4e zondag van de advent (2006)

C-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Inleiding

‘Dauwt, hemelen, uit den hoge; aarde open u om de Verlosser voort te brengen.’ Komt de Messias nu uit de hoge of komt Hij uit de diepte? Komt Hij van boven of komt Hij van beneden? Komt Hij van de hemel of van de aarde? Dat is het geheim van Gods leven. Hij komt zowel van boven als van beneden. Hij komt zowel uit de hemel als van de aarde. Hij komt vanuit God én Hij komt uit de schoot van Maria.
Maar dat is ook het geheim van ons leven. Gods Geest die uit de hemel komt, wordt uitgestort in ons eigen hart, en wíj openen ons hart om Hem daarin te ontvangen. Dat gebeurde bij ons heilig doopsel. Toen stroomde in het water van het doopsel de dauw van Gods genade onze ziel binnen, en dat willen wij opnieuw aan ons laten gebeuren in de viering van deze zondagse eucharistie.

Homilie

“Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.” Maria is dat stukje aarde dat open en ontvankelijk is voor de hemelse dauw en regen uit de wolken van de hemel. Zij is één en al ontvankelijkheid. De genade, de dauw die God uit de hemel wil laten neerdalen, vindt bij haar een gulzige, ontvankelijke bodem. Ze drinkt de genade in. Dat zegt Elisabeth: gelukkig, zalig! Zij is de overgebleven rest van het volk Israël. “Het kleinste onder Juda’s geslachten,” zoals het in de eerste lezing werd gezegd. Het is nog maar heel klein, hulpeloos klein. De mensen zien er niets meer in. Maar omdat zij open staat, kan God met dat heel kleine beetje een geweldig groots en wereldomvattend heilswerk beginnen. Vandaar dat dit evangelie barstensvol vreugde is. Een vreugde die niet meer binnen te houden is, een explosie van vreugde, waaraan dat kind, springend en huppelend in de moederschoot, deelneemt. “…sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.” Het is de gewone wijze van zeggen wat de heilige Geest is: kracht. “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen” (Lc 1,35). Daarom heerst er vandaag vreugde.

“Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest,” en riep, door diezelfde heilige Geest gedreven, luidkeels uit: “vreugde”. Vreugde is er wanneer de natuur uitbot, wanneer de natuur opnieuw tot leven komt, nóg groter vreugde is er wanneer er een mens ter wereld komt. Wat een vreugde zal er dan wel zijn als God een nieuw begin wil maken! De levensstromen borrelen uit God op, en ons mensenbestaan, dat wel leven was maar een leven overgeleverd aan de dood, wordt door een vloedgolf van nieuw, doodsbestendig leven overspoeld. Dat is wat wij in dit evangelie meemaken. In de ontmoeting tussen Maria en Elisabeth ontmoeten twee levensstromen elkaar. Wanneer twee stromen bij elkaar komen, u hebt dat allemaal wel eens gezien bij een sluis waar de ene rivier de andere binnenkomt, ontstaat er een wieling, een draaikolk van beweging, van stroming, een nieuwe intensiteit van beweging. Zo ontstaat er een nieuwe intensiteit van leven wanneer twee levensstromen elkaar ontmoeten. Ze versterken elkaar en daaruit ontstaat een nieuw soort vreugde, een vreugde die alles heeft gekost, maar ook een vreugde die in alles zal standhouden. Daarom een bijzondere blijdschap. “Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan de pijn vanwege de blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen” (Joh 16,21).

God geeft bij de geboorte van elk nieuw kind de mensheid krediet. God zegt: Ik geloof erin. Ik ga iets nieuws beginnen. Ik geef er mijn goedkeuring aan: mijn heilige Geest, mijn scheppingskracht in de heilige Geest. Maar nu ontstaat er iets heel nieuws, want dit Kind in de schoot van Maria heeft een superleven, een leven dat bereid is álles te geven, zelfs het eigen leven. Een kind dat bij zijn intrede in de wereld zegt, zoals u zo-even in de tweede lezing hebt horen voorlezen: “Hier ben Ik.” Dat schrijven ouders soms ook op het geboortekaartje van hun kind: Hier ben ik, Jantje. Kom je mij bezoeken? Maar dit Kind zegt: “Hier ben Ik … Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.” Een gehoorzaam Kind, een volgzaam Kind. Waarin bestaat die wil die dat Kind bereid is te doen? “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild” (He 10,5). Niet de dood van dieren, niet het leven van dieren of planten of van wat dan ook. Dat vraagt God niet van dit Kind. Daar kun je je gemakkelijk van af maken, maar: “Gij hebt Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen” (He 1,5-6). Waarmee kan Ik God dan wél behagen? Wat is dán zijn wil? “Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen” (He 10,7). Offers waren offers van iets, maar dit offer is een offer van Zichzelf, een levensoffer, het offer van zijn leven, een offer dat álles kost.

Dat doet Hij met zijn lichaam. Zo hoort u dat elke keer in de eucharistie: “Hier ben Ik om uw wil te doen.” ‘Dit is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt … Dit is Mijn bloed dat voor u vergoten wordt tot vergeving van de zonde.’ Een offer dat alles kost geeft een vreugde die volkomen betrouwbaar is. Dat is de vreugde die sint Jan bezielt, die erbij heeft gestaan. De vreugde waarover sint Jan de Doper zegt: “De bruidegom is hij die de bruid heeft. Maar de vriend van de bruidegom, die staat te luisteren of hij hem hoort en is al vol blijdschap wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt. Zo nu is mijn vreugde en zij is volkomen. Hij moet groter worden, ik kleiner” (Joh 3,29-30).

Echte vreugde is een vreugde die zich niet laat afschepen met iets van deze wereld. Dingen als je eigen eer, of complimenten, kunnen een mens blij maken, maar dat is een vreugde waarmee alleen een kinderhand gevuld kan worden. De volwassene in het geloof zoekt een vreugde die niet van deze wereld is en die dan ook door niets van deze wereld ongedaan gemaakt kan worden. Een vreugde die zich niet meer kan laten bedroeven. Dat is de vreugde van de Advent.

Wij leven toe naar een moment in de heilsgeschiedenis waaraan wij door de heilige Geest deel hebben: Kerstmis. Wij staan in de nacht van die geboorte en daarmee wordt ook ons een vreugde en een vrede gegeven die niet van deze wereld is: de vrede van God, die moet worden opgenomen in een ontvankelijk hart dat bereid is te lijden, te offeren, te geven. Dat is ons heilig geloof, dat wij nu gaan uitzingen in de geloofsbelijdenis.

Zoeken in Preken Online