Heel vreemd

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars


Doen zoals Jezus. Dat is zowat de kortste samenvatting van wat christelijk leven inhoudt. Christenen volgen de Heer Jezus na in zijn liefde voor God en de mensen, in zijn verge-vingsgezindheid, zijn geweldloos verzet tegen het kwaad, zijn onthechting van het aardse enzovoort. Uiteraard gaat het altijd om een trachten te doen zoals Jezus, want niemand slaagt erin helemaal te leven zoals Hij. Wie dag aan dag probeert in het spoor van de Heer te stappen, kan daarin wel een zekere vooruitgang maken, maar de volmaaktheid is niet van deze wereld (al zijn we er wel toe geroepen). Het evangelie biedt raadgevingen, aansporingen en voorbeelden van een leven in navolging van de Heer.

Het bovenstaande lijkt zo evident dat er nauwelijks woorden aan vuilgemaakt hoeven te worden. Maar laten we toch even goed toekijken. Ten aanzien van sommige passages in het evangelie maken we plots een sterk voorbehoud, niet omdat ze onhaalbaar zijn, maar omdat we er de zin niet van inzien. Zo wordt van Jezus verteld dat Hij de woestijn introk. Matteüs en Lucas zeggen er uitdrukkelijk bij dat Hij daar vastte en honger kreeg. De satan kwam Hem op de proef stellen. Later zou Jezus nog herhaaldelijk met die grote tegenspeler te doen krijgen. Meer zelfs, Hij vatte heel zijn zending op als een grote, felle strijd tegen de satan.

Met dat vasten weten we eigenlijk geen raad. Wat zou daar de zin wel van kunnen zijn? Zolang het gaat om zorg voor de slanke lijn, kunnen velen het nog wel opbrengen te vasten. Maar kan men vasten uit gelovige motieven, zeg maar: om de Heer na te volgen, om te doen zoals Hij? Heel vlug komen we dan bij de termen ‘ascese’ en ‘versterving’, die nu wel defini-tief tot het verleden zullen behoren, een verleden waarvan we maar al te graag zeggen dat het vijandig stond tegenover lichamelijke genietingen. Neen, door te vasten volgen we de Heer niet na.

Ook het spreken over satan doet heel vreemd aan. Het is een koud kunstje om dat belachelijk te maken (met staartje, bokkenpootjes en solfergeurtje, weet je wel). Men kan ook met diepzinnige argumenten proberen aan te tonen dat dit soort spreken behoort tot een mythologisch wereldbeeld en een achterhaald mensbeeld. Niet meer voor moderne mensen, dus. Intussen gebeuren - misschien in onze straat - afschuwelijke dingen waarvan we ons niet kunnen indenken dat mensen ertoe in staat zijn!

Zou het kunnen dat ‘de machten van het kwaad’ (dit is een mogelijke vertaling voor ‘satan’) veel sterker en geniepiger zijn dan wij ons kunnen voorstellen, ook op dit moment? En dat ze van de mens een strijd vragen die alles in het geweer roept, ja, waarvoor hij zelfs zijn eten en drinken moet laten staan? Klinkt dat vreemd? De man uit Nazaret werd door de Geest naar de woestijn gedreven. Hij gedroeg zich daar zo vreemd’, dat Hij oog in oog kwam te staan met die heel vreemde, die nog altijd in onze wereld ronddwaalt.

Zoeken in Preken Online