Beste collega’s,
zo gaat dat, wanneer het goed gaat in ‘prekenland’… Het ene (evangelie)verhaal brengt het andere (ervarings)verhaal mee, en vice versa.
Veertien dagen geleden viel de tekst, hier bijbevoegd in bijlage onder de titel ‘Een gebedswake, geen ravage’, als per toeval in mijn mailbox binnen. De auteur er van is Jan Vanden Berghe, priester van het bisdom Brugge - tot voor kort diensthoofd vredesspiritualiteit Pax Christi Vlaanderen, en nu met pensioen in Sint-Idesbald.
Alweer een heel sterk en ontroerend verhaal van uit de concrete diaconie en het geleefde (pastorale) leven-zoals-het-is, over een ‘postuum’ gebaar en gebeuren van ‘zalven’ en helen, van eer betonen en eerbiedigen van mensen in hun ultieme waardigheid, van vergeven en zich overgeven aan de liefde en de vriendschap die sterker zijn dan alle dood…
Ook Jan Vanden Berghe gaf mij graag de toestemming om dit naar jullie door te sturen, misschien ter inspiratie voor de homilie bij het evangelieverhaal van komende zondag. Wie naar Jan persoonlijk zou willen reageren, kan dat doen via dit mailadres:
Met hartelijke, diaconale groet,
geert dedecker
Dienst Diaconie Bisdom Brugge
Een gebedswake, geen ravage
Of ik kan inspringen om een moment biddend aanwezig te zijn bij mensen die treuren om iemand die overleden is? Waar? In een café op ’t Zand in Brugge. Voor wie? Voor een man die 65 geworden is, verstokt roker, verslaafd aan de drank.
Ik zeg toe aan de telefoon. Hoeveel het moet kosten? Mijn verplaatsingskosten, en een vrije gift voor Pax Christi. Ik zal op de vooravond per mail enkele getuigenissen over de overledene toegestuurd krijgen. We zullen elkaar ontmoeten om dit voor te bereiden tussen 13 en 15 uur. Om 17 uur zal de ‘dienst’ plaatsvinden.
De getuigenissen komen niet aan per mail. We zien elkaar kort na 14 uur op de afgesproken plaats, “De Ravage”. De go-between (blijkbaar) is een andere vaste klant van dit café, een oud-leerling van het Sint-Leocollege, die zich nog een vriend van mij als subregent herinnert. Via die vriend kwam de vraag dan tenslotte bij mij terecht.
Ik ontmoet er ook drie vrouwen die met dit gebeuren begaan zijn. Ze vonden dat er ook een religieus moment moest zijn. De man werd op kosten van het OCMW begraven, en een kerkelijke uitvaart stond het OCMW niet toe (zou dat kloppen?). Een van de drie dames kreeg van de overledene een soort schapulier – dat ze me toont. Ze zorgde ervoor dat hij in het AZ Sint-Jan nog de ziekenzalving kreeg. Een tweede dame werkt in het café, en had zo de overledene zeer goed leren kennen! Hij heeft alle eerste- en plechtige-communiefeesten van haar kinderen bijgewoond – maar moest zich daarvoor telkens wel weer eens grondig wassen, en een proper wit hemd aantrekken, vertelt ze. De derde dame, een vriendin van de tweede, en ook klant van De Ravage, biedt slachtofferhulp bij ouders van vermoorde kinderen. Na de viering vertelt iemand me dat ze ermee begon na de moord op haar eigen dochter van zeventien…
Ik trek weg, even uit de drukte van het café, om op een bank op ‘t Zand de dienst voor te bereiden. Ik ken nu al een beetje de sfeer. Enkele van de teksten en CD’s die ik meebracht lijken me geschikt. Zo zal de dienst verlopen:
Een kort woord van welkom. Even noemen dat ik de enige vreemde eend in de bijt ben, maar gevraagd om een gebedsmoment te houden voor de overledene. Kruisteken maken.
CD met de spiritual “Give me that old-time religion…”: onze bijeenkomst heeft daar zeker mee te maken.
Ik lees enkele woorden voor uit de afscheidsrede van Jezus bij Johannes: “ruimte voor velen”. Ook voor Eddy, bij een God van barmhartigheid…
Zijzelf lezen de getuigenissen over Eddy voor. Hoe gedienstig hij was, hoe vriendelijk voor oud en jong, enz.
CD met de Missa Criola, het Kyrie eruit: “Senor, ten piedad de nosotros…” Vertrouwvol bidden om barmhartigheid, ontferming, over levenden en doden.
Ik lees het gedicht van Anton van Wilderode voor zijn vader: “Zijn glimlach en zijn aardse zorgen zijn voorbij…” (uit de 3e strofe laat ik één regel weg, over het “rechtgetrokken spoor”).
Voorbeden. Ik nodig uit tot stilte, noem enkele namen, enkele intenties… (“Onze gedachten gaan naar…”). Ik sluit af met een klassiek gebed van Oosterhuis, maar in het meervoud: “God, geef uw heerlijkheid, uw toekomst en uw trouw aan onze overledenen…” – en nodig uit om samen te bidden: Onze Vader, Wees gegroet…
CD met “Pie Jesu” van Webber.
Ik leg mijn schema voor, ze zijn het ermee eens. Ze hebben vooral vertrouwen, denk ik! Ondertussen raakt de directe voorbereiding op gang. Mijn CD’s mag ik aan Patrick geven, de discjockey van het huis. Hij zal voor de muziek zorgen. Enkele vrijwilligers zetten achteraan in het café (de toog staat er in het midden) tafels en stoelen klaar voor de aanwezigen, kaarsjes op de tafel. Op een hoge bistrotafel komt een mooie foto van Eddy, een orchidee aan weerszijden, een kaarsje en enkele roosjes ervoor. Op een scherm wordt de foto en de tekst van het gedachtenisprentje, dat ze zelf in elkaar knutselden, geprojecteerd. En er worden broodjes gesmeerd voor nadien.
Kort na 17 uur komen de stamgasten achteraan in het café bijeen: iedereen kende Eddy blijkbaar, en was hem genegen. Ik probeer ze te tellen, een kleine vijftig mensen, waaronder ook een 15-tal jongeren. Het schema wordt afgewerkt, zoals voorbereid. Ik sta er in mijn trui, uiteraard in burgerkledij. De dienst duurt een goeie twintig minuten. Het is er ongelooflijk stil. Als de laatste noot van het Pie Jesu voorbij is, dankt een van de drie initiatiefneemsters de aanwezigen, en nodigt hen uit voor de ‘koffietafel’: ieder krijgt een gratis drankbonnetje, en er wordt rondgegaan met belegde broodjes.
Ik bleef nog even hangen. De eerste die me aansprak was een andere vrouw, die ’s morgens ook de dienst in het funerarium had bijgewoond. Dat was ook goed, maar toch was ze blijf dat er ook met een gebed afscheid was genomen nu. Ze had pas het laatste nummer van Centraal-Amerika-Info ontvangen, was immers een hele tijd lid geweest van een basisgroep in Assebroek, van de groepen van Piet Declerck en Jef Ravelingien.
In die herberg was er dus plaats voor een biddend samenzijn, een moment van inkeer. Wat die eenvoudige mensen zegden was zo eerlijk en eenvoudig (zijn kwalijke kanten werden niet verzwegen). Er was daar zoveel barmhartigheid voelbaar. En zoveel eerbied voor iemand die door buitenstaanders ongetwijfeld als een stuk wrakhout kon beschouwd worden. En zoveel dankbaarheid omdat ik hen geholpen had om biddend recht te doen aan het leven en sterven van deze man.
Jan Vanden Berghe, 28 mei 2013