Derde zondag van de advent (2006)

C-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Beste dorpsgenoten,

Naar de Latijnse openingswoorden van de gezangen vieren we vandaag Zondag Gaudete, de derde zondag van de Advent. “Verheugt u” betekent dat. Vreugde, verheugt u, weest blij. Wij, mensen, worden daartoe opgeroepen en ook God jubelt om ons van vreugde. En met goede reden want de vijand is verjaagd en we hoeven nergens meer bang voor te zijn. Dat zijn de woorden en de toon van de eerste lezing. Het blijven de woorden van profeten en predikanten en zo proberen ze de moed er in te houden. De paus heeft in die geest gisteren gezegd dat we heel blij mogen zijn met de kerstgeschenken die we krijgen maar dat we bovenal blij moeten zijn om het grootste geschenk: God die zich met kerstmis aan ons mensen schenkt.

In vreugde zijn mensen op hun best, zij stralen, zij brengen iets op gang, komen dichter bij elkaar en kunnen feesten en dansen.

Ik stel me voor dat het in de dynamiek van de evolutie ligt dat ieder en alles op weg is tot die voltooiing in volkomen vreugde, die de kroon op het werk is. Ik moet hier denken aan de paus die ik zo juist aanhaalde. Op foto’s zie ik hem bijna altijd met een voorzichtige glimlach om zijn mond. En hij is toch al 78. En ik, 81 jaar, noem vreugde de kroon op het werk. En ik spreek zondag in zondag uit tot u, mensen die voor het merendeel over de helft zijt, zoals deze derde zondag ook over de helft is en die ons oproept tot vreugde. Vreugde en ouder worden. Daar zou heel wat over te zeggen zijn!

Nu het evangelie dat ons bij monde van Johannes de Doper er aan herinnert, wat ons in de richting van die vreugde stuurt.

Ongewoon praktisch stellen mensen van allerlei geledingen dezelfde vraag: “Wat moeten wij doen?” Als burgers, als ambtenaars, als soldaten. Het stellen van die vraag is al een goed teken, een teken van wijsheid Die mensen willen weten wat ze moeten doen om de goede kant op te gaan. Waar gaat het eigenlijk om?

U hebt de duidelijk antwoorden gehoord die Johannes hen gaf.

Zijn antwoorden herinneren aan de gulden regel: “Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen.”

Als ik ’s morgens de krant naar de buren ben, voor er al mensen op straat lopen, tref ik soms een jongen op weg naar zijn school in Maaseik Nog voor ik hem in het duister zie, heb ik hem al “Goede morgen” horen zeggen. Twee woorden die mij en de dag die komt zegenen. Woorden die vreugde teweeg brengen.

Zoiets eenvoudigs heeft Johannes ook bedoeld toen hij antwoord gaf op de vraag: “Wat moeten wij doen?” Geen grote daden, geen geschenken, eerder voor de hand liggende kleine dingen die iets te weeg brengen zoals de duizenden kleine lampjes in deze duistere dagen. Die brengen licht, die brengen vreugde.

Gisteren trof me een bericht: in Zwitserland wordt in deze dagen een actie gevoerd: “Een miljoen sterren zal branden”. Mensen worden uitgenodigd om lichtjes aan te steken om solidariteit en saamhorigheid uit te drukken. Die lichtjes nodigen uit tot een groet, een gesprek, een moment van verwondering.

Zij zijn een goed antwoord op de vraag aan Johannes: “Wat moeten wij doen?”

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online