Eerste Pinksterdag (2006)

B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Beste dorpsgenoten,

De laatste woorden uit de eerste lezing luidden: …wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.

Toen ik die woorden gisteren las, herinnerde ik me de woorden van Mennen Sjaak: “Mijnheer pastoor, dat lezen uit die oude boeken en dat preken, dat moet u zo kort mogelijk houden want ze zijn de praat niet waard!”

Dikwijls kan ik het met zijn wijze woorden eens zijn, maar vandaag niet!

We horen over het gedruis van een hevige wind en over tongen van vuur die zich op ieder van de apostelen neerzetten. Zij werden vervuld van de H. Geest en begonnen te spreken in vreemde talen.

Dat vuur en die hevige wind en een boodschap die door iedereen in zijn eigen taal verstaan wordt, zijn geen onwaarschijnlijke praatjes uit een oud boek!

Pinksteren is een naam die ons op het verkeerde been zet. Pinksteren is het feest van de Geest, een woord dat wij vooral kennen van de uitdrukking “de geest geven.”

De Geest verwijst naar leven, naar adem, wind en vuur. De Schepper maakte van leem een mensengestalte, boog zich over haar heen en blies zijn adem, geest, lucht in de neus van die gestalte en daarmee kwam ze tot leven en werd ze mens. Die geest blijft ons in- en uitgaan zolang we leven.

In het verhaal is ook sprake van vuur. Ik hoef u niet uit te leggen hoe intens belangrijk vuur is, niet alleen in de keuken of in een fabriek. Want soms wordt van iemand gezegd: ´Er brandt een vuur in haar." Het verhaal spreekt over tongen van vuur boven de hoofden en wijst daarmee op het vuur dat in ons allemaal verborgen gloeit en dat zich wil laten zien en voelen. Het feest van de geest blaast dat vuurtje in ons aan, jaagt het op, zodat het naar buiten komt.

En als ik tenslotte kijk naar de kleren die ik draag, dan zie ik dat er spullen uit Taiwan, Engeland, Duitsland tussen zitten. Als ik tussen mijn apparaten kijk, dan komen die uit Finland, Taiwan, China, Indonesia, en een paar dagen geleden at ik sardientjes uit Maleisië, mandarijntjes uit Argentinië, sinaasappelen uit Israël, pruimen uit Chili, peultjes uit Kenia.

U ziet het, dat verhaal van 2000 jaar terug, wordt elke dag werkelijkheid in ons leven van alledag. Mag ik daarin iets van Gods grote daden terugkennen? Getoond in onze eigen taal!

Ergens las ik: “De wereld is uitgegroeid tot een groots gesponnen web waarin ontelbare mensen zich met ontelbare draden aan elkaar verbonden hebben. En ik? Ik bevind mij ergens in die enorme wirwar van menselijke relaties. Ik word uitgenodigd al die vreemde handen die door voedsel, stof, kleren en ontelbare spullen met mij verbonden zijn, vast te pakken.” Die geest van vuur, hevige wind en ontelbare talen vraagt mij de wereld te omarmen. De poster aan de muur laat zien hoe dat gaat.

“Denkbeeldig sla ik mijn armen om de rug van de wereld, vouw mijn handen in elkaar en wieg haar zachtjes heen en weer. En zie, er ontstaat ruimte, vrede. Voor mij en de wereld. Het vreemde is niet vreemd meer. We verstaan elkaar. Wij zijn gezien, gevoeld, omarmd.”

Toen ik tot hier gekomen was, ging ik even in de zon zitten. Een vlinder zette zich neer op de warme stenen vlakbij. Hij zei niets maar ik verstond zijn taal en zijn boodschap.

“Gods grootse daden” laten zich nog steeds zien en verstaan als we met gespitste zintuigen en een open hart klaar staan. Als dat geen pinksteren is!

Dat het zo moge worden

Zoeken in Preken Online