De farizeeër en de zondares (2010)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

* Lucas is de enige evangelist die ons Jezus ten tonele voert als gast in het huis van de farizeeër Simon, waar plots ongevraagd een gekende zondares binnendringt, in snikken losbarst en Jezus’ voeten kust en balsemt (Lc 7,36 - 8,3). In de kunst en in de volkse piëteit zijn vaak vier vrouwen uit het evangelie met elkaar verward of vereenzelvigd. Onze zondares treedt op in Galilea. Zij is niet de overspelige vrouw die op het tempelplein in Jeruzalem voor Jezus werd gesleurd en dan aan de steniging ontsnapte (Joh 8, 1-11). Zij is niet de meditatieve Maria van Bethanië die in het huis van een melaatse, ook Simon - een courante naam - in het vooruitzicht van Jezus’ dood eveneens zijn voeten balsemde (Joh 12,2-3). Ze is evenmin de beweeglijke Maria van Magdala, die Jezus van zeven geesten had bevrijd (Lc 8,2). Bezetenheid was een kwelling en wees niet per se op zonde.

1. Jezus ligt vandaag aan tafel bij een farizeeër.

  • Het was gekend dat Jezus vaak ging tafelen met tollenaars en zondaars. De farizeeën namen er aanstoot aan (Mt 9,11; Lc 5,30). In tegenstelling tot Matteüs en Marcus vermeldt Lucas dat ook farizeeën herhaaldelijk Jezus als gewaardeerde rabbi aan tafel nodigden (Lc 7,36; 11,37; 14,1). Jezus sloot niemand uit. Opvallend is wel de typische gedraging van de farizeeër. Hij spiedt. Die gedraging werkte constant. Wanneer Jezus eens op sabbat bij een van de voornaamste farizeeën aan tafel ging, hielden ook zij Hem toen voortdurend in het oog (Lc 14,1). Simon nu verdenkt Jezus en veroordeelt bij zichzelf de vrouw die Jezus aanraakt. Hij is niet de enige die mensen uitnodigt en tegelijk in zijn hart die mensen verdenkt en veroordeelt. Wie veroordeelt negeert eigen schuld en kwetsbaarheid, en sluit zich af voor het wonder van de vergeving. Maar zijn verontwaardiging gaat nog meer uit naar Jezus dan naar die vrouw: " Als die man een profeet was, dan zou hij weten wie en wat een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers en zondares." Hij twijfelt aan Jezus’ profetische kwaliteiten, terwijl juist Jezus hem doorziet en daardoor zijn profetisch inzicht bewijst. Jezus raadt zijn gedachten, zoals Hij elders nog zijn collega’s zal screenen, wanneer Hij eveneens bij hen te gast hun huichelarij verwijten zal (Lc 11,37) . Jezus veroordeelt niet maar ontmaskert om hem uit zijn mentale gevangenschap te bevrijden en hem reddend tot de waarheid te brengen.

  • Jezus vertelt hem een korte parabel. Hij stelt hem een heel subtiel raadseltje: Twee schuldenaars krijgen van een geldschieter kwijtschelding van schuld. Wie zal nu het meest van die schuldeiser houden ? Voor de farizeeër is het evident: hij die de grootste vrijstelling of ontlasting verkreeg. Zo simpel is dit. Jezus feliciteert Simon voor zijn correct antwoord. In feite is het een valkuil. Simon komt zelf onder het oordeel. De farizeeër had geen water op Jezus’ voeten gegoten, had hem niet hoofs gekust, had zijn hoofd niet gezalfd… De ontvangst was beleefd maar relatief koel geweest: “Weinig liefde betoont hij aan wie weinig wordt vergeven”. Contrast met die rouwmoedige vrouw.

2. Die vrouw was als gedreven in het huis van de farizeeër binnengedrongen.

- In het oosten komt men vrij vlug binnen in een huis waar een festijn wordt opgedist. De deuren staan er open voor de passsanten. In het warme klimaat is een verfrissend parfum daar welkom en is er een welgekomen teken van gastvrijheid. Zij staat bekend als een vrouw met slechte naam. Misschien was ze prostituee. Haar losse haren waaien wild erotisch. Ze wil Jezus zien. Zij klapt voor Jezus volledig in elkaar. Zij walgt van zichzelf. Zij snikt het uit. Tot de jongeren die paus Johannes Paulus II eens een vraag stelden over seksualiteit, antwoordde hij: “De morele permissiviteit maakt niet gelukkig”. Zij doet in liefde onberekend wat Simon verwaarloosd had. Niet haar liefdevolle daad dwingt Jezus tot vergeving, maar haar geloof en het berouw dat er al was: “Uw geloof heeft u gered. Ga in vrede.” En vanuit deze innerlijke bevrijding die reeds voorafging kan ze tot de straling van de liefde en tot de liefdedienst komen: Wie veel wordt vergeven, bemint veel. Jezus zei: “Haar zonden zijn vergeven… want ze heeft veel liefde betoond”. ‘Want’ (Gr.: hoti) betekent hier: haar liefdedaad is het teken, het bewijs dat er bij haar al iets was gebeurd, dat de genade in haar al was losgebroken. Wie zijn zus en broer bemint bewijst dat God reeds in hem werkt (I Joh 3-4). Die onuitgesproken vergeving moest enkel nog door Jezus worden bevestigd.

  • Lucas heeft in Jezus’ woorden herkend wat hij al van zijn meester de apostel Paulus had geleerd. In de tweede lezing hoorden wij het klaar: “Wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de wet te onderhouden, maar alleen door het geloof in Christus Jezus” (Gal 2,16). Bij Paulus is de liefde net zoals bij Johannes niet een prestatie maar een evidentie. Onze goede daad vloeit voort vanuit het geloof die onze diepe relatie met Christus is. Zo begrijpen we het andere woord van Paulus: “De liefde vervult de hele wet” (Rom 13,10). De liefde is Gods voorafgaande gave in ons die ons in staat stelt het goede te doen. Wellicht werden wij te veel opgevoed in een stelsel van plichten die alleen naar de letter moesten vervuld worden. Ook de farizeeën hielden het bij de moraal van de wet. Daarom zei Jezus: “Tollenaars en ontuchtvrouwen gaan eerder het Rijk Gods binnen” (Mt 21,31). Ook wij dachten zo hiermee in orde te zijn. We misten een spiritualiteit, de spiritualiteit van het beleven van Gods genade in ons die ons als vanzelf tot liefdedaden beweegt.

Zoeken in Preken Online