OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. De eerste lezing van vandaag roept ons op om blij te zijn. De profeet Sefanja gebruikt woorden als jubelen en juichen, je verheugen en blij zijn.
Waarom mogen wij blij zijn? Omdat de Heer bij ons is. Omdat Hij het vonnis dat op de mensheid drukte - namelijk dat niemand naar de hemel kon vanwege de zonde van Adam en Eva en vanwege onze eigen zonden - dat vonnis heeft God vernietigd. Wat wij ook misdaan hebben, als wij ook maar een beetje spijt hebben en weer ons best doen, wordt het vergeven, mogen wij het nieuwe leven binnen gaan.
Laten wij niet een beetje spijt hebben, niet een beetje ons best doen, maar heel veel spijt hebben, heel erg ons best doen, want dat is een teken dat wij heel veel liefhebben. De advent is er om je te bekeren. Zie het goede in jezelf, en dank God er voor. Maar durf ook het kwade te zien, geef het toe, geef het vervolgens weg, aan de Heer. Dan kan Hij het genezen, kan Hij ons veranderen in tevreden, blijde en dankbare mensen. In gelukkige mensen. Zoals een klein kind in goede handen blij en onbezorgd kan leven, zo wil God ons laten leven.
Kijken wij eerlijk naar de dingen waarmee wij God en elkaar verdriet hebben gedaan. Geven wij Hem de gelegenheid ons te veranderen in betere mensen. Werken wij van harte met Hem mee, zoals wij op gegeven moment ook doen wat een aardse dokter zegt. Luisteren wij naar deze hemelse Heiland. Dan gaat alles veel beter.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart; dat wij onbevangen Hem erkennen, die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die leeft en heerst … . Amen.\
PREEK
Mensen zeggen weleens dat overal waar het woordje ‘te’ voor staat, dat dat niet goed is. Te groot of te klein, te veel of te weinig, te bijdehand of te verlegen. Vaak ligt de goede weg ergens in het midden.
Het woordje ‘te’ mag wel staan bij te-vredenheid. In het evangelie van vandaag spreekt Johannes de Doper met verschillende groepen mensen over de gerechtigheid. Zo zegt hij tegen een groep gewone mensen, dat zij hun kleding en voedsel moeten delen met arme mensen. En tegen de soldaten zegt hij, dat zij ‘te-vreden’ moeten zijn met hun loon.
De derde kaars brandt al weer, lieve mensen, het is bijna kerstmis. Er hoeft nog meer één kaars te worden aangestoken. Of moet er nog meer gebeuren? Hoe meer kaarsen wij aansteken, hoe lichter het wordt en - als je je handen er boven zou houden - hoe meer warmte je ook zou voelen. Wel, die kaarsen zijn eigenlijk een symbool voor wat er in ons hart moet gebeuren. Wij moeten in deze adventstijd meer goede dingen gaan doen, voor God en voor mensen, zodat ons hart meer licht gaat geven, onze liefde warmer wordt, en wij dus meer op Jezus Christus gaan lijken.
In de eerste week van de advent ging het over het volhouden. Je kunt naar de kerk gaan en bidden en in de bijbel lezen en mensen helpen, heel goed, maar je moet op die goede weg wel doorgaan, volharden. In de tweede week was het willen luisteren het thema. Wij luisteren naar t.v. en radio, maar luisteren wij ook naar God? Maken wij tijd vrij om naar elkaar te luisteren?
Nu gaat het over tevredenheid. Je kunt nooit te veel tevreden zijn. Een tevreden mens reageert zoveel anders als een ontevreden mens. Olie op de straat is iets slechts. Daar komt alleen maar ellende van. Slip- en valpartijen. Misschien zelfs dodelijke ongelukken. Ontevredenheid is ook iets slechts. Ook daar komt alleen maar ellende van. Ontevreden mensen mopperen dat het te koud of juist te warm is. Het is te nat of te droog. Het leven is te duur. Er zijn te veel vreemdelingen in de buurt. De regering maakt er een puinhoop van. Overal hebben ze commentaar op. Niets is er goed.
N.a.v. het getuigenis van Johannes de Doper kunnen wij ook nog een paar mopperonderwerpen opnoemen: hebzuchtige mensen vragen zich af waarom zij niet mogen hebben wat andere mensen ook hebben? En sommige mensen houden er vanuit die ontevredenheid allerlei kwade praktijken op na: diefstal, afpersing, belastingontduiking.
Mensen, die tevreden zijn, zijn niet jaloers op wat een ander meer of beter heeft. Zij zijn blij en dankbaar met hun situatie, óók als die soms tegenzit. Zij proberen dan wel met alle middelen, die O.L.Heer goed vindt hun situatie te verbeteren, maar een tevreden mens legt zich uiteindelijk neer bij wat hem of haar gegeven wordt. Een tevreden mens gunt een ander iets beters in het vertrouwen dat hij van God uiteindelijk altijd het allerbeste krijgt: het eeuwige leven.
Wat heel sterk bij de tevredenheid hoort is de dankbaarheid. Wie wij zijn en wat wij hebben is allesbehalve vanzelfsprekend. Probeer maar eens altijd jong en gezond te blijven. Probeer maar eens rijk te blijven. Soms kan dat jaren goed gaan, maar dan kan er opeens iets gebeuren - een ziekte, werkeloosheid - waardoor heel je wereld als een kaartenhuis in elkaar stort.
Mensen, die alles van God verwachten, kijken heel anders tegen het leven aan. Kijken wij eens naar een heilige als Franciscus van Assisi, de heilige van werelddierendag. Hij was arm en rijk tegelijk. Hij vond dat heel de schepping een gave van God was. Alles en iedereen was zijn broeder, zijn zuster. Franciscus voelde alleen maar dankbaarheid. En juist daardoor voelde hij zich zo vrij en zo blij als de vogels in de lucht. Jezus zei het al: de vogels zaaien en maaien niet, maar de hemelse Vader zorgt voor hen.
Tevreden mensen hoeven niet voortdurend aan hun uiterlijk te werken. Een rimpeltje meer of minder maakt niets uit. Er zijn van die mensen, die heel hun uiterlijk veranderen. Ik stond enige tijd geleden naast een 15-jarige jongen. Ik had hem al een tijdje niet gezien. Ik herkende hem totaal niet. Een compleet ander uiterlijk, haren en kleding. Een teken van niet tevreden zijn met wie en wat je bent. Mensen, die tevreden zijn, geven zich blij en dankbaar over aan wat iedere nieuwe dag hen geeft. Het is goed zo en wij gaan er vandaag weer het beste van maken.
Lieve mensen, hoe tevreden, hoe blij, hoe dankbaar zijn wij? Als wij eens zouden gaan turven, zeggen wij op een dag dan meer positieve dingen of meer negatieve? Laten wij daar eens in gaan oefenen: steeds meer positieve dingen gaan zeggen en steeds minder negatieve. Probeer het negatieve om te buigen in iets goeds en als dat niet lukt … bid er voor en als ook dat niet helpt … laat het los.
Heel kleine kinderen kunnen nog zo heerlijk blij en tevreden met een piepklein dingetje. Toen Jezus als Zoon van God uit de hemel ging neerdalen wist Hij, dat Hij bij Maria zou komen, prachtig, maar daarna meteen in een arme stal, ook prachtig. Hij nam het zoals het kwam, van het begin af aan. Wil je kerstmis kunnen vieren, neem het leven dan vanaf nu zoals het komt. Ook Maria en Jozef mopperden niet, maar wij blij en dankbaar, dat zij toch nog een dak boven hun hoofd hadden.
Waar het Johannes de Doper om gaat is dat wie tevreden is, dankbaar en blij, die doet ook het goede. Zien wij hoe goed wij het hebben, nu al. Welk uitzicht wij hebben, en dan bedoel ik niet een leven met uitzicht op zee, maar een leven met uitzicht op de eeuwigheid.
Probeer het eens 15 minuten. Doe allerlei verschillende dingetjes in huis of waar dan ook. En zeg bij ieder ding: God, dank U dat ik dit kan doen. Dank U dat ik dat heb. Na een paar minuten word je al helemaal blij. Zien wij het goede, zijn wij tevreden. Danken wij God en elkaar.