Gewetensvolle toehoorders
We leven in een tijd waarin vrijheid
wel als één van de hoogste waarden beschouwd wordt. Vrijheid van
meningsuiting, gewetensvrijheid, godsdienstvrijheid, bewegingsvrijheid,
vrijheid van handelen. We hebben een enorme hekel gekregen aan het
woord “moeten”. Het is zover doorgeslagen dat in een katecheseproject
over de vastentijd staat: “In de vastentijd mogen we met elkaar delen”. En in plaats van “Gij zult niet doden” staat er: “Je mag
de ander laten leven”. Alsof je ook de vrijheid hebt de ander te doden
als je dat beter uitkomt. En daarmee wordt in feite het
tegenovergestelde gezegd.
We moeten toegeven dat de 10 geboden
in hun letterlijke formulering tijdsgebonden zijn. In het tiende gebod
bijvoorbeeld wordt de vrouw genoemd bij het bezit van de man, tussen
zijn huis, zijn slaaf, rund en ezel. Wij beschouwen de vrouw nu niet
meer als bezit van de man, maar als gelijkwaardige levensgezel.
Ook
strenge fundamentalistische protestanten houden zich niet letterlijk
aan de 10 geboden, maar interpreteren, bewust of onbewust. Want
bijvoorbeeld het gebod “denk aan de sabbat, dan zult gij geen enkele
arbeid verrichten”, betreft de zaterdag en niet de zondag. En wat
verstaan we onder arbeid? Is auto rijden arbeid en koken niet?
Het
gaat om de geest van de geboden: God erkennen als degene die ons het
leven heeft gegeven en ons samen laat leven op deze ene aardbol.
En
waar mensen samen leven, daar moeten nu eenmaal wetten en regels zijn
om ieders mensenrechten te beschermen en alles eerlijk te verdelen.
Absolute vrijheid bestaat daarom niet. De vrijheid van de één wordt
begrensd door de rechten van de ander.
Omdat de 10 geboden een tijdsgebonden formulering hebben mogen we ze zien als richtingwijzers, een leidraad.
Een
aantal jaren geleden is de Katholieke Katechismus voor Volwassen
uitgekomen. Het tweede deel daarvan handelt over de tien geboden. De
ondertitel van dit tweede deel luidt: “Leven vanuit het geloof, leidraad voor het toegepaste christen-zijn”.
Hoe zit het nu met de gewetensvrijheid? Uit het genoemde boek wil ik daarover enkele stukken citeren:
“Gewetensvrijheid
betekent dat niemand gedwongen mag worden tegen zijn geweten te
handelen. Het Tweede Vaticaans Concilie wijst er op dat het individu
zijn gewetensvrijheid slechts “binnen passende grenzen” mag uitoefenen.
Wat zijn die grenzen dan? … Vrijheid is niet alleen “mijn” vrijheid,
maar ook de vrijheid van “anderen”. Gewetensvrijheid wordt dus beperkt
door de gemeenschappelijke morele waarden en door gemeenschappelijke en
privé-goederen van anderen. Een beroep doen op de gewetensvrijheid mag
er nooit toe leiden dat men inbreuk pleegt op de rechten van anderen en
anderen benadeelt.
De voorschriften van een democratische
rechtsstaat zijn niet bedoeld om de vrije morele beslissingen aan
banden te leggen maar om deze te beschermen en te garanderen. … Daden
die duidelijk de openbare orde verstoren, hebben niets te maken met het
recht op gewetensvrijheid. Voor terrorisme, moord, abortus, roof en
diefstal, kindermishandeling, verkrachting, foltering en de handel in
verdovende middelen, kan men zich niet beroepen op gewetensvrijheid….. .
Voor
de gelovige is de stem van het geweten altijd de stem van God die een
beroep doet op de vrijheid van de mens die geschapen is naar Gods
beeld. We moeten proberen in verantwoordelijkheid onze
geloofsovertuiging te verwezenlijken in een leven vanuit het geloof. De
morele boodschap van de kerk wijst ons op de algemene voorwaarden die
God ons gegeven heeft voor de weg die wij gaan met God en de
medemensen: de tien geboden als oriëntering voor een menselijk geslaagd
leven. (blz.147-149) …..
De 10 geboden garanderen de ruimte voor
een vrijheid die menselijk leven mogelijk maakt. Zij beschermen waarden
en goederen van de mens. De eisen van de geboden weerspiegelen morele
inzichten van het godsvolk waarin fundamentele waarden van het
menselijk leven en samenleven ingang gevonden hebben. Wanneer het
gelovige Godsvolk deze waarden aanvaardt en ernaar leeft, verklaart ze
zich bereid zijn hele bestaan toe te vertrouwen aan Gods leiding.
Wanneer echter vele van deze fundamentele waarden en gedragingen hun
verplichtende karakter dreigen te verliezen in de maatschappij,
betekent dit dat de vrijheid van de mens in gevaar is. (blz.155)” einde
citaat.
Alles wat hier gezegd werd, geldt voor het
tweede deel van de tien geboden. Het eerste deel gaat over onze
verhouding met God. Zoals we de rechten van de medemens moeten
erkennen, zo moeten we ook Gods rechten erkennen. Hij heeft als
Schepper en Vader recht op dankbaarheid, eer en erkenning.
Daar
komt Jezus voor op in het evangelie. Hij kwam niet alleen op voor de
rechten van de mens, maar ook voor die van God. Dus voor de eerste 3
geboden.
De tempel is de ruimte voor God. Handelaren verkochten
er de dieren die in de tempel geofferd moesten worden. Hadden ze dat
zonder winstbejag gedaan of buiten de tempelmuren, dan had Jezus er
niets van gezegd.
De reformatie is ontstaan als protest tegen
handel in de kerk: simonie, dat is de verkoop van gewijde goederen en
ambten, aflatenhandel, sacramentenhandel, e.d.
We moeten ons er
daarom van bewust zijn, dat misstipendia geen verplichte betalingen
zijn voor misintenties en sacramenten, maar vrijwillige giften. Verkoop
van boekjes en kaarsen en andere dingen in de kerk zijn tegen kostprijs
of de opbrengst is voor een goed doel, maar niet om winst te maken.
Van
Lourdes wordt wel eens gezegd dat het een grote kermis is, maar de hele
souvenirhandel vindt plaats in het dorp. Zogauw je het hek van de
heiligdommen binnenloopt, kun je enkel nog maar kaarsen kopen om op te
steken.
Overtrad Jezus niet vaak het gebod van de
sabbatsheiliging? In de ogen van de schriftgeleerden en Farizeeën wel.
Maar dat is nu zo’n duidelijk voorbeeld dat gelovigen één van de
geboden een tijdsgebonden interpretatie hadden gegeven en uitgewerkt
hadden in allerlei menselijke regelgeving. Met genezingen op de sabbat,
wandelingen door de korenvelden en dergelijke, deed Hij niets tekort
aan de eer van God. We zien dat Hij niet naar de letter, maar naar de
Geest van de wet handelde. Hij handelde in volledige gewetensvrijheid
omdat Hij heel zuiver Gods stem van binnen kon verstaan.
Laten we bidden dat wij ook zo kunnen leven, in vrijheid, in echte vrijheid, in de vrijheid die God ons geeft.
Wat is (gewetens)vrijheid? (2006)
B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars