- Vandaag vieren we Pinksteren, de voltooiing
van het Paasfeest. Christus is gekruisigd en verrezen. Deze boodschap moet nu
worden uitgedragen en in ons leven gebracht. We hoorden in de eerste lezing
(Hand. 2,1-11) hoe allen die biddend samen waren, vervuld werden van de heilige
Geest, en onbevreesd naar buiten kwamen met de boodschap, die iedereen in eigen
taal verstond: de grote eenheid in verscheidenheid, tegengesteld aan de
Babelse spraakverwarring.
\ - Als ik het boek “Handelingen
van Apostelen” lees, treft mij steeds meer hoe in die eerste eeuw, deze
dynamiek, deze onstuitbare geestelijke tsunami, in herhaalde stoten en golven,
duizenden harten heeft veroverd. De Heilige Geest die het aanschijn der aarde
vernieuwt, omvormt de hele mens in Christus met zijn gaven en zijn vruchten van
liefde, wijsheid en sterkte… Iemand noemde het vuurwerk van het
Pinkstergebeuren: de grote ‘big bang’, de oerknal, van het
christelijk leven.
\
- Ik blijf echter met de vraag:
“Is die Geest vandaag soms in slaap gevallen ? Is deze wondere
atoomenergie van de Geest nu uitgedoofd ? - Er is in de loop van de
geschiedenis enorm veel gebeurd dank zij degenen die het evangelie brachten. Al
wat in Europa en ook in de ontwikkelingslanden bestaat aan cultuur, bevrijding
van angstaanjagende magie, zieken- en armenzorg, onderwijs… werd
grotendeels, soms uitsluitend, door hen gegeven. De evangelisatie kwam met
zoveel algehele humane inzet. Een waaier van initiatieven: het werk van de
Geest in de Kerk. Het getuigt van onvoorstelbare onwetendheid als men deze
christelijke wortels niet erkent.
\
- Maar waar is die Geest van
God gebleven in onze huidige samenleving van materialisme en individualisme,
van geloof à la carte, naar eigen smaak, met vele goden? Er is zoveel
geslotenheid en onwetendheid. Ik denk aan de velen die ooit het heilig Vormsel,
het zegel van de heilige Geest ontvingen, maar nadien hebben afgehaakt. Daar is
het huidig probleem van het heilig Vormsel, de gave van Gods Geest, bij de
jeugd die in dit klimaat opgroeit. Daar is ook de onverschilligheid of
moedeloosheid bij hen, die moesten voorgaan in het geloof. Is de Geest zo
machteloos en zwak ?
\
- De heilige Geest wordt niet
opgedrongen. Men kan Hem weerstaan. Er blijft een spel van vrijheid voor de
mens. Bemerk Jezus’ woord vandaag: “Ontvang de heilige
Geest”. In het Vormsel herhaalt de vormheer: “Ontvang (het zegel
van)de heilige Geest”. Ontvangt
men echt ? Ontvangen is bereid zijn om te verwelkomen. Het is de hand
openvouwen, en niet de gesloten vuist aanbieden. Maar vooral geest en hart. Pas
dan kan de Geest binnenkomen en alles doen. Deze ontvankelijkheid is de fundamentele grondhouding van wie
geloven wil. “Allen die zich laten
leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God.” (Rom. 8,14) -
In onze “receptiviteit” ligt onze ware “capaciteit”.
\
- Jezus sprak van: “De Geest
van de waarheid, voor wie de wereld niet
ontvankelijk is…” (Joh.
14,17) Daar is het verwijt doorheen heel het Johannesevangelie dat Jezus zelf
niet werd ontvangen (Joh. 1,11; 5,43…) Het woord “ontvangen” staat duidelijk haaks
op de huidige mentaliteit. Men wil liever grijpen dan ontvangen. Ontvangen
betekent afhankelijk zijn. Men wil autonoom zijn. En wij gaan eraan voorbij hoe
we zelfs van de gewoonste dingen afhangen: de lucht en het leven. Deze spirituele
hoogmoed is de grote zonde tegen de heilige Geest omdat ze de mens in zichzelf
blokkeert. Het Vormsel blijft bij velen slapen alsof het dood was, omdat men
niet echt met hart en ziel zich erop heeft afgestemd. Misschien ging alle
aandacht uit naar het kleurenrijke feest, het spel en de cadeautjes. Is het
Vormsel een consumptiegoed geworden ? Het is niet in de eerste plaats een zaak van
leeftijd, maar vooral van bewuste en doorleefde bereidheid.
\
- Deze grondhouding van ontvankelijkheid vinden we op uitstekende
wijze bij Maria. Het boek “Handelingen van Apostelen” begint met
de zending: “Gij zult de kracht ontvangen van de heilige Geest die over u
komt…"(Hand. 1,8). Het zijn ongeveer dezelfde woorden bij de
aankondiging aan Maria: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht
van de Allerhoogste zal u overschaduwen.” (Lc 1,35). Maria was pure
ontvankelijkheid. Dat kon ze aan omdat ze vanaf haar ontstaan zonder enige
afwijking totaal op God was afgestemd. Zij wordt daarom Bruid genoemd van de
heilige Geest. Vanaf dat moment ging de heilsgeschiedenis aan het lopen. Reeds
toen werd de Geest vaardig: Elisabeth werd vervuld van de Geest, en daarop de
oude Simeon… Zeer zinvol was Maria met de leerlingen in het cenakel. Zij
vormde met hen de jonge communauteit van Jeruzalem, van waaruit - in de verlenging
van het Nazareth-gebeuren - het werk van de Geest voor de wereldkerk begon. Maria
en de Kerk gaan samen. Zij is Moeder en beeld van de Kerk.
\
- Het secreet van de christen is
binnen te treden in deze grondhouding van ontvankelijkheid die in Maria leefde.
Daarin ligt de echte Mariale vroomheid. Juist daarom citeerde Kardinaal
Danneels, een tiental jaren geleden in de kerk van Maria-Middelares in Leuven,
het gekende parool van de H. Grignon de Montfort: “Waar Maria is, komt de
heilige Geest, en waar de Geest wil komen, vindt men Maria. Wanneer Hij Maria
ergens aantreft, spoedt Hij zich daarheen om er binnen te gaan.” Indien
we de Kerk opnieuw de vitaliteit van Gods Geest willen geven, het verhoopte
nieuwe Pinksteren, moesten wij vooral de ontvankelijkheid
van Maria terugbrengen in het leven. Amen.
\