak, in Nederland of waar of hoe dan ook. Laten we voor dat kruis niet bang zijn. “Vastberaden”, zo staat er, “ging Hij op weg naar Jeruzalem.” Dat onze vastberadenheid, veelgeliefden, net zo groot mag zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online