Onze palmerel

B-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Het is opvallend hoezeer het rijdier van Jezus, de ezel, in het centrum van het verhaal van de intocht van Jezus in Jeruzalem staat. Alles draait om de ezel. Uitvoerig wordt beschreven hoe leerlingen vooruitgestuurd werden om hem te gaan halen, niemand kon daar iets op tegen hebben, ‘want de Heer heeft hem nodig’. Met deze uitvoerige beschrijving wil de evangelist ons duidelijk maken, dat wij zonder ezel de zin en de betekenis van deze intocht in Jeruzalem niet kunnen begrijpen; zonder ezel verstaan wij de rol van Jezus als messias niet. Daarom werd in de middeleeuwen in de processie ook zo mogelijk het beeld van de ezel met Jezus daarop gezeten meegedragen of meegetrokken. De Palmezel werd bijzonder vereerd.

Die ezel zegt ons iets over de messias. De sleutel daartoe geeft ons de profeet Zacharia, wiens woorden door de evangelist Matteüs aangehaald worden: ‘Zie uw koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier.’ De koningen van deze wereld zijn gewend in volle wapenuitrusting op een strijdros te rijden. Deze koning echter zit op een ezel als een teken van vredelievendheid en nederigheid. Hij doet afstand van alle geweld en oorlog. Hij is de koning die vrede sticht. Zittend op een ezel kun je niet pronken.

In dit symbool van een vredeskoning die op een ezel rijdt, is ook duidelijk onze weg aangegeven. Wij willen ons inzetten voor de vrede, wij willen bewust de noodlottige kringloop van geweld en tegengeweld doorbreken. Als christenen kiezen wij in deze wereld bewust voor geweldloos verzet tegen machtsmisbruik en zetten wij ons met alle kracht in voor ontwapening en vrede onder alle volkeren. Evenals Jezus willen wij de zijde kiezen van machtelozen en verdrukten.

De ezel zegt ons ook iets over onze rol als Christusdrager. De ezel is in Palestina het lastdier bij uitstek. Geduldig laat hij door de mensen alle draagbare lasten op zijn rug stapelen en draagt die voor de mens over bergen en onbegaanbare wegen. De profeet Zacharia noemt de vredeskoning behulpzaam, rechtschapen, gering en veracht. Zo wil Jezus zijn, als Hij zich van een ezel bedient, hij identificeert zich met zijn rijdier: hulpbereid en geduldig alle lasten dragend, arm, gering en bespot. Jezus wil daardoor duidelijk maken dat God ons allemaal nodig heeft, hoe onmachtig en klein wij ook zijn. Wij moeten Jezus in deze wereld naar de mensen dragen. En niet zelden zullen wij omwille van deze dienst door de mensen als domme ezels beschouwd worden.

Tenslotte zegt de ezel ons ook iets over God zelf en over zijn handelen in deze wereld. Een dier wordt bewust uitgekozen om de messias de stad binnen te dragen, om aan de mensen de taak van de messias duidelijk te maken. Een dier wordt uitgekozen om ons te zeggen dat God het kleine en het geringe niet versmaadt, ja, zelfs nodig wil hebben. Heel de schepping, ook de dieren, worden in de verlossing, in het rijk van de vrede betrokken. Heel de schepping ziet uit naar de verlossing. Zo rust ook op ons de opdracht de schepping te bewaren en te beschermen. Ook de schepping en de dieren delen in de heerlijkheid van God. Daarom planten wij het palmtakje in de grond en hangen het in de stallen. Want God is de God van alle leven.

Bij zijn opdracht in de tempel, werd Jezus gedragen door Maria, als de verborgen koning van Israël, maar hier bij zijn opgang naar Jeruzalem, draagt hem het veulen van de ezelin en waren er mensen bij van allerlei soort, apostelen en zondaars, vrouwen, kinderen, en allen riepen: Hosanna. Bij deze zegetocht willen wij ons nu allen aansluiten, met de palm van vrede in onze hand, om Hem te huldigen als de koning van de vrede en als Heer van heel de schepping.

Zoeken in Preken Online