Zusters en broeders,
Gedaanteverandering, dat is het thema van deze tweede zondag van de veertigdagentijd.
In de eerste lezing beeldt Abraham zich in dat God het offer van zijn zoon Isaak eist. Mensen-, ook kinderoffers waren in die tijd niet zo ongewoon in de heidense omgeving waarin Abraham leefde. Ook hij is aangetast door die zonde van dood en verderf, want anders dan zonde, dood en verderf kun je zoiets als het offeren van mensen, van je eigen kinderen, niet noemen. Maar op de berg ondergaat Abraham een gedaanteverandering. Hij komt tot het inzicht dat God niet is in mensenoffers en dat Hij het leven wil, niet de dood. Zijn en onze God is geen God van de dood, wel van het leven.
In het evangelie ontmoet Jezus twee profeten wiens leven ook helemaal veranderd is. Op de berg Horeb, de berg van God, ontmoette Mozes God in het brandende braambos, en die ontmoeting veranderde hem helemaal. Hij liet zich niet langer leven door de welvaart waarvan hij dank zij een goed huwelijk kon genieten, maar hij werd de redder van zijn volk. Hij leidde het weg uit de slavernij van Egypte naar het beloofde land. Enkele eeuwen later ontmoette ook Elia God op de berg Horeb, en ook hij onderging een gedaanteverandering. Elia was een geweldenaar. Hij had alle priesters van de afgod Baäl vermoord, hij was op de vlucht en wilde sterven. Maar dan ontmoette hij God. De brutale vent die Elia was, dacht dat God zich openbaarde in een zware storm, maar God was niet in de storm. En Hij was ook niet in de aardbeving die volgde op de storm, en evenmin in het verschroeiende vuur dat daarop volgde. Hij was wél in het suizen van een zachte bries nadien. Een openbaring die Elia zijn hele leven zou meedragen: dat God niet is in geweld, maar wel in zachtheid en tederheid en liefde. En God is ook in Jezus. Op de berg Tabor is Hij zozeer in Jezus dat Die Hem uitstraalt, dat God letterlijk wordt zichtbaar in Hem. En tot Petrus, Jacobus en Johannes zegt Hij: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde. Luister naar Hem.”
Dat is wat wij en onze wereld beter zouden doen: luisteren naar Jezus, en net als Abraham, Mozes en Elia een gedaanteverandering ondergaan. Een gedaanteverandering die ertoe zou leiden dat het geweld stopt en dat er geen mensen- en geen kinderoffers meer gebracht worden op het altaar van de afgoden van deze tijd: geld en macht. In naam van deze goden leven over de hele wereld, ook in Europa, miljoenen kinderen op straat. Ze proberen te overleven in de riolen van de steden, en velen worden door rijken en andere machtigen straffeloos vermoord. En ook in naam van de goden van deze tijd ontslaan zeer winstgevende bedrijven honderden, duizenden arbeiders en bedienden. We moeten niet verder kijken dan ons eigen land: de grootste brouwer ter wereld, het Leuvense Inbev, maakt een winst van meer dan één miljard euro bekend, maar kondigt tegelijk de sluiting van Hoegaarden en van Jupille aan. Honderden mensen op straat, maar ja, wie geeft erom? De aandeelhouders worden er beter van, en dat is het enige wat telt. Niet meer de sociale functie van een bedrijf, alleen de winst is nog van tel, winst die gaat naar altijd minder en minder mensen die altijd maar rijker en rijker worden. Ten koste van anderen. Die zijn alleen maar goed om geofferd te worden op het altaar van de hedendaagse afgoden.
Zusters en broeders, onze uitzinnig-liberale wereld heeft dringend nood aan bezinning. Ik bedoel liberaal hier niet in de politieke betekenis van het woord, wel in de morele en de sociale betekenis: de absolute vrijheid van het individu, dat geen rekening houdt met de gemeenschap. Geen vragen meer stellen, zeker geen vragen die geld kunnen kosten, want dan brengen ze de uitzinnige rijkdom van enkelen in gevaar. Dus in naam van de vrijheid geen vragen meer naar uitbuiting, kinderprostitutie, corruptie en onrecht, en zeker geen vragen naar abortus en euthanasie. Die abortus gewoon uitvoeren en die demente die toch niets meer weet gewoon doen sterven. Niets doen voor elkaar, en zeker niets doen voor de zwaksten in onze samenleving. Die moeten zwijgen, in naam van de vrijheid natuurlijk.
Zusters en broeders, oproeien tegen die stroom van geld en macht, dat moeten we willen doen. Een gedaanteverandering ondergaan, ons afvragen waar we mee bezig zijn. Of we van ons eigen leven en dat van anderen echt leven willen maken, dan wel of ook wij willen meedraven in de afgodenstoet, de kinder- en de mensenoffers van deze tijd en van deze maatschappij. Deze veertigdagentijd is daartoe een uitgelezen gelegenheid: aan de hand van de Bijbelteksten die we elke week zullen horen onszelf bevragen en kiezen voor onze God en voor het leven, ook voor het leven van anderen. Niet voor afgoden en niet voor de dood. Amen.