Ontmoeting
Eén ding hebben vrouwen vóór op mannen, dat zij intuïtie hebben, emoties, veel meer inlevingsgevoel, veel beter en ook veel sneller dingen aanvoelen, dan wij, mannen, die de dingen niet voelen, niet begrijpen, of pas veel te laat.
Nog iets hebben vrouwen vóór op mannen, dat zij kinderen mogen dragen en baren, dat zij in Gods Scheppingsorde zijn uitverkoren om negen maanden lang een kind te mogen voelen, dragen en iedere minuut te beleven. Dat zij als eersten mogen ervaren dat ze zwanger zijn (wij, mannen, weten het pas als de vrouwen het ons willen zeggen), dat zij als eersten het voorrecht, het heerlijke gevoel hebben, het kindje voor het eerst te voelen trappelen in de buit (ook dat kunnen wij, mannen, niet voelen).
In de biologische Scheppingsorde, door God gewild, is de vrouw dus de meest begenadigde van beiden.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat vandaag, op deze vierde zondag van de Advent, wanneer het gaat over Maria, de mannen er buiten gehouden worden. Want wanneer de zwangere Maria bij de hoogzwangere Elisabeth op bezoek gaat, waar gaat het gesprek dan over ? Natuurlijk over de kinderen die ze beiden dragen, kinderen die ze nog niet kennen, maar waarover ze toch al een en ander beginnen te vermoeden, te voelen, intuïtief te weten. Zoveel is zeker, het zullen zéér bijzondere kinderen worden.
Een ontmoeting van twee vrouwen in verwachting. Die zich zo nabij voelen in hun gezegende staat. Maar die eigenlijk zo verschillend zijn.
Zacharia en Elisabeth behoorden tot de voornaamste priesterklasse, Zacharia die als hogepriester het voorrecht had om één keer in het jaar, ? en dan toevallig dit jaar ? het Heilige der Heiligen te mogen betreden, eerbiedwaardige mensen van gevorderde leeftijd, behorend tot de upperclass, wonend in Judea, dicht bij de grote heilige stad Jeruzalem, dicht bij de Tempel.
Maria daarentegen was een ongehuwd jong meisje uit het “Galilea der Heidenen”, een onbelangrijk achtergebleven randgebied in het toenmalige Israël, verloofd met een timmerman, maar wél ergens familie van Zacharia en Elisabeth.
Heel verschillend allebei. En toch ontmoeten zij elkaar. Maria neemt het initiatief. Zij gaat naar haar nicht Elisabeth, en groet haar. En dan ontmoeten ook hun nog ongeboren kinderen elkaar. Elisabeth ziet Maria, en Johannes, de latere Doper, springt van vreugde op in haar schoot, begint te trappelen in de buik van Elisabeth.
Maria, de zwangere Maria, is, met de profeet Jesaja, met de Voorloper Johannes de Doper, de derde hoofdpersoon van de Advent. Na de afgelopen Adventszondagen die ons de Eeuwige Rechter van het Laatste Oordeel voorhielden, de krachtige profeten uit het Oude Verbond die tussen de ruïnes probeerden de moed erin te houden, de ruige macho Voorloper van de Messias, Johannes de Doper, nu, vandaag, op het hoogtepunt van de Advent, - het is alsof de liturgie van onze kerk het beste voor het einde bewaard heeft -, eindelijk geen harde mannenfiguur meer, maar de zachtheid van twee vrouwen, twee zwangere vrouwen, uitgeteld, die weten, die voelen, wat er gaat gebeuren.
Ik hoorde deze week op de radio dat in de Provence, in Zuid-Frankrijk, waar een oude traditie van kerststallen en kerstfiguurtjes bestaat, ? santons genaamd ?, een maker van beeldjes het voor het eerst heeft aangedurfd een zwangere Maria, met een prominent dikke buik, in de Kerststal te plaatsen. De pers, die er natuurlijk bij was, ving enkele negatieve reacties op: men was er niet aan gewend, aan zo’n zwangere Maria, met zo’n dikke buik… De kerkelijke autoriteiten stelden de pers onmiddellijk gerust: Maria mocht best zo afgebeeld worden, want ze was wel degelijk in verwachting.
De ontmoeting van Maria en Elisabeth, is voor de evangelist Lucas de aanleiding om Elisabeth enkele prachtige, diepe, woorden in de mond te leggen: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen”, in feite een hebreeuwse zinswending (omdat het het hebreeuws geen superlativus kent) om te zeggen “gij zijn de méést gezegende van álle vrouwen”. Wij zeggen het nog immer in het Wees Gegroet. Gezegend is Maria, want “gezegend is de Vrucht van haar schoot”. En dan spreekt Elisabeth Maria aan als “de moeder van mijn Heer”. Net zoals wij Maria mogen noemen: “Moeder Gods”. En uiteindelijk prijst Elisabeth Maria om haar geloof: “Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is”.
Waarom wordt Maria door Elisabeth geprezen? Allereerst natuurlijk vanwege haar uitverkiezing, omdat zij de moeder mocht worden van Jezus, de Messias, maar óók (en misschien vooral) omdat zij gelooft wat de Heer haar gezegd heeft. Natuurlijk wordt Maria geprezen vanwege haar uitverkiezing, maar die is slechts te danken aan een pure genadegave, Gods keuze, enkel en alleen genade. Maar Maria wordt ook geprezen omdat zij geloofd heeft, omdat zij geloof gehecht heeft aan het woord van de Engel. Zij is de eerste gelovige van het Nieuwe Verbond. Zij is de eerste van ons allen. Zij die geloof heeft gehecht aan wat haar vanwege de Heer gezegd is.
Zo ontstaat in deze ontmoeting tussen de twee zwangere vrouwen iets heel moois. Het is niet alleen een ontmoeting tussen twee begenadigde vrouwen, er ontstaat ook een ontmoeting tussen God en mensen. God wordt mens.
Voor ons, een model van ontmoeting, wij die het komende Kerstfeest, in familieverband, met vrienden en kennissen, gaan vieren als een feest van ontmoeting