2e zondag van de vasten (2009)

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Het verhaal over het offer van Isaak werd door de christenen vrij vlug toegepast op Jezus. Maar er zit dan wel een serieuze tegenstelling in beide levensverhalen. Wat Abraham niet hoefde te doen - zijn enige zoon prijsgeven - dat heeft God wél gedaan. Zijn solidariteit met de mens is zo groot geweest dat Hij zijn dierbaarste bezit, zijn Zoon, heeft overgeleverd aan de haat en de dood, opdat wij allen zouden leven.

Maar tegelijk is er ook een sterke gelijkenis tussen het bijbelse verhaal over Abraham en de gedaanteverandering op de berg. Beide gebeurtenissen zijn getekend door niet-verstaan en lijden.
Aan Abraham wordt gevraagd dat hij het dierbaarste wat hij heeft zou afstaan aan Jahwe. Zo toch voelt Abraham het zelf aan, zo verstaat hij de stem in zijn binnenste. Isaak, de jongen die Sara en hij als bij wonder nog ontvangen hebben op hun oude dag, moet hij loslaten. Vol overgave, maar niet zonder pijn, gaat hij die lange weg naar boven en neemt hij de nodige voorbereidingen voor het offer van zijn zoon. Hij geeft hier meer dan zichzelf, omdat de trouw aan zijn God, die hem wegriep uit Ur, blijkbaar een sterkere band is dan de bloedverwantschap met zijn kind.
Abraham staat hier temidden van de paradox, die Jezus zo dikwijls ter sprake brengt in het evangelie: je leven verliezen om het te winnen, zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid, wie zijn vader of moeder meer bemint is Mij niet waardig…

Op de berg van de gedaanteverandering gebeurt hetzelfde. Nog maar pas heeft Jezus aan zijn leerlingen over zijn lijden gesproken, maar ze hebben de draagwijdte van zijn woorden niet begrepen. Ze wilden het niet begrijpen. Hij neemt er slechts enkelen mee naar boven, opdat ze zouden aanvoelen dat Hij vanuit zijn verbondenheid met zijn Vader en omwille van hen, bewust zijn dood tegemoet gaat.

Het licht van de verrijzenis omstraalt Jezus reeds op de berg, maar die drie leerlingen worden erdoor overrompeld. Na zijn dood en verrijzenis zullen ze naar dit moment teruggrijpen, wanneer ze zelf temidden van hun verdriet en ontgoocheling ervaren dat zijn dood niet tevergeefs is geweest, dat het kruis geen teken van mislukking, maar van bevrijding is.

Abraham overkomt hetzelfde. Wanneer hij op het punt staat alles weg te geven of alles te verliezen, juist dan ontmoet hij Jahwe als de God van het leven, Die wat bedreigd is ombuigt tot een zegen voor de toekomst. Zijn nakomelingen zullen talrijker zijn dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. De regenboog uit het verhaal van Noach van vorige week staat ook nu weer boven het land van de Moria en boven de berg van de gedaanteverandering.

Is dit niet te hoog gegrepen? Wordt hier niet teveel van de mens gevraagd? Hoe kan God nu willen dat je het dierbaarste wat je hebt, prijsgeeft omwille van Hem?
Ik geloof nooit dat God wil dat wij het verdriet en het lijden zoeken. Mensen ondervinden al meer dan genoeg lijden. Onverwacht worden wij ermee geconfronteerd.

Maar misschien willen deze lezingen ons een mogelijke weg aanwijzen om ermee te leven. Het is een weg van geloof en aanvaarding, waarmee wij soms worstelen, maar al doende kan het gebeuren dat je van gedaante verandert en dat je de God, die je eerst aansprakelijk stelde voor je verdriet, nu van dichterbij leert kennen als een Vader die het leven van al zijn mensen behartigt. Hij weet wat loslaten en prijsgeven betekent, want Hij heeft zijn eigen Zoon gegeven. Dat te weten stelt ons misschien in staat om enerzijds de grenzen waarop we stoten te doorleven en anderzijds ons te verzetten tegen alles wat het geluk bedreigt.

Misschien is het stralend licht van Pasen nog wat te fel voor je verdrietige ogen of durf je er nog niet over spreken met mensen die gekwetst zijn door het leven - de leerlingen begrepen dat stralend licht op de berg ook nog niet - maar toch wordt het ons vandaag als een belofte meegegeven. Sinds Abraham, en sinds Jezus de berg opging, wordt het nooit meer helemaal donker over onze aarde en ons menselijk bestaan.
Als extra bemoediging stonden boven op de berg bij Jezus die twee groten uit de bijbel: Mozes en Elia. Twee mensen die ook risico’s hebben moeten nemen, die tegenslagen te verduren hadden, die op de vlucht waren geslagen om hun zending te ontlopen, maar die beiden God ontmoet hebben en hun opdracht ten einde toe vervuld hebben.

Mogen deze verhalen ons moed geven om te dragen wat moet en om mee onze schouders te zetten onder het leed van anderen. De veertigdagentijd en de jaarlijkse actie van Broederlijk Delen kunnen ons tot inspiratie zijn.

Zoeken in Preken Online