In de woestijn kom je jezelf tegen, je zwakke en je sterke kanten.
Ín de woestijn leer je dingen relativeren,
je leert zien wat werkelijk belangrijk is en wat van minder belang is.
Ik wil dit illustreren met een verhaaltje over twee vrienden
die een tocht door de woestijn maken.
Op een gegeven moment krijgen ze ruzie
en de ene vriend geeft de ander een klap in zijn gezicht.
De vriend die wordt geslagen wrijft over zijn gezicht,
gaat zitten en schrijft in het zand:
‘Vandaag sloeg mijn beste vriend mij in mijn gezicht.’
Gezamenlijk lopen ze verder. Na een uur komen ze bij een oase.
De vrienden lessen hun dorst en nemen een bad in het verkoelende water.
Als hij weer uit het water wil stappen,
komt de vriend die eerder geslagen werd in drijfzand terecht.
Zijn vriend snelt toe en redt hem van de verdrinkingsdood.
Nadat hij hersteld is van de wisse dood die hij voor zich zag,
schrijft de vriend op een steen:
‘Vandaag heeft mijn beste vriend mijn leven gered.’
De ander ziet wat zijn vriend aan het doen is en vraagt verbaasd:
“Nadat ik je sloeg schreef je in het zand.
Nu ik je gered heb, schrijf je op steen. Waarom doe je dat?”
De vriend antwoordt: “Wanneer iemand je kwetst en je schrijft het in zand,
dan zal de wind van vergeving het uitwissen.
Als iemand iets goeds voor je doet, zou je het in steen moeten schrijven.
De wind kan het dan nooit uitwissen.”
De moraal van het verhaal: leer je pijn in het zand te schrijven
en beitel de mooie dingen in je leven in steen.
In de barre omgeving van een woestijn ontstaan gemakkelijk ruzies.
Toen het joodse volk 40 jaar lang door de woestijn trok was dat ook zo.
Maar ondanks alle geruzie en gemopper groeiden ze naar elkaar toe en
leerden zij oog te hebben voor de dingen die werkelijk van belang zijn
in het leven.
In het evangelie van vandaag horen we
dat Jezus 40 dagen en nachten in de woestijn verblijft,
en ook hij komt er zichzelf tegen, zijn zwakke en zijn sterke kanten.
Ook in hem groeit het besef wat werkelijk belangrijk is
in de messiaanse taak die hij voor zich ziet.
Als elke mens heeft hij de neiging de weg van het gemak te gaan.
Als je honger hebt en je kunt van stenen brood maken,
waarom zou je dat dan niet doen, dat is toch het gemakkelijkst.
En als je in de die woestijn geconfronteerd wordt met je eigen kleinheid,
waarom zou je dan niet dromen van grootheid en macht
en als je daar dan gemakkelijk aan kunt komen,
waarom zou je dat dan niet doen?
Hij gaf niet toe aan die zo heel menselijke bekoringen,
hij besefte dat dit niet paste in zijn opdracht
om mensen een nieuw begin te laten maken
en hen te helpen te leven volgens Gods bedoelingen.
Wij zijn allemaal op weg in ons leven, op weg naar het beloofde land,
naar een wereld waar iedereen levensgeluk kan vinden.
Nu lijkt de wereld nog op een grote en dorre woestijn,
waar mensen honger en dorst lijden, helaas vaak letterlijk,
maar ook vaak figuurlijk, honger en dorst naar aandacht en liefde.
Op onze tocht door de woestijn komen we ook veel geruzie tegen,
veraf en dichtbij, en we zien dat mensen geslagen worden.
En we hebben de neiging om terug te slaan,
in plaats van een verzoenende hand te reiken.
Op onze tocht door deze woestijn hebben we er vaak moeite mee
om geruzie, onenigheid, door de wind van vergeving te laten verwaaien,
om te kijken naar de positieve dingen en die niet te vergeten.
Op onze tocht door de woestijn komt er van alles op ons af,
zeker ook de neiging om in alles de weg van de minste weerstand te gaan.
Waarom zou je het moeilijk doen als het gemakkelijk kan.
We hebben allemaal min of meer de neiging
om ons boven anderen verheven te voelen,
om groter te willen zijn dan anderen.
Maar daar ligt juist de oorzaak van veel geruzie, van tweespalt en zelfs oorlog.
Door het leven gaan zoals God bedoeld heeft vraagt van ons
dat we ons nooit te groot voelen om ons dienstbaar te maken aan anderen,
dat we moeilijke dingen niet zomaar uit de weg gaan
om anderen bij te staan.
Dat kunnen we met zijn allen steeds weer een nieuw begin maken
op de weg die God voor ons bedoeld heeft.
1e zondag van de veertigdagentijd (2009)
B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars