- Dit evangelie sluit onmiddellijk aan bij de boodschap aan Maria, die we onlangs beluisterden op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis (Lc 1, 26-38). In dat verhaal stelde Lucas Maria voor als degene “die voltooid en getransformeerd is door de genade”, “vol van genade”. Dit klinkt sterker en correcter dan “begenadigde”, een veel voorkomende maar al te zwakke vertaling. Het gaat om de betekenis van een Grieks werkwoord dat wijst op wezensomvorming, en als voltooid deelwoord een verkregen duurzame toestand weergeeft (kecharitômenè). In die vorm komt het maar éénmaal voor in de bijbel. Het boodschapverhaal is een aanloop naar het bezoek van Maria aan haar nicht:
1. Lucas stelt er Maria opvallend voor als de nieuwe Ark van het Verbond.
- De Ark van het Verbond overschaduwd door Gods Geest was de liturgische vindplaats van Gods beschermende aanwezigheid. Zo werd ook Maria door de Kracht van Gods Geest overschaduwd. God werd mens in Jezus. Maria werd voorlopig de nieuwe woonplaats van God. Voortaan zal God niet meer blijven wonen in de door mensen handen gemaakte tempel (Joh. 2,19; Hebr. 3,6; 9,11).\
- En zoals de Ark in beweging kwam (2 Sam. 6), zo trekt nu Maria vanuit het noordelijke Nazareth in de richting van het zuiden naar haar zwangere nicht in Ain Karim, die eerst onvruchtbaar leek. Nicolas Buttet, stichter van een nieuwe Eucharistische gemeenschap, noemt deze tocht als de eerste Sacramentsprocessie. Maria is als een tabernakel, een ciborie of monstrans die Jezus draagt. Die reis is het voorspel van de weg die Jezus later zelf zal afleggen naar Jeruzalem.\
- Haar spoed is als missionair bezield. Bij haar aankomst roept Elisabeth met luide stem een historische zegenbede uit over Maria en haar Kind. En als het ware in naam van haar nog ongeboren zoon herhaalt zij dezelfde kreet, die voor naderende de Ark ooit ook over Davids’ lippen kwam: “Vanwaar de eer dat de Ark / moeder van mijn Heer naar mij toekomt ?” Het Griekse woord “zij riep met luide stem” (anefonèsen) komt in heel de bijbel precies alleen maar voor in de grote liturgische acclamaties als lofbetuiging voor de Ark (I Kron. 15, 28; 16, 4,5,42; 2 Kron. 5,13). \
- Bij Maria’s vredesgroet “Shalôm” springt Johannes de Doper op in de schoot van zijn moeder, net zoals David danste voor de Ark. Elisabeth voegt eraan toe dat het kind “van vreugde” opsprong in haar schoot. Dit typische woord “van vreugde”(agalliasis) komt bijna honderd maal voor in de psalmen, doch werd uitsluitend gebruikt om de jubelende blijdschap uit te drukken om Gods aanwezigheid. Zo aanstekelijk is de Geest die ook Elisabeth vervult, en op Johannes overgaat, Jezus’ voorloper, met wie de geschiedenis van de goede boodschap gaat beginnen.\
- En zoals de Ark in Davids’ tijd weggevoerd werd om voor drie maanden te verblijven in het huis van Obed-Edom, zo zal Maria ook drie maanden dienstbaar verblijven bij haar nicht in Ain Karim.
* De duidelijke vergelijking met de Verbondsark is merkwaardig. Zoals in het Oude Testament de Ark teken was van Gods reddende aanwezigheid, zo brengt Maria ons Jezus, wiens naam betekent ‘God redt’. Lucas heeft dit historisch materiaal verzameld in de communauteit van Jeruzalem, waar Maria eerst zelf bij aangesloten was. Bewust heeft hij deze gegevens zo verwerkt als discrete kennisgeving dat in de persoon van Jezus God mens geworden is. Het geloof in Jezus’ godheid heeft zelfs overvloedig veel wortels in de Schrift. Deze Mariale titel “Ark des Verbonds”, die destijds plaats kreeg in de litanie van O.-L.-Vrouw van Loretto, is verrassend bijbels gegrond.
2. Uit deze twee scènes is het weesgegroet als advents- en kerstgebed ontstaan.
Met de groet van de engel en de groet van Elisabeth begon de heilsgeschiedenis voor goed door te breken. Deze woorden werden onvergetelijk en beroemd. Ze leken zo toonaangevend voor het geloof dat ze vastgroeiden in het gebed tot Maria, dat we nu nog kennen als het weesgegroet.\
- Het eerste gedeelte komt uit de groet van de engel: “Weesgegroet (verheug u), Maria, vol van genade. De Heer is met u.” In heel oude handschriften kwam er nog de zin bij : “Gezegend zijt gij onder de vrouwen.” Het tweede gedeelte is de groet van Elisabeth: “Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot…”\
- De link tussen beide begroetingen was de zin “Gezegend zijt gij onder de vrouwen”. Deze zin is een echo vanuit het O.T., waarbij twee andere vrouwen werden geprezen omdat ze hun volk hadden gered: Jahel en Judith (Recht. 5,24; Judith 13,18). Maria is reddend medebetrokken in het heilswerk van Jezus. Deze eerste vorm van het weesgegroet ontstond in de Oosterse Kerken reeds in de 6de eeuw, en eindigde daar met de toevoeging: “Gij toch hebt de Redder van de mensen ter wereld gebracht.” Daarmee werd dit bijbels gebed een echt kerstgebed.\
- Het derde deel van het weesgegroet: “Heilige Maria, Moeder Gods,…” werd in de loop van de 15de-16de eeuw in het Westen erbij gevoegd. Dit gebed kreeg zijn definitieve vorm onder Pius V. Met het weesgegroet mogen wij vandaag Maria met haar Zoon verwelkomen en zeggen: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen, wat haar vanwege de Heer is gezegd.” (Lc. 1, 45)