Beste dorpsgenoten,
U en ik belijden een godsdienst waarin het verhaal uit de eerste lezing: God die Abraham op de proef stelt en hem opdraagt zijn “enige zoon, die gij liefhebt” als brandoffer op te dragen, een hoogst eerbiedwaardig oerverhaal is.
Bij de officiële lezingen van deze zondag horen de woorden van Paulus die in zijn brief aan de Romeinen (8, 31-32) schrijft: “Indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard: voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken?”
En in het evangelie wordt verteld dat Jezus van gedaante veranderde, als een godheid, en dat een stem uit de wolk klonk: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Gaat dat over een andere God dan die over wie Paulus schrijft?
In de oude tijden was godsdienst gebaseerd op verhalen waarmee een volk vorm gaf aan zijn opvattingen over grote gebeurtenissen in de oertijd, over de godenwereld, en over het ontstaan van de wereld.
Een bekend thema was dat een koning bij het stichten van zijn stad zijn eerstgeborene zoon doodde en hem bij wijze van eerste steen en fundament inmetselde in de stadsmuur. Om zich te verzekeren van de zegen van de goden over zijn stad. Of ook dat een veldheer na het behalen van een overwinning een zoon of dochter aan de goden offerde uit dankbaarheid.
Vertrouwde verhalen waarbij het niet eens opvalt dat er niet gerept werd over de gevoelens van moeders van zulke kinderen. Ook niet in het geval van Isaak, zoon van Abraham en Sarah of van Jezus van Nazareth, zoon van Joseph en Maria.
De dichter van het boek Genesis zag Abraham in zijn verbeelding als de aartsvader van een groot volk, ontelbaar als zandkorrels aan de zee of sterren aan de hemel. Dan is het helemaal volgens de traditie dat er sprake was van het offeren van de eniggeboren zoon ook al liep het met Isaak goed af.
En precies zo zag Paulus een bovenaardse toekomst voor Jezus. Hij heeft het verhaal van Abraham en Isaak genomen als het model voor de bouw van zijn stad Gods waarbij God zelf de koning was die zich hield aan gebruikelijke gewoonten uit oude tijden.
Wij kunnen uitleggen en bijbelkunde bedrijven zoveel als we willen, en we kunnen herinnerd worden aan goddelijke openbaring en kerkelijke traditie en gezag. Vroeg of laat zal iedereen weten waar die verhalen uiteindelijk vandaan komen en wat hun waarheidsgehalte is.
Jezus is inderdaad op het kruis gestorven. Juist zoals ontelbare anderen, toen en nu, geliquideerd worden als tegenstanders, of mensen die in de weg lopen. In dat soort mensen kende hij zichzelf terug, wij kennen in Jezus de slachtoffers terug van onze tijd, niet de eniggeborene, die moest sterven om onze zonden.
Staan we dan met de mond vol tanden? Helemaal niet!
We kunnen luisteren naar de stem uit de wolk: “Dit is mijn zoon, de welbeminde, luistert naar hem. "
De twee handen die de aardbol vasthouden zijn een model voor alles dat opgelegde zingeving doen verdampen. Daar kijk ik niet alleen naar, die spreken mij ook aan juist als de stem uit de wolk. Als ik kijk en luister naar de manier waarop Jezus geleefd, gesproken en gehandeld heeft, dan ben ik er diep van overtuigd dat hij intens gevoeld heeft wat de poster uitdrukt.
Jezus is steeds meer gegrepen door de ervaring uitgedrukt in de woorden: “Dit is mijn zoon, de welbeminde.”
Anders gezegd: “Wij houden je vast, wij brengen je verder, je grenzen voorbij.”
Jezus wil zijn godservaring met ons delen, niet gebaseerd op oude verhalen over dood, offers, vlees en bloed, wel op de onuitsprekelijke barmhartigheid die hij Vader noemde. Zo werd hij de zoon en kunnen wij met hem de Vader ondervinden.