Vond u het ook zo’n moeilijk verhaal, die eerste lezing?
Onvoorstelbaar, dat een vader zijn kind zou kunnen opofferen, letterlijk
slachtofferen.
Uit de afloop van het verhaal kunnen we gelukkig
concluderen,
dat God geen mensenoffers wil, daarover hoeven we niet
lang te spreken.
Waarom staat dit verhaal dan toch in de bijbel?
We
weten uit verschillende bronnen, dat in lang vervlogen tijden mensen
dachten,
dat zij offers aan de goden moesten brengen.
Meestal was
dat iets zoals een dier uit hun veestapel,
of de eerste opbrengst van
de landbouw.
Maar bij belangrijke gebeurtenissen, zoals de bouw van een
nieuwe stadsmuur,
ging men soms zover om kinderen te offeren.
Het is
voor mij en U niet voor te stellen.
En datzelfde mogen we van God
zeggen,
Hij keurt deze offers ook af,
want God is een God van
levenden,
een God die het leven van alle mensen wil en niet de dood.
Nu gaat deze lezing ook niet alleen over dit offer.
Waar gaat het in
deze lezing in wezen over?
Bij het lezen van het verhaal viel mij op,
dat er twee keer gezegd wordt, dat God, of de engel van God, Abraham riep.
Abrahams antwoord is beide keren: " Ik luister “.
Abraham luistert naar wat God van hem vraagt.
Abraham luistert naar God
en vertrouwt op God.
Hij heeft in zijn lange leven tot dan toe al
zoveel geluisterd naar God.
Op Gods roep heeft hij zijn vaderland
verlaten,
en is op weg gegaan naar een land dat hem beloofd was,
beloofd voor hem en zijn kinderen en al zijn nakomelingen.
In
vertrouwen op God liet hij zijn vertrouwde vaderland los,
liet hij zijn
familie los, en ging op weg naar een land van belofte,
een land dat hij
niet kende.
In vertrouwen op God hoopte hij op kinderen,
en hoewel
zijn vrouw Sara en hijzelf al oud waren,
kregen zij toch nog, heel
onverwacht, een kind, Isaak.
En nu lijkt die weg dood te lopen:
hij
dreigt Isaak, het kind van de belofte, toch weer te verliezen.
Maar
Abraham vertrouwt op God: “God zal erin voorzien” antwoordt hij Isaak,
als die een vraag stelt over het offerlam.
En toen Abraham de tweede keer
zei “Ik luister”,
zag hij ook een offerlam verstrikt
in de struiken.
God heeft voorzien in het offerlam.
Loslaten en
vertrouwen.
Abraham liet los en vertrouwde.
Loslaten
en vertrouwen zijn woorden,
die ook nu voor ons in 2006 nog steeds heel
belangrijk zijn.
Want ook wij zitten vast aan allerlei zaken, die we
niet los kunnen laten.
We vinden dingen belangrijk,
die als het er
echt op aankomt helemaal niet zo belangrijk zijn:\
- de televisie - je moet er toch niet aan denken, dat je de “idols finale” gemist zou hebben bijvoorbeeld!\
- of geld: iedereen weet wel dat geld niet gelukkig maakt, maar ondertussen wordt het verschil tussen rijk en arm groter en groter\
- of kinderen in onze tijd, die toch vooral maar moet presteren.
Als ik zie, hoe soms kinderen bijna al hun vrije tijd moeten besteden aan training,
om toch maar topvoetballer of olympisch kampioen schaatsen te worden.
Worden die kinderen dan niet opgeofferd aan de eerzucht van de ouders?
De belofte van God ging in Abraham en Isaak verder.
Abraham wordt gezien als de stamvader van het joodse volk,
het volk van Gods belofte.
Abraham wordt ook door de christenen gezien als vader van het geloof,
want de christenen hebben het geloof gekregen via de joden:
Jezus was immers een jood!
Abraham wordt gezien als stamvader van de Arabieren
en door hen van de moslims.
En de moslims vieren elk jaar het schapenfeest, ook wel offerfeest genoemd,
precies ter herinnering aan het verhaal wat wij vandaag gehoord hebben.
Abraham kan dus de vader genoemd worden van joden, christenen en moslims:
wij zijn dus allemaal lid van een en dezelfde grote familie.
Helaas laat de harde werkelijkheid anders zien,
gezien de steeds voorgaande oorlog in Israël en de Palestijnse gebieden.
Maar ook in Europa zien we steeds meer verharding tussen mensen met een verschillende achtergrond.
Het is te hopen, dat wij elkaar - ondanks soms grote verschillen -
kunnen zien als broers en zussen van elkaar.
In de evangelielezing horen we over Jezus,
die met zijn leerlingen Petrus Johannes en Jakobus ook de berg opgaat.
Op de berg krijgen ze een visioen:
ze zien Jezus stralend wit - en met hem Mozes en Elia.
Mozes: de man, die het joodse volk uit de slavernij naar de vrijheid heeft geleid,
Mozes, aan wie God op de berg Sinaï de tien geboden heeft gegeven,
tien richtingwijzers voor een wereld waarin mensen goed met elkaar kunnen leven.
En eeuwen na Mozes, Elia, de man, die het joodse volk liet zien,
 hoever zij van die tien geboden afwijken.
Elia probeert de mensen weer op het rechte pad te brengen.
Jezus staat in de lijn van Abraham, Mozes en Elia.
God had zich in de geschiedenis van het joodse volk laten zien via deze mensen
Jezus is net zo een man van God -
en zo leren de leerlingen later inzien DE man van God.
Maar hoe mooi het visioen daar boven op die berg ook is,
ze mogen en kunnen er niet blijven.
Jezus gaat met zijn leerlingen weer de berg af,
en hij moet weer de wereld in om de blijde boodschap van God te verkondigen.
Jezus en zijn leerlingen moeten een weg volgen,
die ook wij moeten gaan:
Opkomen voor de zwakken in de samenleving,
Een weg van gelukkig worden door gelukkig te maken.
Een weg die niet door iedereen wordt gewaardeerd,
en die voor Jezus eindigde met de dood op het kruis.
Maar het visioen blijft bestaan,
het visioen van Pasen, van opstanding uit de dood.
Ook wij mogen weten, dat wat er ook op ons pad moge komen,
welk diep dal we door moeten,
of welke hoge berg we moeten beklimmen:
Samen zijn we op weg naar Pasen, feest van het leven,
feest van licht, licht dat ons deel zal zijn.