Wat is er dat uw komst vertraagt? (2006)

C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Toen ik een jaar of vijftien was, heb ik op mijn middelbare school een lied geleerd, dat sindsdien voorgoed in mijn geheugen gegrift staat. Deze weemoedige en haast hartverscheurende tekst klinkt zo:

Heer, kom over mij
zoals de avonddamp komt over eenzame landen.
Ik kan niet leven zo troosteloos en verlaten zonder u.
Wijd liggen de velden van mijn verlangen voor u open.
Wat is er dat uw komst vertraagt?
Wat is er dat uw komst vertraagt?

Die dubbele vraag raakt de kern van de tijd van Advent, een Latijns woord dat letterlijk toe-komst betekent. Wie naar de toekomst kijkt, zit met vragen. Vaak klinken die vragen nogal verwijtend: ‘Dat onze toekomst niet zo rooskleurig is, is vaak de schuld van anderen. Hij blokkeert mij, zij beneemt mij het zicht, de politiek beklemt mij, oorlogen maken me bang.’ Maar hebben we wel helder hoe onze toekomst eruit ziet? Gaat het over iets bepaalds, iets bijzonders? Of zien we naar iemand uit? En wie is het dan die we zo graag bij ons willen hebben? Stel dat het God is, naar wie we uitzien, hoe ziet die God er dan uit? Misschien is het beeld dat we van God hebben juist datgene wat ons beklemt. Komt God op je af als een bedreiging, of komt God op je af met open armen? Als we uitzien naar God, kan dat alleen maar werkelijkheid worden wanneer we in God iemand zien die ons bevrijdt, bevestigt, troost en uitdaagt.
Drie maanden geleden heb ik in Abcoude het huwelijk ingezegend van twee jonge mensen. Tijdens onze voorbereidende gesprekken vroeg ik aan hen, hoe zij tegen God aankeken. De aanstaande bruidegom zei toen: ‘God heeft met mijn gevoel te maken: groot, heel erg warm, veiligheid, rust, heel veel geduld, heel begripvol. God heeft iets met bijna de hele wereldbevolking. God kan ons boeien, heel ons leven, en ook hierna. Als het goed gaat, kun je tegen hem aankruipen. Als je niet lekker in je vel zit, kun je bij hem schuilen.’ En de aanstaande bruid zei op haar beurt: ‘God is iets of iemand die aanwezig is in mijn leven. Hij is beschermengel en rustpunt. God is kracht in jezelf. God zorgt ervoor dat je iedere keer weer teruggrijpt naar je eigen kracht. Die kracht draag je iedere dag in je.’ Met zulke visies kun je de toekomst aan, kun je samen de toekomst in.
Maar zelfs zo’n visioen van God kan onder een grauwsluier terechtkomen, zodat we onszelf afvragen: ‘Wat is er dat uw komst vertraagt?’ Dat God niet komt, ligt niet aan God, maar aan onszelf, aan onze houding, aan de manier waarop we ons leven hebben ingericht, aan het feit dat we ons hart en onze ziel hebben gepantserd. Of zoals Etty Hillesum, de joodse mystica van het Museumplein het tijdens de Tweede Wereldoorlog in haar dagboek schreef: ‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.’ Lieve mensen, Advent betekent puinruimen. Advent betekent graven naar de bron in ons diepste wezen, daar waar God woont. Advent betekent onszelf ontsluiten, al die verschillende sloten openen waarmee we onze ziel al zolang binnen, en God en de mensen al zolang buiten gehouden hebben.
Pas als we die opening gemaakt hebben, kunnen we vrij, opgewekt en zonder ballast klaar staan voor de komst van God. We kunnen op twee manieren wachten: met perspectief, en zonder perspectief.
Hopeloos wachten doen we, als we ingaan op al die onheilsprofeten die beweren dat het nooit meer goed komt met onze wereld. Als we mensen volgen en bewonderen, die vinden dat het recht gediend wordt door kinderen in de gevangenis op te sluiten, dan brengen we de werkelijke vrijheid om zeep. Als we achter mensen aanlopen, die zonder aarzelen goed zondebokken en de as van het kwaad weten aan te wijzen, dan hebben we - zoals Mariken van Nimwegen - onze ziel verkocht aan de duivel. Als we een god vereren, die groter wordt naarmate we meer discrimeren en geweld gebruikten, dan zal Jezus tegen ons zeggen: ‘Zo ken ik je niet.’
Hoopvol wachten doen we als we ondanks alles ons oprichten en onze hoofden omhoog heffen; als we nuchter van geest blijven en ons niet laten afstompen door roes en gedoe en getob; als we in ons gebed voeling houden met God, hoe letterlijker hoe beter; als we waakzaam blijven. Alleen dan kunnen we zien dat onze verlossing nabij komt.
We leven ogenschijnlijk in een uitzichtloze tijd van spanning en geweld, van groeiende armoede en slinkend verantwoordelijkheidsgevoel. Daardoor lijkt het alsof we steeds machtelozer worden. Om die reden blijven vele gelovigen als het ware zwevende kiezers. Maar met de Advent is de tijd gekomen om niet langer te zweven, maar om de kant van God te kiezen. Dat is ook de kant van al die mensen die een ereplaats hebben gekregen in de grondwet van ons geloof, de Bergrede: de nederigen van hart, de treurenden, de zachtmoedigen, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredestichters, en zij die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid. De vraag is nu: Wat wil je zijn, zwartkijker of lichtzoeker? [Seef Konijn]
Met de Advent is voor ons een tijd van genade aangebroken, de mogelijkheden liggen voor het opscheppen. ‘Deze tijd is een eindeloos godsgeschenk, waarmee je als mens moet leren leven’ [naar Gijs Bouwman]. Wil je dat? Wil je dat onze stad een nieuwe naam krijgt, dat ons land een nieuwe naam krijgt, dat onze wereld een nieuwe naam krijgt? De profeet Jeremia doet een voorstel voor die nieuwe naam: ‘De stad zal heten: Heer, onze gerechtigheid.’ Onze stad kan een stad van God worden. Ons land kan een land van gerechtigheid worden. Onze wereld kan een nieuwe wereld worden. Maar jij moet daarvoor kiezen, om te beginnen vandaag. Als wij God toekomst geven in ons leven, geeft God aan ons toekomst, een toekomst zonder einde. Jij kunt verschil maken. Jij hebt de Advent in handen.

Zoeken in Preken Online