Tweede zondag van de advent (2000)

C-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Het zal je maar gezegd worden: sta op, en bekleed je voor altijd met Gods heerlijke schoonheid! Voor altijd zul je heten “Vrede-door-Gerechtiheid” en “Glorie-door-vroomheid”, Gerechtigheidsvrede en Godsvruchtheil. Het zijn eretitels, beloften aan Gerechten, aan mensen die het goede willen. Die oproep “Sta op” geldt voor ‘Jeruzalem’, het Joodse volk, nadat zij hun boete hebben gedaan in de ballingschap in Babylon. Te voet werden zij weggesleept door de vijand, door God gedragen keren zij terug. Ik denk dat we allemaal wel zo’n ervaring hebben meegemaakt: na een moeilijke periode merken dat je er doorheen bent en je geweldig opgelucht en vrij voelen. Met ons lied in de tussenzang/gebed in de psalm bevestigen we die genade dat God zelf ons net als het Joodse volk barmhartig en genadig vergezelt.

Maar dat is wel een geloofsbelijdenis: dat God ons barmhartig en genadig vergezelt. Dat is een erkennen, een weten en een inhoud, nl. Gerechtigheidsvrede en Godsvruchtheil. Gerechtigheid is een wijd begrip. Gerechtigheid zie je aan de hemel waar de sterren hun altijddurende loop hebben, waar continuïteit heerst, rust en verhevenheid. Die gerechtigheid van de hemel maak je op aarde waar door rechtvaardigheid. Door rechtvaardigheid blijft de samenleving in stand, blijft zij in vrede. Door rechtvaardigheid maak je hemelse gerechtigheid op aarde waar. Zo kom je bij ‘heil door godsvrucht’. Je kunt rechtvaardigheid als een nuttig overlevingsprincipe zien - je kunt ook met rechtvaardigheid God willen eren, en zeggen dat Hij Zijn heil, aan de hemel te zien, Zijn heil van de hemel aan ons op aarde schenkt als wij rechtvaardig zijn - Zijn heil dat ons uitnodigt zó die weg van hemel en aarde te gaan. Dan vergezelt HijZ ons, barmhartig en genadig, worden heuvels geslecht en dalen gevuld.

Als je wat verder durft te denken, ga je zeggen dat Hij via zijn Gerechtigheid een stukje hemel in ons heeft gelegd. Godsvrucht wil niet zeggen braaf bidden of zo - het zij meer: God in jou zijn vrucht, zijn genade laten leggen, iets van Gods droom in jou waar laten worden; en dan Zijn droom waar maken.

Lucas plaatst het toppunt van Gods heil, heil van de hemel, meteen in de geschiedenis: in het 15e regeringsjaar van, toen die en die er waren, aanwijsbaar, hier en nu, toen kwam het woord van God over Johannes. In de 1e lezing hebben we gehoord dat God Zelf de weg gereed liet maken voor hen die uit hun ballingschap terugkeerden en nu roept Johannes daartoe op. Johannes brengt de profetie a.h.w. weer in vervulling. Want na de ballingschap is het volk, is ‘Jeruzalem’, op de lange duur weer in de versukkeling geraakt. Die Gerechtigheid was volkomen zoek en er moest een oplossing komen: het volk verwachtte kennelijk de Messias.

Hoe vervult Johannes die profetie? Door te verkondigen en toe te passen “een doopsel van bekering tot vergeving van zonden”, de boodschap van het evangelie, van het goede nieuws. Een bekeringsdoop opdat/zodat zonden worden vergeven. Kennelijk is bekering, het anders willen doen, al genoeg voor het wegdoen van zonden; “wegzenden van zonden” staat er in het Grieks. De zonde is weg; het O.T. spreekt van ‘uitwissen van zonden’. Dan zal de weg van de mensen een weg van God zijn, dan zijn de dalen gevuld en de heuvels geslecht. Hoe komt Johannes daar aan?

Een paar verzen verder in het evangelie heeft Johannes het over de komende toorn, het onontkoombare oordeel, wat wij noemen het laatste oordeel. Dan werd men geoordeeld over zijn daden en de gelovige Jood zou natuurlijk mogen hopen op zijn God, die rechtvaardig is maar nog barmhartiger, maar daartoe moest er nu wel ‘iets’ uitkomen. Dán, bij dat oordeel, was er geen kans meer om het nog eens over te doen. Als je nú vergeving van zonden kon verkrijgen was dat wel zo veilig maar ook wel zo mooi, dan kon je met God verder trekken over Gods geëffende weg, dan vergezelt HijZ je. Dus moest er nu iets gebeuren: opnieuw gaan leven, ondergedompeld worden in stromend water, het oude weglaten vloeien en klaar voor het nieuwe omhoog komen uit het water, met als praktische inhoud Gerechtigheid doen. Dat heil geldt universeel, voor alle volken: “heel de mensheid zal Gods redding zien”.

Wij hier bijeen bereiden ons voor om het feest van de Menswording te vieren. Wij hebben het doopsel al gehad en wij weten van Gods wegen. Dus geldt ook voor ons de oproep ‘sta op Jeruzalem’, sta op stad van God, sta op gemeenschap, sta op parochie, bisdom, Kerk (sta op intentie Solidaridad) en weet u bekleed met Gods heerlijke schoonheid.

We zijn ons daarvan nou bepaald niet altijd bewust. Zou het daarom niet goed zijn als we ons deze week elke dag een kleinigheid onthouden? Niet om een offertje te brengen of hoe dat mag heten maar om ons even het ’nu’ te laten voelen, gewoon een psychisch werkend verkeersbord op onze weg aan te brengen: Weet je nog? Je draagt op je hoofd “de schitterende kroon van de Eeuwige”.

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. ‘Vrede-door-Gerechtigheid’, heil-door-godsvrucht’ lijken nogal dikke woorden, die ver weg zijn. Het gaat erom dat je bij de pinken blijft, je niet te veel laat afleiden door ‘aardse’ zaken maar je in jezelf ook die roepstem toelaat, in jezelf die roep hoort van Degene die jou op Zijn weg uitnodigt, Zijn weg naar … vul zelf maar in.

God Zelf begeleidt ons met Zijn barmhartigheid en Zijn genade op Zijn geëffende weg op weg naar … Zullen ons een paar minuten tijd gunnen om dat een beetje ‘hier en nu’ te laten zijn?

Zoeken in Preken Online