Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt… daar willen wij het even over hebben want is niet de vrijheid een groot en begeerd goed; het is zonder meer duidelijk dat het Westen van de vrijheid houdt: vrijheid van mening en meningsuiting, vrijheid van onderwijs, een Europa met vrijheid van personen, goederen en diensten, wat zoveel wil zeggen als: de vrijheid om je waar ook te vestigen, handel te drijven, je beroep uit te oefenen. We zijn vrij in onze handel en wandel, vrij van denken, vrij in onze relaties… En we zeggen erbij: leve de vrijheid want onze voorvaderen hebben ervoor gevochten! Maar waarschuwt Paulus ons in één adem: misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht: dient elkaar in liefde.
Het is inderdaad niet denkbeeldig dat mensen het begrip ‘vrijheid’ invullen als: je bent vrij te doen wat je wil, echte vrijheid bestaat erin u van niets en niemand aan te trekken en gewoon je goesting te doen. Kijk maar hoe je meer en meer de indruk krijgt dat de Vlaamse ontvoogdingsstrijd geleid heeft tot een Vlaming die op de eerste plaats materieel vrij en ontvoogd is, het goed stelt, rijk is, niets tekort heeft maar die nu met hand en tand zijn eigen vetpotten verdedigt tegen elke mogelijke bedreiging.
Het criterium van de ware vrijheid zegt Paulus is de naastenliefde: dien elkaar met liefde, want de hele wet is vervat in dit ene woord: u zal uw naaste liefhebben als uzelf. Anders gezegd: de vrijheid waar Christus ons voor vrijgemaakt heeft is: bevrijd zijn van verknechtende banden die je gaan en staan, je handen en wandel op allerlei manieren bepalen om vrij te worden voor de ander. Natuurlijk dacht Paulus aan de Joodse wet toen hij dit schreef: in plaats van al onze energie te besteden aan het vervullen van de meer dan 600 geboden en verboden van de Joodse wet, gaan we ze gebruiken om dat ene te doen dat moet: de hele wet is vervat in dit ene woord: uw naaste liefhebben als uzelf: daartoe zijn we tot vrije mensen gemaakt.
Het - op het eerste zicht- vreemde van de zaak is dat de kerk zelf altijd heel wantrouwig heeft gestaan tegenover de vrijheid van de mens. Beter dat we die zelf invullen, beter dat we met leergezag zelf vastleggen waartoe mensen vrij zijn en waartoe niet.
( Ik herinner mij hoe mijn moeder dikwijls verteld heeft over het verbod om naar bietebierse pit, de huidige Lac van Loppem te trekken. Toen de autostrade de E40 (toen E 3) werd aangelegd werd er aan de afrit Brugge – Loppem een diepe put gegraven als zandwinningsgebied voor de aanleg van de autostrade – zoals het vijverhof in Wevelgem heeft gediend voor de A17-A19. In de Lac van loppem –zoals dat vandaag heet, – werd gezwommen en zijn verschillende verdronken –oa een aantal duitse soldaten in 40-45. Nu was het voor de kinderen van het dorp door kerk en school ten strengste verboden om naar bietebierse pit te gaan; niet alleen omdat de kerk zo bekommerd was om het verdrinkingsgevaar maar veel meer nog omdat de plaats bekend stond als een oord van verderf… )
Zo is de kerk zelf overgegaan tot het vastleggen van heel veel geboden en verboden waardoor mensen terecht het gevoel hebben gehad dat de kerk hen weer een slavenjuk had opgelegd waar we volgens Paulus juist van waren bevrijd. Met ene boutade zei men wel eens dat in de katholieke kerk zowat alles verboden was, uitgenomen datgene dat toegelaten was, maar dat was dan wel verplicht…
Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat bij voorbeeld heel de seksuele moraal van de kerk bij de mensen meer een slavenjuk om de hals heeft gehangen dan ze mensen heeft bevrijd tot een goede en gezonde seksualiteitsbeleving als uiting van wederzijds liefde…
Maar er is een grote maar… we zien meer en meer dat er wel wat redenen waren voor de kerk om wantrouwig te staan tegenover de vrijheid voor de mens want we kunnen ons terecht de vraag stellen: kan de mens zijn vrijheid wel aan? In deze tijden van ons bevrijd te weten van allerlei taboe’s zie je de vrijheid overslaan naar een ongebreideld: alles kan, alles mag, geen grenzen, geen limieten… vandaar dat het taalgebruik van Paulus misschien wat ouderwets klinkt maar daarom niet minder waar is: leef volgens de Geest, dan zult u niet toegeven aan uw zondige begeerte. Vertaald naar nu toe zouden wij zeggen: leef als vrije maar als verantwoordelijke mensen. En het criterium blijft: de naastenliefde. Daarom zal de christen zich steeds weer voor ogen stellen: “ik ben of ik voel me nu wel vrij om dit of dat te doen maar ik stel me daarbij de vraag: doe ik daar wel mee, dien ik daar alleen mezelf mee of doe ik wel voor een ander, is de samenleving daarmee gediend of doe ik dat nu alleen om te tonen dat ik vrij genoeg ben dat ik zelfs kan en mag shockeren…”
Ik wil toch nog even een voorbeeldje geven dat nogal actueel is; vele mensen zijn nu bevrijd genoeg om hun woord van trouw op te zeggen; het engagement dat ze hebben genomen naar hun man, hun vrouw toe weegt te zwaar, ze willen een nieuwe spannende wending geven aan het leven, ze zijn bang dat het leven niet meer is dan huisje, tuintje, werk, de kinderen, de sleur… ze laten toe dat ze weer eens verliefd worden, laten zich op de golven van frisse verliefdheid meedrijven en laten alles wat ze met hun man of vrouw hebben opgebouwd laten ze voor wat het is en starten opnieuw…
Godzijdank dat er nu voor een aantal mensen in een aantal gevallen de vrijheid en de mogelijkheid is om zich van een verknechtende, slechte huwelijksband te bevrijden… maar is in vele gevallen het opzeggen van de huwelijksband niet eerder een kiezen voor zichzelf, los van het welzijn van zijn partner, los van de vraag wat met de kinderen, in vrijheid kunnen kiezen voor de smaak van het nieuwe; en dan zegt men: als het toch niet gaat, welk nut…
Christus heeft ons vrijgemaakt op vrij te zijn, alleen, misbruik de vrijheid niet als voorwendsel om juist maar je eigen goestje te doen, houdt stand, bijt wat op je tanden. Een ongemakkelijk woord misschien maar een woord waar deze tijd meer dan ooit nood aan heeft.