3e zondag van de veertigdagentijd (2006)

B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Zo nu en dan vinden we nog een ouderwetse gulden in de collecte. Wat de milde gevers ervan gedacht hebben, weet ik natuurlijk niet, maar je kunt niet spreken van een echt verantwoordelijkheidsgevoel voor de parochiegemeenschap.
Nu is geld in de kerk een heel moeilijk en heel delicaat onderwerp. Iedereen die even nadenkt zal zonder meer beamen dat geen enkele kerkgemeenschap en kerkorganisatie zonder geld kan. Gebouwen moeten onderhouden worden, licht, verwarming, kaarsen, het kost allemaal geld. Anderzijds gaan het in de kerk om geestelijke waarden en daar kun je geen geldprijs aan verbinden. Bovendien leidt geld in de kerk wel eens tot mistoestanden.
Geld is een uitvinding van de duivel, preekte een Amerikaanse televisiedominee, maar ondertussen vulde hij wel zijn zakken er goed mee, met dank aan zijn aanhangers. En ook in onze eigen katholieke kerk hebben in het verleden mistoestanden bestaan.
In de late Middeleeuwen kon je allerlei aflaten kopen voor geld, alsof je je met veel geld een plekje in de hemel kon verzekeren. Luther heeft fel tegen die misgroei in de kerk geprotesteerd en hij stond aan de oorsprong van het protestantisme.
In Jezus’ tijd was het al niet anders. In en rond de tempel had zich een soort markt ontwikkeld waar je van alles kon kopen voor de offers die gebracht moesten worden. Jezus ergerde zich gruwelijk aan deze praktijken. Hij protesteerde hiertegen in een niet mis te verstane manier: hij werd zo kwaad dat hij de kooplui de tempel uit gooide.
Godsdienst en geld, geestelijke waarden en financiële ondersteuning, het is een soort gedwongen huwelijk wat regelmatig spanningen oproept.
Wat kost een mis bij jullie? Die vraag krijg ik nogal eens. En als ik dan zeg: acht euro. Dan zeggen ze vaak: oh, dat is goedkoop, daar en daar moesten we dertig euro voor een mis betalen. Maar je kunt geen mis kopen zoals je een brood of een fles melk koopt. De geestelijke waarde van een viering, van samen bidden, is niet in een geldbedrag uit te drukken. Bij een stipendium betaal je ook niet voor de mis, maar geef je een bijdrage aan het onderhoud van de kerk. Datzelfde geldt voor een uitvaart of een huwelijk.
Voor het gemak heeft elke parochie hiervoor tarieven opgesteld. En eigenlijk moet je zeggen: jammer dat dit allemaal vastgelegd moet worden in regels, want hierdoor krijg je die vraag: wat kost het? In mijn geboortedorp was een tijd lang een pastoor die vroeg naar draagkracht, zoals dat heet. Van een rijke boer vroeg hij 50 gulden voor een H.Mis en van iemand die het niet zo breed had slechts 5 gulden. En kwaad dat men was, dat was niet eerlijk. Maar eigenlijk zouden mensen dat uit zichzelf moeten doen.
Je zit als parochie altijd klem tussen de noodzaak de financiële situatie van de kerk gezond te houden, zodat alles wat nodig is voor het functioneren van de kerk en van de werkgroepen in de parochie ook betaald kan worden en aan de andere kant mag de parochie nooit uit het oog te verliezen dat het gaat om geestelijke zaken die in feite onbetaalbaar zijn. Het zou mij heel wat waard zijn als we geen stipendia meer zouden hoeven vragen voor de intenties in de weekendvieringen. Als iedereen die een intentie had, die gratis op kon geven. Dat zou de geestelijke waarde van samen vieren en samen gedenken heel wat duidelijker maken. Maar dat is alleen mogelijk als de kerkbijdrage flink omhoog zou gaan.
Bij vieringen in de winter worden de onkosten van licht en verwarming echt niet helemaal gedekt door de collecte en de stipendia. Gelovig zijn is niet in geld uit te drukken, maar iedereen die zijn gelovig zijn serieus wil beleven zal beseffen dan de kerkgemeenschap niet zonder geld kan, dat het goed functioneren van een parochie heel wat kost. Maar dit gedwongen huwelijk zal toch altijd wel spanningen opleveren.

Zoeken in Preken Online