De mensen in Jeruzalem stonden versteld: vreemden voor elkaar, 17 verschillende talen, en toch elkaar verstaan. ‘Hoe is het mogelijk? Wat gebeurt hier?’ zeiden ze. Dit was het pinksterwonder 2000 jaar terug: de taalbarrière doorbroken vanwege een dieper verstaan, vanwege de taal van het hart, de taal van de liefde. Dit was de geboorte van de kerk, de nieuwe gemeenschap van mensen in het spoor van Jezus.
Ja, dat talenwonder spreekt ons aan vandaag; want hoe vaak gebeurt het niet dat mensen elkaar niet verstaan, ook al spreken ze dezelfde taal? ‘Mensen praten elkaar de oren van het hoofd’, zei de inleider bij het begin, ‘maar ze willen of kunnen elkaar niet verstaan’. Op die pinkstermorgen gebeurt juist het omgekeerde: mensen die verschillende talen spreken, verstaan elkaar! Hoe kan dat? Omdat hun hart bij de ander wil zijn, voordat de mond een woord spreekt. De geest van pinksteren is de geest van Gods liefde, die erop uit is om verschillen te overbruggen, die mensen van verschillende culturen, van verschillende godsdiensten, van verschillende seksuele geaardheid, van verschillende huidskleur, elkaar doet verstaan.
We hebben daar zojuist uitdrukking aan gegeven: nogal wat mensen met een verschillende moedertaal zijn regelmatig in deze kerk aanwezig; zij kwamen straks naar voren en spraken een taal van verbondenheid, van liefde, die onder vreemde woorden doorklinkt: ‘Een vreemde taal spreek jij, en toch verstaan we elkaar’. Het is de taal die ramen en deuren, die gesloten zijn vanwege vooroordelen en angst voor het vreemde, opent en mensen tot elkaar drijft. De taal, die harten opent en mensen ‘vrede’ doet zeggen tegen elkaar,‘sjaloom'.
De heersende tijdgeest buiten deze muren lijkt vandaag de dag zo anders te zijn dan op die eerste pinksterdag. Toen was het: ‘God, hoe is het mogelijk, al die mensen van verschillende culturen en verschillende talen, ze verstaan mekaar’! Vandaag lijkt er zoveel onwil, zoveel ‘ongeest’, te bestaan; lijkt het of we elkaar niet willen verstaan; of we boordevol vooroordelen zitten tegenover de vreemdelingen in ons midden, boordevol onverdraagzaamheid. Die ‘ongeest’ tast mensen aan, lijkt het en verspreidt zich via discussies achter de bar, maar ook via stoere taal van regeringsleiders.
Het is verblijdend te zien dat ook in deze parochiegemeenschap mensen samenscholen en initiatieven nemen om dat te doorbreken, om bruggen te slaan, om mensen met elkaar in contact te brengen. En dat er dingen gebeuren, die ons overstijgen. Mensen gaan elkaar ontmoeten en verstaan: autochtoon en allochtoon, christen en moslem, rijk en arm, man en vrouw, jong en oud, ziek en gezond, legaal en illegaal, hetero en homo, zwart en blank. Dat is de geest van Jezus Christus, dat is het pinksterwonder opnieuw: mensen, geraakt door zijn Geest, gaan naar buiten om de verwijdering tussen mensen ongedaan te maken, de tweedeling op te heffen, aan een nieuwe gemeenschap te bouwen. De Geest van Pinksteren breekt muren af en brengt mensen tot elkaar.
Als Pasen betekent de opstanding van Christus, dan betekent Pinksteren de opstanding, het overeind komen van christenen. Daarom die pinksterbeelden van vuur, van storm, van enthousiasme, van durf, van naar buiten treden en alles trotseren. Het is die Geest van Pinksteren, die ons drijft om het ideaal van zusterschap/broederschap in onze wereld gestalte te geven; die ons gewoon op weg doet gaan, die ons doet geloven dat het mogelijk is, die ons doet geloven in het belang van kleine stappen dichtbij huis, die ons doet geloven in het mosterdzaadje.