In de jaren zestig, zeventig stond de psychiater dr. A. Terruwe in het middelpunt van de belangstelling. Zij had ontdekt dat veel zieke mensen genezen konden worden door bevestiging, en dat veel gezonde mensen veel gelukkiger zouden leven als ze bevestigd werden. In heel gewoon Nederlands betekent dat, dat wij niet kunnen leven als er niet iemand blij met ons is. Pas als je weet, dat mensen blij zijn met je, dat ze je nodig hebben, dat ze je niet kunnen missen, begin je een gelukkig mens te worden.
Met deze ontdekking heeft zij vele mensen, die aan depressies leden, geholpen, en heeft zij evenzoveel kerngezonde mensen, die niet gelukkig leefden, tot gelukkige mensen gemaakt. Terecht heeft zij voor haar ontdekking een eredoctoraat in Amerika gekregen.
Wat dr. Terruwe tot zegen van die vele mensen opnieuw heeft ontdekt, werd reeds door de apostel Paulus toegepast in de brief, die wij vandaag lazen. Wat zal die brief de mensen in Filippi blij hebben gemaakt. Wat een superlatieven gebruikt Paulus. ‘Ik dank God, telkens als ik aan u denk, altijd, bij al mijn gebeden voor u allen. En ik bid met blijdschap omdat u van de eerste dag tot nu toe zoveel hebt gedaan voor de verspreiding van het evangelie. Ik ben er zeker van, dat Hij die het goede werk in u is begonnen, het ook zal voltooien. En ik verlang naar u, met de innigheid van Jezus zelf. En dit is mijn gebed: moge uw liefde rijker worden door inzicht en fijngevoeligheid.’
Meer kan haast niet. Wat zullen de mensen blij zijn geweest met zo’n brief. En wat zal die brief een liefde hebben opgeroepen! Het was zo: Paulus was al bijzonder gesteld op de Filippenzen. Maar na die brief werden ze nog geweldiger.
Dat is nu precies het geheim van de bevestiging. Als je tegen iemand zegt: wat doe jij het goed, dan doet hij het nog beter. Als je tegen iemand zegt: wat ben ik blij met je, dan groeit de vriendschap. Als je tegen iemand zegt: wat ben jij een blij mens, dan wordt hij nog blijer. Als je tegen iemand zegt: ik kan je niet missen, dan maakt hij zich onmisbaar.
Zou dit misschien de advent zijn, want advent betekent verwachting: verwachting van de Heer. Maar de Heer is niet los verkrijgbaar. Hij is in de mensen om ons heen. Zou daarom advent niet moeten zijn: dat we van elkaar iets verwachten. Dat we van elkaar verwachten dat men tegen je zegt: ik kan je niet missen, je betekent zoveel voor me, je doet zoveel goed. Kortom, dat we elkaar bevestigen.