In dit evangelie van vandaag staat een geweldige zin, die wij als programmatekst boven de vasten zouden kunnen schrijven. ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij. Bekeer u en geloof in de blijde boodschap.'
Om de inhoud van deze programmatekst beter te kunnen begrijpen, zou ik een parabel willen vertellen van de dichter Leo Tolstoi. Een koning dacht bij zichzelf: Ik zou in alles wat ik wil ondernemen, kunnen slagen, als mij de volgende punten duidelijk waren. Ik zou de juiste tijd moeten weten, de juiste personen die mij bij het werk moeten helpen, en tenslotte zou ik moeten weten welk werk nu precies het belangrijkste is. Hij riep de geleerden van zijn land samen, maar van al hun raadgevingen werd hij niet wijzer, want ieder had een ander idee. Daarom ging hij zelf naar een kluizenaar en zei hem: ‘Ik zou van u een duidelijk antwoord willen op mijn drie vragen: Welke tijd mag ik niet verzuimen? Welke mens heb ik daarbij nodig? Welk werk is het belangrijkste?’ De kluizenaar gaf hem niet direct een antwoord maar vroeg hem of hij vandaag zijn tuin wilde omspitten. De koning begon en werkte heel de dag in de tuin van de kluizenaar. Hij verzorgde nog een gewonde die toevallig bij de kluis aankwam. ‘s Avonds ging de koning direct slapen, maar ‘s morgens bij het ontbijt vroeg de koning ongeduldig: ‘Wanneer krijg ik nu antwoord op mijn vragen?’ ‘Ik dacht,’ zei de kluizenaar, ‘dat u het antwoord al gekregen had.’ ‘Ik een antwoord gekregen?’ vroeg de koning verwonderd, ‘hoe zo?’ ‘Wel,’ zei de kluizenaar, ‘als je gisteren mijn tuin niet had omgespit, zou die man die je verzorgd hebt je vermoord hebben. De juiste tijd was toen je aan het spitten was. De belangrijkste man was die gewonde, want anders was hij doodgebloed. En het belangrijkste werk was die man te verzorgen, anders had hij zich niet met je kunnen verzoenen, want hij was van plan je te vermoorden.'
De koning had de les begrepen. De belangrijkste tijd is het nu, het is de enige tijd waarover je beschikken kunt. De belangrijkste persoon is diegene waarmee je op dat ogenblik samen bent, en het belangrijkste werk is goed te zijn voor de anderen.
De vragen die de dichter in zijn parabel stelt, zijn de diepste levensvragen van de mens. En op die vragen geeft Jezus ons vandaag een antwoord.
De tijd is vervuld: de belangrijkste tijd voor ons is nu de vastentijd, omdat God ons nu bijzonder nabij is.
Het rijk Gods is nabij. Overal waar mensen goed zijn voor elkaar, daar is het Rijk Gods. De belangrijkste persoon is de mens die in nood is, want daarin gaat God zelf schuil: ‘Ik was naakt, ik was hongerig, ik was gevangen…’ In de naaste die onze hulp nodig heeft, is God ons nabij.
Geloof in de blijde boodschap. Keer je af van jezelf. Bij jezelf zul je nooit je geluk vinden, alleen het goede dat je voor anderen doet, maakt je echt gelukkig.
Die woorden van Jezus zijn een heel vastenprogramma. Wie weet of de veertigdagentijd wel voldoende is om daarmee klaar te komen. In elk geval, Jezus geeft ons hier een antwoord, waar de mens voor zichzelf een vraag wordt.