2e zondag vasten B 2015 Gen 22,1-18 (offer Izaak) Mk 9,2-10 (Berg Tabor?)
We weten allemaal dat ons geloof begonnen is met Abraham, dat God (Jawheh) rond ongeveer 1800 V. Xus Abraham wegroept uit Ur (Z-Irak) en hem wil leiden naar het ‘Beloofde Land’. Om de passage van vandaag goed te begrijpen moeten we Abraham situeren in de concrete situatie van zijn tijd. In het Midden-Oosten (Iran, Iraq, Syrie¨, Palestina=de bekende wereld van Abraham)( en rond de Middellandese Zee (=Feniciërs,=kustvolkeren) bestaat er alleen het veelgodendom. Dat betekent dat er voor iedere wens van de mens wel een God is tot wie ze zich richten opdat die wens in vervulling zou gaan. Ook voor Abraham is dat heel vanzelfsprekend. Eén van de belangrijkste goden is de God Baäl (soms Moloch), de God van het weer en van de vruchtbaarheid. Het weer en vruchtbaarheid gaan samen. Het is een vruchtbare, maar ook nogal droge streek, vandaar dat regen erg belangrijk is. Het is de god van de vruchtbaarheid. Tot hem wordt gebeden opdat mannen en vrouwen vruchtbaar zouden zijn en een groot nageslacht zouden hebben, de grond vruchtbaar zou zijn en dus een overvloedige oogst, de handel vruchtbaar zou zijn, dus voor een bloeiende handel en in die zin dus ook welvaart, rijkdom, macht. Om een godheid gunstig te stemmen, bracht men hem offers. De cultus tot die god ging zo ver dat er zelfs kinderen geofferd werden, kinderen levend verbrand op een altaar of helemaal vastgebonden in de armen van dat afgodsbeeld werd gelegd. In de muil van dat beeld was een oven, de armen werden opgetrokken tot het kind verdween in de muil van het beeld en daar levend verbrand werd. Of als men een huis of een stad ging bouwen en men die godheid gunstig wilde stemmen werden kinderen levend in de fundamenten of in de muren ingemetseld. Zo heeft men in het Midden –Oosten tot zelfs in Tunesië ‘heilige’ plaatsen ontdekt met de beenderen van honderden kinderen. Zelfs in Jeruzalem bestond dat. Voor wie er ooit geweest is, als je vanaf de oude stadsmuur kijkt, dan hebt je links de Kironvallei= Olijfberg met nogal wat groen/vele graven in de vallei en rechts de Hinnomvallei= kaal, grijs, mistroostig= de kinderoffers tot in 5e E voor Christus. Wat we vandaag in de eerste lezing horen, moeten we plaatsen in die tijd van kinderoffers. De lezing begint met: ‘God (Jahweh) stelde Abraham o p d e p r o e f en riep Abraham zijn zoon (énige zoon, die bij wonder geboren werd toen Abraham en Sara 72 jaar oud was en Sara blijkbaar onvruchtbaar was) zijn zoon te offeren op de berg. Stel je voor wat dat voor Abraham betekent: zijn enig kind dat hij met veel moeite heeft kunnen verwekken te moeten offeren. Zo begint het verhaal, maar……verder in het verhaal verhindert God dat Izaak geofferd wordt en er in plaats een ram geofferd wordt. Dat is nieuw!!Jahweh wil geen mensenoffers!!dat is ongehoord nieuw. Jahweh is geen eigenzuchtige God, geen zelfgenoegzame God. Vanaf dan wordt hij in het OT ook meestal genoemd de ENE: er is er maar één zo! Jahweh, de ENE is diegene die begaan is met de mens, die de mens goeds, leven, heil toewenst. Jahweh heeft Abraham uitgetest, willen voelen of hij voor die ‘NIEUWE’ god (die Hij toch voor Abraham is) evenver zou gaan als voor die vroegere goden en Hij heeft gezien dat Abraham aan Jahweh trouw blijft. Daarom zal Jahweh met Abraham al een verbond sluiten, Hij verbindt er zich toe er te zijn tot heil van de mens. Hij zal daarom, vooral vanaf Mozes, de mens ‘geboden’ geven, maar ‘geboden’ is zo’n pejoratief woord: het zijn goddelijke adviezen, goddelijke richtingswijzers op dat er heil, leven zou zijn voor alle mensen. Toch blijft dat vereren van die vruchtbaarheidsgoden, naast het luisteren naar Jahweh ook in Israël bestaan tot de vijfde eeuw voor Xus. Vandaar dat de profeten later telkens weer opnieuw het volk duidelijk maken dat zij verkeerd bezig zijn, dat zij niet Jahwehs wegen volgen maar ook nog andere goden die de mens niet tot heil dienen.
De mens offerde aan de Baälgod, de god van de vruchtbaarheid: voor een vruchtbaar nageslacht, een vruchtbare oogst, een vruchtbare,bloeiende handel, een vruchtbare economie. Ik denk dat we die God Baäl vandaag vooral de god van de heersende economie systemen mogen noemen. De economie moet draaien, er moet zoveel mogelijk winst gemaakt worden, er moet geproduceerd worden en vooral geconsumeerd. Grote bedrijven trekken naar lage loon landen en veroorzaken grote werkloosheid. Goedkope producten doen het goed en dus worden kinderen gedwongen in onveilige en stofferige hokken voor het westen te produceren. In Oost-Congo wordt er voortdurend gevochten en gedood om in het bezit te komen van mineralen die we nodig hebben voor onze moderne technologische snufjes als gsm en iphone. Grote firma’s bekampen mekaar, wurgen mekaar om nog meer winst te maken.Net zoals vóór 2008 zijn banken en financiële instellingen weer bezig financiële luchtconstructies te maken die vroeg of laat in mekaar storten en opnieuw een bankencrisis, economische crisis en werkloosheidcrisis zullen teweeg brengen zoals in 2008 en waar we nu belange nog niet uit zijn. En met al die zogezegde ‘vruchtbare’ economie verdwijnt stilaan de middenklasse en wordt de tegenstelling tussen arm en rijk steeds maar groter. Dat is ook waar onze aandacht op getrokken wordt door Broederlijk Delen dit jaar. In het Andesgebergte in Peru willen de boeren (kleine boeren) blijven leven van hun landbouw. Maar grote firma’s willen daar aan mijnbouw doen, allerlei ertsen gaan ontginnnen. Die mijnbouw ontneemt hen het water dat ze zo hard nodig hebben voor hun akkers en terzelfde tijd vervuilt de mijnbouw het water én de grond zodat ze niet meer kunnen leven van wat het land voortbrengt. Ook hier weer wordt de boer, de kleine man opgeofferd aan de grote, machtige mijnuitbaters, opgeofferd aan de God Baäl, aan de god van grote winsten, kapitaal en macht. Als we de god van de economische systemen blijven achterna lopen, dan houdt voor heeeeel veeel mensen, dààr én hier, echt en waardig leven op. Het offer van Izaak is geen oud verhaal!!Het is springlevend in onze tijd.
Laat me toe nog iets te zeggen over het evangelie. Wat daar gebeurt op de berg -die ‘gedaanteverwisseling’ -is Jezus in al Zijn heerlijkheid, is Jezus wanneer het Rijk Gods gerealiseerd is wanneer Hij alles in allen zal zijn, of we kunnen zeggen wanneer het beloofde ‘land’ bereikt is. Dat mogen die apostelen heel even zien. Maar, zegt Jezus, spreek er nog maar met niemand over, we moeten terug de berg af, we zijn er nog niet, er moet nog heeel veeel gebeuren voor het zover is. En dat zal niet komen met de god Baäl, maar alleen als je leeft zoals Elia – die bij Hem staat-, de grote profeet die daar tegen revolteerde en met de dood bedreigd werd en als je leeft volgens Mozes’geboden –die ook bij Hem staat-, d.w.z. volgens de adviesen, de richtingswijzers van de ENE en dat is méér dan je te houden aan 10 keer ’niet’ doen, verboden, veel meeer!