Veertig dagen in de woestijn (2009)

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

De woestijn heeft haar vrienden: zij die er wonen; toeristen die haar niet altijd eerbiedigen; specialisten als Théodore Monod. Deze ontdekker prijst de woestijn omdat zij de ziel vormt en het lichaam hardt.

Religieuze zoekers beweren dat zij daar God gemakkelijker vinden. Een man ging heel graag in de woestijn bidden. Zijn studenten zeiden hem: “Gij hebt ons nochtans geleerd dat God overal is. Waarom gaat gij dan bidden in de woestijn?” De prof. antwoordde: “Dit klopt. God is overal en hij is overal de zelfde. Maar ik, ik ben niet overal dezelfde, daarom ga ik in de woestijn om te bidden.”

De geestelijke zoektocht van Charles de Foucauld leidde hem naar de woestijn. Hij leefde er als kluizenaar in verbondenheid met de touareggs, die hij eerbiedigde en bewonderde om hun groot geloof. Charles de Foucauld schrijft: “Jij moet door de woestijn trekken en er een tijd in verblijven om Gods genade te ontvangen. In de woestijn leer je jou leeg maken. Verdrijf uit jou alles wat God niet is. Daar kan het kleine huis van je ziel leeg komen om plaats te geven aan God alleen. Woestijn is een genadetijd, een periode waar elke ziel die vrucht wil dragen naar toe moet gaan.”

Charles de Foucauld heeft in Tamarasset gewoond. Zijn woonst was toen het enige stenen gebouw van een plek, die nu een stad is met honderduizend inwoners. Hij trok verder de woestijn in naar Assekrem om de touareggs met hun kudde te volgen. Een vijfdaagse trektocht in het Hoggargebergte onder begeleiding van toerareggs maakt een onvergetelijke indruk. (www. Ichtus)

Elk jaar begint de tocht van de Vastentijd in de woestijn. Waarom stuwde de Geest Jezus naar de woestijn, nadat deze zopas het doopsel had ontvangen? Zou je niet eerder verwachten dat de Geest hem naar de mensen zou sturen? Ons activisme zegt ‘ja.' Jezus leert dat eerst het hart moet gevormd zijn. In juni 2008 gaf Abt Louf een lezing in de Sint Andreaskerk (orthodoxe gemeenschap van Gent) over de liturgie van het hart. Het is moeilijk zich over te geven aan het innerlijk leven. De fout ligt niet bij God. “God dorst naar mannen en vrouwen aan wie Hij zich onbeperkt kan geven.” In de cultuur zitten elementen die onze omgang met de interioriteit bemoeilijken, eventueel vergemakkelijken. Er zijn culturele factoren die leiden tot een drievoudige verschrompeling van de evangelische boodschap. Dit gebeurt als het evangelie gereduceerd wordt tot een ideologie, tot activisme of moralisme.

Priester Poppe schreef aan neomist Emilien de Waepenaert in 1922; “Ik ben u indachtig in deze kostelijke eerste dagen van uw priesterschap opdat al die feestelijkheden het stille eenvoudig feest van uw zeil niet zouden storen. Geliefde broeder, het zijn genadedagen, zieledagen. En eeuwig zult ge blij zijn om de kwartierkens die gij in deze eerste dagen aan ingetogenheid en gebed zult wijden. Gun Jezus veel ‘tempus liberum’want Hij heeft veel te zeggen en Hij zal u voeden in het gebed dat voor en na uw offer zal gebeuren.”

Met zijn woestijnverhaal roept Marcus iets van het aardse paradijs op: het vredig samengaan van mens en dier, de ondersteuning van engelen. Bij Marcus vast Jezus niet in de woestijn. Zo ideaal is die plaats dan toch niet, als de Satan een mens daar beproeft. Marcus geeft geen details over de beproevingen. Als God overal is, is degene die verdeelt eveneens overal present. Zijn overwinning op de satan is gesuggereerd door zijn samenwonen met de wilde dieren.

Engel, mens en dier. Welk is de plaats van elk? Het engelachtige en het beestachtige, het is zo dicht bij en in ons. De scheidingswanden zijn zo dun. Qui veut faire l’ange, fait la bête (Blaise Pascal). Een mens te zijn op aarde, geen god onder de goden, geen engel en geen dier (Z.J. 306).

De woestijntijd kan voor Jezus een levenscrisis geweest zijn. “Wie in de leegte en de eenzaamheid de rug kan rechten, kan die woestijn vruchtbaar laten zijn. Die ontdekt dat leegte vraagt om gevuld te worden. Die leert dat eenzaamheid een fundamentele waarheid openbaart over onszelf, nl. dat wij allen incompleet zijn. De ervaring van gemis plooit een mens open voor anderen. En het eerste wat je dan ziet is dat er ook in jouw woestijn, net als in die van Jezus, engelen zijn om jou te dienen: mensen die bereid zijn naar jou te luisteren, die je de kans geven om te vertellen zowel over je uitdagingen als over je mislukkingen. Misschien kunt ook jij voor die anderen zo’n engel worden: mensen die mekaar kans geven om te spreken over hun geloof en hun twijfels, om hun zorgen te verwoorden; die tijd uittrekken voor elkaar, met elkaar op stap durven gaan. Want in de woestijn is de nood aan nabijheid groot” (Tim. Radcliffe).

Heeft Jezus in de stilte van de woestijn en door de daar geleverde strijd geleerd wie hij is? Vanuit de woestijn keert hij naar Galilea terug. Jezus is geen kluizenaar. Hij wil onder de mensen Gods Rijk verkondigen. Nadat Johannes gevangen werd genomen, treedt Jezus op. Hij verkondigt en brengt Gods nabijheid. Hij zelf is die nabijheid. De gevangenneming van Johannes is nochtans een verontrustend teken. Het weerhoudt hem niet onbevangen tussen de mensen in Galilea Gods nabijheid te verkondigen, waarvan hij de drager is.

Zoeken in Preken Online