Uw verlossing komt nabij (2006)

C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

  • De liturgie van de zondagsvieringen loopt sinds Vaticanum II over cycli (kringlopen) van 3 jaar. Daarin leggen de evangelisten Mt., Mc., en Lc. om de beurt hun eigen klemtoon. Joh. valt in of vult aan tussendoor bij gelegenheid. Met deze eerste adventszondag begint opnieuw een Lucasjaar. We zullen dus in het komende kerkelijk jaar vooral het evangelie van Lucas mogen beluisteren.\
  • Het voorgelezen evangelie van Lucas over het wereldeinde is als een echo van de Marcustekst die we twee weken geleden hoorden. Het nieuwe kerkelijk jaar reikt de hand aan het vorige. Sinds de vijfde eeuw, tot voor het jongste concilie, opende jaarlijks alleen deze Lucastekst de advent. Aanvankelijk was de advent niet de tijd die de harten voorbereidde op Kerstmis, maar de tijd die deed uitkijken naar het einde der tijden. Daarom werd in de middeleeuwen voor dit evangelie van de eerste adventszondag het “Dies irae” gezongen: de aankondiging van Gods grote Dag. Hiervoor was deze sequentia gecomponeerd. Ze werd later voorbehouden voor de requiemmis.
  1. In deze evangelietekst staat de terugkomst van de Mensenzoon centraal.\
  • Jezus zegt hier in een overvloedige bijbelse beeldentaal dat de mensen de Mensenzoon zullen zien komen op een wolk met macht en grote heerlijkheid (v. 27). Dat herhaalt Jezus in zijn proces voor de hogepriester en het sanhedrin: “Van nu af aan zult ge de Mensenzoon zien… komen op de wolken des hemels” (Mt 26,64). En bij zijn hemelvaart terwijl Hij omhoog geheven werd achter de wolk zeggen twee mannen in het wit dat Hij op dezelfde wijze zal wederkomen (Hand. 1,11). \
  • Deze terugkeer lijkt zo belangrijk en betekenisvol dat Jezus reeds lang voordien en meermalen daarop gezinspeeld had: in de parabel van de bruidsmeisjes die zich moesten klaarmaken voor de komst van de Bruidegom; Hij zelf zal verrassend komen als een dief in de nacht; als de bliksem; onverwacht als de eigenaar die zijn knechten talenten, of als de kroonprins die zijn dienaren ponden had toevertrouwd… De barmhartige Samaritaan, in wie Jezus zichzelf heeft vermomd, zal de herbergier bij zijn terugkomst volledig vergoeden. Bij zijn afscheid zei Jezus nadrukkelijk: “Ik ga heen, maar Ik kom tot u terug… Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik keer tot u terug… Ik kom terug om u op te nemen bij Mij opdat ook gij zoudt zijn waar Ik ben.” (Joh. 14, 28,18,3) Deze verwachting bracht de eerste christenen tot gebed: “Maran atha: Heer Jezus, kom.” (Openb. 22,20)
  1. Liturgisch gaat het om een meervoudig komen van Christus in de geschiedenis: \
  • Daar was zijn eerste komst in de wereld, die wij op Kerstmis gaan vieren. De advent richt onze ogen op deze onvergetelijk historische gebeurtenis, die heel de geschiedenis heeft omgebogen.\
  • Daar is zijn uiteindelijke komst, de afronding van de geschiedenis. Dat belijden wij in onze geloofsbelijdenis: “Hij zal wederkomen om te oordelen levenden en doden.” En we zeggen het na de consecratie: “Wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.” \
  • Maar daar is ook zijn tussentijdse komen. Hij komt op een uitzonderlijke wijze aanwezig elke dag in de H. Eucharistie. Hij komt bij ons, waar twee of drie in zijn naam biddend samen zijn. Tot de Kerken zegt Hij: “In al wat u overkomt, ben Ik het die kom.” (Openb. 6). Maar we beseffen het niet. Dat is de betekenis van de grote variëteit van rampen in de voorgelezen tekst, of de betekenis van de zovele vormen van beproeving in ons leven. De Heer komt er met de vraag dat wij erdoor zouden groeien en ons erdoor zouden verdiepen in liefde en geloof. Beproevingen kunnen ons verbitteren, ons opsluiten in onszelf. Ze kunnen ons ook bevrijden door ons open te maken voor het veel grotere, dat wij eerst niet vermoedden: de Heer zelf is het die ons erin komt verlossen.
  1. De kerngedachte van dit evangelie is een oproep tot waakzaamheid.
    God is in Christus per definitie de komende: “Hij die is, en die was, en die komt” (Openb. 1,3). God is voortdurend in beweging naar ons. Hij komt kloppen op onze deur om maaltijd met ons te houden. Maar horen we zijn klop, herkennen we zijn stem ? Laten we Hem binnen ? (Openb. 3,20) We zouden even goed kunnen zeggen, dat ook wij zonder ophouden op tocht zijn naar Hem, die is. Hij trekt ons naar Zich toe. We zoeken elkaar, zoals geliefden op weg zijn naar elkaar in de nacht. Vaak zoeken we verkeerd. We menen dan dat Hij is waar Hij niet is. Daarom zegt Jezus:\
  • “Zorg ervoor dat uw geest niet afgestompt geraakt…” Vandaag leven velen bedwelmd, gevangen in de begoocheling van genot en bezit; anderen in verwarring of onder de druk van de leugen, die zelfs door de reporters van de media wordt geloofd. Ons leven wordt bepaald door de waarde van onze verlangens. Wat verlangen wij? Dan weten we wie we zijn. Verlangen we Hem ?Jezus’ komst betekent de vervulling van onze diepste en ware verlangens. Zie, onze verlossing is nabij.\
  • “Wees daarom altijd waakzaam en bid.” Bemerk die woorden: “Hef uw handen omhoog en richt uw hoofden op (v. 28)… om recht te staan voor het aangezicht van de Mensenzoon (v. 36).” Dat was precies de gebedshouding in Jezus’ tijd. Bidden is voor de Heer gaan staan, de Heer over zich laten komen met de volheid van zijn herscheppende liefde. Het gebed is als een schoot. Het maakt ons ontvankelijk voor het grote dat wij niet zelf kunnen grijpen. De Heer zegt: “Ik kom”. “Gelukkig de dienaars, die de Heer bij zijn komst wakende zal vinden…” (Lc. 12, 37)

Zoeken in Preken Online