Paasmorgen (2006)

B-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Kort na Jezus’ dood ontstaan er binnen de jonge kerk
verhalen vol symboliek. Ze gaan niet allereerst over historische feiten, over waar of niet waar, over de buitenkant dus. Ze gaan over de bínnenkant van het leven, over betékenis. Het zijn woorden die ruimte scheppen, toekomst. Ze raken aan het geheim van ons bestaan.
Zo wordt het verhaal aan ons wordt doorgegeven dat het lichaam van Jezus na zijn gewelddadige dood is neergelegd in een tuin, in een graf, en dat Hij op de derde dag is opgestaan, verrezen.
Vroeg in de morgen, het is nog nacht, gaat een vrouw, Maria Magdalena de graftuin binnen. Nacht staat altijd voor heel die donkere kant van het bestaan, waarin we onze onschuld zijn kwijtgeraakt, ons vertrouwen in het leven. Voor de verwarring op momenten dat je je afvraagt: waar doe ik het allemaal voor? Wat heeft dit in Gods naam voor zin? In die donkerte staat een vrouw op en gaat op weg. Van haar werd verteld dat ze ooit zeven duivels in zich had. Nou, duivel staat in de schriftverhalen voor alles wat je aanvliegt, alles wat je vervreemdt van jezelf. Zo zal ze er aan toe geweest zijn. Maar Goddank is Jezus op haar weg gekomen en die ontmoeting heeft een ander mens van haar gemaakt.
Zij is een van zijn trouwste leerlingen geworden. Ze heeft Hem vergezeld tot in zijn dood. Vanwege die band met Jezus moet deze vrouwelijke apostel een bijzondere plaats hebben ingenomen in de jonge kerk. Alleen dáárom al blijf ik vinden dat er ook voor vróuwen ruimte moet zijn bij het vervullen van de ambten in de kerk.
Maar goed, zielsbedroefd keert Maria terug naar die graftuin. Het is zo moeilijk een geliefde dode los te laten. Het is nog donker. Mistig. Je leeft niet in één keer in het volle licht.
En er moet eerst nog een steen worden weggerold. Maar dan ziet ze tot haar verbazing dat die steen voor het graf al weg is. De plaats is leeg. Mystici vertellen dat er in ieder van ons zo’n lege plek verborgen is. Een plaats van pijn en hoop. Vaak ligt er een steen voor. Die hebben we er zelf voor gelegd. Als Maria bij deze zere plek komt is de steen.

Ik heb je bij de naam geroepen. Jij bent van Mij. Als je het moeilijk hebt, en je door diepe, diepe wateren moet trekken, ben Ik mét je. Als het te heet wordt onder je voeten en je door het vuur moet gaan, zul je niet verbranden. Want Ik, de Heer, ben je Gód.
Maria hoort haar naam, ze herkent de stem, en van nu af aan gaat ze bewust leven in zijn Geest, met hartstochtelijke liefde voor God en mensen. Want in haar is Jezus opgestaan.
Als ze Jezus herkent, zegt het verhaal, dan wil ze Hem meteen vasthouden. Ja, zo doe je dat, als je iemand ziet,
van wie je houdt en van wie je gedacht had dat hij dood was. Maar Jezus verschijnt aan mensen in het voorbijgaan.
God is en blijft ongrijpbaar. Hij vraagt haar om naar de anderen te gaan en haar ervaring met hen te delen. Want het verhaal van zijn leven, zijn dood en dit nieuwe begin moet doorgaan.
Deze vrouw, Maria, staat natuurlijk ook voor de jonge kerk, voor ons ook, die toch op een of andere manier bij die kring van Jezus horen. Dit paasgebeuren heeft ook te maken met jouw tranen om verlies, met inkeer en ommekeer, met nieuw vertrouwen. Hij leeft, jij mag leven. De steen is weggerold. Hij staat op in jou. Je zíet het weer, je ziet Hém weer, je ziet jezelf weer. En je buigt en voelt een arm om je schouder. God, je bent er weer, je bent er … en nog wel voor mij.
We mogen de steen wegrollen van ons graf, opstaan uit leven dat geen leven is en uit de schaduw van alles wat dodelijk is in onze wereld. We mogen nieuwe mensen zijn in het eerste licht. En door welke diepten we ook moeten gaan, we zijn niet meer alleen. We mogen wandelen met God in de tuin
die de aarde is. En God zag dat het goed was.
Ik weet het: Zoveel mensen vieren het Paasfeest, maar de samenleving lijkt er niet door veranderd. Het journaal maakt geen melding van plotselinge vrede overal. Wij zijn door onze doop in Hem niet ineens tot schitterende mensen geworden, mensen die vol vreugde hun eigen deeltje van God in hun ziel meedragen. Daarom heeft dit feest alles weg van een geloofsbelijdenis. Of beter nog een intentieverklaring:

En het graf is leeg. Dat is natuurlijk niet echt gebeurd, denken we dan al gauw. Maar eerlijk gezegd ben ik niet geïnteresseerd in echt gebeurd of niet echt gebeurd.
Het is een ervaringsverhaal. Het gaat om de betekenis,
om zoeken van je grote liefde, de zin van je bestaan.
Ik hoor in dit verhaal ook de boventonen van een ander bijbelboek meeklinken: het Hooglied. U zou het nog eens moeten lezen. Daar gaat de bruid in diepe nacht door de straten, wanhopig op zoek naar haar geliefde. Zij komt de wachters tegen: “Hebben jullie hem misschien gezien?”
En als ze hem dan gevonden heeft, houdt ze hem stevig vast.
Zo staat Maria hier in de tuin bij het graf van haar Meester. De steen is weg. Het graf is leeg. Een gapend zwart gat.
Als ze de moed heeft om erin te kijken, ziet ze twee lichtende figuren, boden van de Eeuwige, die vragen: Waarom huil je zo? Wat is je grote verdriet?
Als ze dan vertelt dat ze niet meer weet waar ze het zoeken moet, waar ze Jezus zoeken moet, haar weg ten leven,
dan moet ze maar eens omkijken. En dan ziet ze daar de tuinman. Ach natuurlijk, wij zijn weer in de paradijstuin, als op de eerste dag van de schepping. De tuin als het beeld van het leven zoals dat bedoeld is. En in die tuin staat Hij daar als de nieuwe Adam. Hij is de eerste mens van een nieuw begonnen wereld. En Hij is wérkelijk beeld van de Eeuwige. Zó moet een mens bedoeld zijn.
Dit paasverhaal wordt ons niet doorgegeven om te bewijzen dat er leven na de dood is of zo. Dat zal best zo zijn, maar daar gaat het hier niet over. Het gaat erover dat met Jezus een begin gemaakt is van een samenleving als de tuin van het scheppingsverhaal. Hoe Hij met God wandelt in die tuin en alles en ieder leven naam en betekenis geeft.
Pas als Maria haar naam hoort roepen, wordt het haar glashelder. Het is de klank en de taal van de liefde die haar raakt. Diep in haar ziel voelt ze zich aangesproken.
Op dat moment wordt ze teruggegeven aan zichzelf,
een bewustwording die ze nooit meer kwijt zal raken. Ze staat op uit alles wat haar afhoudt van het leven als in die tuin van het begin. Bij de profeten lees ik de oude tekst:
Samen met heel de gemeenschap rond Jezus wil ik opstaan uit alles wat dood is, alles wat mij de adem en het leven beneemt. Ik word bij name geroepen en samen met alle mensen van goede wil ik werken aan een samenleving
die weer de trekken krijgt van de tuin van het begin,
een nieuwe schepping. Daar dromen we van, daar zingen we over. En we zeggen tegen elkaar: Zoals Hij is opgestaan,
zo staat onze moed op om te doen als Hij.
Zoals Hij is opgestaan uit het graf, zo staat ons geloof op
dat stenen kunnen worden weggerold en dat de dood
niet het laatste woord heeft.
Als er iets verrijst op deze dag, dan is het onze liefde, geïnspireerd door Hem en bestemd voor de wereld.
Als er iets is opgestaan deze vroege morgen van de eerste dag, dan is het ons antwoord op de vraag: Heb je Mij lief?
Als wij daar Ja op zeggen, dan zegt Hij: Goed. Volg Mij!
Volg Mij naar een leven waar God, die liefde is, regeert,
waar je met Hem wandelt door de wereld en waar je samen met Hem dingen doet, die je niet voor mogelijk had gehouden.
Zo zijn wij vanmorgen hier bij elkaar.
In Jezus’ Naam breken wij weer het brood en reiken elkaar de beker. En we wagen het met Hem te zeggen:
Ook mijn lichaam, mijn bloed, mijn leven voor de wereld.
We brengen ons letterlijk weer zijn leven te binnen
en weten: er is altijd weer een nieuw begin, als Hij maar mag opstaan in ons. Zo wens ik u een zalig Pasen toe.
En ik vind het heel bemoedigend en heel feestelijk dat we, juist op deze morgen, 4 kinderen mogen opnemen in die lange rij van hoopvolle mensen, die gaan in het voetspoor van Jezus. We zullen ze roepen bij hun naam en dopen met water, als teken van: met Hem ondergaan en met Hem bovenkomen. En we zalven ze met zijn Geest. Zo blijft de hoop levend en kunnen we van harte zingen:
Het zal in alle vroegte zijn als toen. De steen is weggerold. De ochtendmist trekt op. Wij worden wakker van het eerste licht. Alsof iemand ons bij naam en toenaam heeft geroepen. Dan zal ik leven!

Zoeken in Preken Online