Veel zonden zijn haar vergeven, omdat ze veel liefhad

C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Om dit verhaal goed te begrijpen, moeten wij stil worden om alles goed te kunnen meevoelen en goed kijken naar de drie personen waarover het in dit verhaal eigenlijk gaat.

“Zie eens naar deze vrouw”, zegt Jezus. Zij komt plotseling in het huis van Simon binnen. Zij staat als een zondares in de stad bekend. Ze zegt niets, ze gaat recht op Jezus af, zij knielt voor zijn voeten neer en begint te schreien. Haar tranen zijn zo overvloedig, dat de voeten van Jezus nat worden en omdat ze geen doek bij zich heeft, kan ze niets anders doen dan voor al die mannen haar haren los te maken om daarmee de voeten van Jezus af te drogen. Dan kust zij zijn voeten keer op keer en besproeit ze met de kostbare balsem die ze meegebracht had om zijn hoofd te besprenkelen.

Het is nodig dat wij goed naar deze vrouw kijken. Ze zegt niets, maar heel haar handelen is een spreken. Haar taal is niet die van woorden, maar van heel haar wezen, zij is met haar liefde en dankbaarheid zo dicht bij Jezus, dat ze heel haar omgeving vergeten is. De gastheer ziet dat alles zwijgend aan. Hij kent die vrouw en hij ziet hoe Jezus zich gedraagt ten opzichte van haar. Jezus stuurt ze niet weg, Hij laat haar begaan. En het oordeel van de farizeeër over Jezus is vlug klaar. Dit kan geen profeet zijn. “Simon, ik zou u iets willen zeggen”, zegt Jezus. Wij moeten ook eens rustig naar die Simon kijken. Hij was een trouwe farizeeër, die de wet tot in de puntjes onderhield. Hij had al zoveel over Jezus horen vertellen, goed en kwaad, dat hij niet meer wist wat hij ervan denken moest. Daarom nodigde hij Hem uit aan tafel, dan kon hij zich zelf een oordeel over Jezus vormen. Jezus kwam dus niet voor een maaltijd, maar voor een examen. Dat blijkt uit het feit dat hij Jezus alle eerbetuigingen van een hoge gast onthoudt. Om Simon tot inzicht te brengen vertelt Jezus hem op een tactvolle wijze een korte gelijkenis: “Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem 500, de ander 50 tienlingen schuldig. Maar omdat geen van beiden in staat waren hem terug te betalen, schold hij beiden de schuld kwijt. Wie van de twee schuldenaars zal nu de schuldeiser het meest dankbaar zijn?”

Zonder te begrijpen dat het in dit verhaal over hem gaat, geeft Simon direct het antwoord: “Ik veronderstel aan diegene aan wie hij het meest heeft kwijtgescholden.” Omdat Simon de gelijkenis niet begrijpt, moet Jezus nog duidelijker worden en zo verwijst Jezus naar de vrouw en vergelijkt hem met haar: “Kijk eens naar deze vrouw. Zij heeft juist datgene gedaan wat jij had kunnen doen en niet gedaan hebt. Jij hebt Mij geen water gegeven om mijn voeten te wassen, zij heeft mijn voeten met haar tranen gewassen, jij hebt Mij geen kus uit vriendschap gegeven, zij houdt niet op Mij te kussen, jij hebt mijn hoofd niet gezalfd met olie, zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Zij is mijn gastvrouw geworden, want zij deed, wat jij had moeten doen”. Zo zijn nu de rollen omgekeerd. De farizeeër die zich in zijn recht voelde, staat daar als de beschuldigde en de beschuldigde gaat vrij weg. Want nu zegt Jezus tot de vrouw: “Je zonden zijn vergeven omdat je veel liefhebt.” De zonden die zij begaan heeft, zijn haar vergeven omwille van de liefde die zij betoond heeft. Ondanks schuld en zonde wordt elke mens door God aanvaard en wordt hij aangespoord de weg van de liefde altijd weer opnieuw en dankbaar te gaan.

Hoe staan wij tegenover Jezus? Zijn wij die farizeeër, die vertrouwt op zijn goede werken en daarom minachtend neerziet op de anderen. Dan heeft Jezus ons vandaag nog iets te zeggen, over liefde en dankbaarheid. Of zijn wij die dankbare liefdevolle vrouw, die enkel vertrouwt op Gods barmhartige liefde? Dan horen wij ook het woord: ga in vrede.

Zoeken in Preken Online