WELKOM
Op weg naar Pasen lezen we de psalmen met extra aandacht. Op de donderdagavonden bekijken een van de zondagspsalmen van dichtbij. Afgelopen donderdag was het psalm 25. De psalm nam ons mee naar menselijke ontreddering die op het eerste gezicht onopvallend was.
De woestijn is ook een plek van ontreddering. Waardoor komt een mens in de woestijn terecht? Een mens kiest meestal niet bewust voor de woestijn. Je hebt het aanvankelijk niet eens door van jezelf: een mens gaat zijn wegen in de veronderstelling dat het verstandige keuzes zijn die gemaakt worden.
Maar het kan zijn dat de wegen je steeds verder voeren van je oorsprong, steeds verder weg van de vreugde van je jeugd en het basisvertrouwen in God dat je wellicht hebt meegekregen of dat je altijd diep in je hart hebt meegedragen. Ze brengen je steeds verder van de mensengemeenschap waar je bij hoorde. Je komt alleen te staan.
In deze vastentijd proberen wij dat basisvertrouwen in God weer terug te vinden, om het verbond weer te vernieuwen.\
HOMILIE
Degenen die donderdag bij de avond geweest waren om psalm 25 te lezen, zullen het ongetwijfeld jammer vinden dat we nu in de liturgie maar een klein stukje ervan hebben gelezen. De eigenlijke kern van de psalm die we ontdekt hebben, zit er niet eens in. Toch wil ik vandaag ingaan op deze psalm die U natuurlijk thuis kunt nalezen in zijn geheel.
Waarom helpen psalmen bij het bidden? Krijgt de psalmist wel een antwoord van God? We hebben geconstateerd dat er in de psalm geen direct antwoord te beluisteren valt. Daarom hebben sommigen, ook gelovige mensen, moeite met de psalmen omdat ze een open einde hebben.
Toch wordt degene die psalmen bidt meegenomen in een geestelijke beweging, zeker wanneer de psalm van zo dichtbij bekeken wordt als wij donderdag gedaan hebben. Het bidden van de psalm verandert de biddende mens en dat brengt hem dichter bij zichzelf en dichter bij God. Het geeft ook dieper inzicht wat bidden eigenlijk is. Het psalmengebed is meer dan vragen en het is ook meer dan alleen maar stil mediteren of mooi zingen.
De mens opent zich in het gebed langzaam maar zeker voor de aanwezigheid van God. In deze psalm 25 vraagt de psalmist aan God onderricht om de juiste wegen te kiezen. Dat herinnert ons aan een eigen karakter van het Bijbelse geloof: het gaat er vooral om de juiste weg te kiezen, het juiste gedrag te vertonen. De Tien geboden die Mozes van God ontvangen heeft, herinneren daar sterk aan, ze zijn geboden voor het goede handelen van de mens. De mens die in God gelooft wordt herkend aan zijn goede levenswandel en zijn rechtvaardig optreden.
We lezen verder in de psalm en zien een afwisseling tussen verschillende soorten tekst. Er is gebed waarin God aangesproken wordt en waarin Hem gevraagd wordt om een antwoord te geven op de trouw van de psalmist die op God zijn leven wil bouwen. Deze stukjes gebed worden afgewisseld met stukjes tekst waarin nagedacht wordt over wie God eigenlijk is en wat Hij in de geschiedenis heeft gedaan: het gaat dan over God en is niet tot God gericht. Daarin wordt duidelijk dat juist de kleine mens, de mens die hetzij spiritueel hetzij materieel arm is, op God mag rekenen. Het zijn de zondaars en de armen, de bekende bijbelse categorieën van mensen die het meest mogen rekenen op God. Zij zijn degenen voor wie God speciale aandacht heeft. Zij hebben niemand anders op wie zij kunnen rekenen. Het behoort bij Gods ordening, bij zijn gerechtigheid dat aan hen recht wordt gedaan. God is hun pleitbezorger.
Dit nadenken door de psalmist roept bij hem het besef op dat hij minder vroom is dan hij zich aan het begin heeft voorgedaan. Hij wil wel hoopvol bouwen op God, maar hij moet bekennen dat hij vaak andere, verkeerde wegen gekozen heeft. Wegen die hem de woestijn in hebben geleid, wegen die hem losgemaakt hebben van de gemeenschap waaruit hij is voorgekomen. Hij hoort ook bij de categorieën die hij heeft aangehaald, zondaars en armen. Hij staat niet aan de kant van degenen die alles bereikt hebben en die de juiste weg hebben gekozen.
Midden in de psalm roept hij Gods naam aan, de eeuwige, God die er altijd is, ook als de mens zich heeft afgewend. Hij roept God aan en vraagt vergeving voor zijn grote fout die hij gemaakt heeft. Blijkbaar is dit het moment van eerlijkheid, waar hij zich helemaal openstelt voor God. Blijkbaar is er ooit iets gebeurd in het leven van de psalmist, iets dat hij altijd verborgen heeft en dat hij nu in de aanblik van Gods heilige Naam durft te bekennen. Op grond van het verbond zal God hem toch niet loslaten, ondanks de vergissingen die hij begaan heeft?
Dan breekt de psalmist los en beseft hij hoe alleen hij is. Er is nu geen sprake meer van een weg die gekozen moet worden: de psalmist beseft dat hij vast zit, dat hij geen kant meer op kan, dat zijn voeten als het ware in een strik gevangen zitten. Zijn benauwenis wordt groter en zijn gebed wordt nog directer. Zijn omgang met God wordt vertrouwelijk zoals vrienden met elkaar kunnen spreken. Die echte vriendschap openbaart zich aan de psalmist in het bidden en in het eerlijk bekennen van zijn tekorten. Het eindigt met een gebed waarin het vertrouwen hersteld is en de psalmist opnieuw zijn vertrouwen in God uitspreekt. Nu weten we echter door welk diep dal hij is gegaan en hoe bijzonder het is dat hij zijn vertrouwen uitspreekt.
Door het bidden van de psalm, komt de mens steeds dichter bij de kern van zijn bestaan, groeit zijn eerlijkheid en durft hij voor God te staan zoals hij is, met zijn fouten en te korten. De psalm leert ons als het ware dat het verbond van Gods Naam ons vrijmoedig mag maken naar God. Als wij hoopvol blijven bouwen op het verbond dat Hij met ons gesloten heeft, dan zal dat altijd de grond onder onze voeten zijn en de zin van ons bestaan.
Amen