Ons Heer Hemelvaart

B-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit

Een groot geestelijk leider uit Jezus’ tijd dichtte, bij de beschouwing van Gods wijsheid en werken: ‘Wat kan ik zeggen dat niet gekend zou zijn wat laten horen dat al niet verteld is’? Hij verwachtte met zoveel andere Joden de verlossende komst van de Messias. Hij zou Israël bevrijden van al het kwaad onder de mensen onderling en tegenover God in de tempel.

Wij hebben wél iets te zeggen dat vroeger niet gekend was, wij laten iets ongehoords horen. In Jezus hebben wij de Messias herkend en erkend. Hij heeft ons een stijl van leven geleerd, tegenover de mensen en tegenover God. ‘Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben’. Het gebod van de liefde tot God en de naaste was niet nieuw. Vóór Jezus hadden velen blijk gegeven van grote deugd en wijsheid en liefde. Velen hadden zelfs hun leven gegeven in trouw aan dat oude dubbele gebod van de liefde. Ze hadden begrepen dat die twee geboden één waren. Ze hadden de marteling tot in de dood doorstaan en waren gestorven in de hoop dat God hen zou doen verrijzen in de goede nieuwe wereld, die Hij uit de oude wereld nieuw zou scheppen.

Wat is dan het nieuwe waarvan wij getuigen? Wat voor ongehoords kunnen wij laten horen? Wat betekent: ‘Zij trokken uit om overal te prediken’? Wat predikten zij voor nieuws? Wat hadden enige Joden gezien en anderen niet? Wat geloofden enige heidenen en anderen niet? Wat is het nieuwe dat ons ja of nee doet antwoorden op de prediking die we horen tot op vandaag? Wat ergert ons en wat trekt ons aan in die prediking? Waarin bestaat de boodschap? Wat vieren wij op Hemelvaart?

Wat ons aantrekt en ons ergert is het ‘zoals Ik’ waarvan Jezus gesproken heeft. Hoe kunt ge nu zeggen aan een groepje mensen: ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden’, en zeggen dat dat evangelie als inhoud heeft: ‘Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben!’ Het is aantrekkelijk, intrigerend en ergerlijk dat één man zich opstelt als de leraar en de rechter van heel de wereld en van heel de schepping. Wij vieren nochtans op Hemelvaart het feit dat God die Man bevestigd heeft, dat Hij Hem heeft doen plaats nemen aan zijn rechterhand, om eens te oordelen levenden en doden.

Hoe kan iemand veroordeeld worden die dat niet gelooft? Het is omdat iemand die gezien heeft hoe die Man God en de anderen heeft liefgehad en die zijn hart daarvoor sluit, zoals Johannes zegt, zichzelf veroordeelt. Hij isoleert zich. Hij wil niet meedoen waar de liefde evident is.

Jezus is op heel eenvoudige wijze begonnen. Wij vieren Ons Heer Hemelvaart. Die ten hemel is opgevaren is Heer, onze Heer. Maar die heerschappij is eenvoudig begonnen. Reeds van bij het begin van Jezus’ optreden zeiden de mensen dat hier iets nieuws aan de hand was, dat hier iets ongehoords geleerd werd, dat Hij ‘onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit’. Reeds van bij het begin kwam Hij over als een heer. Misschien was Hij wel geroepen om Heer van allen te worden. De mensen juichten om zijn uitspraken. Koninklijke vrijheid lag in zijn woorden besloten. Dat was pas bevrijding. Zo kon de godsdienst iets zijn. Zo moest de verhouding onder de mensen zijn. Die Man moest de Messias zijn, de Heer van allen. Zoals Hij het zei kon niemand het zeggen.

Zoals Hij het deed kon ook niemand het doen. ‘Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben’, was een woord én een daad! Zijn overvloed van gezegende woorden verstilde naar het einde toe, naarmate het verzet van die wat macht uitoefenden, van die wat heerschappij deden gelden, groeide. Tot Hij op het einde helemaal niets meer zei aan hen die Hem ter dood veroordeelden. Hij had hen ‘dagelijks onderricht in de tempel’. Zijn leven was alleen nog daad en teken. Er was niets meer aan toe te voegen.

Op Ons Heer Hemelvaart heeft God Hem de troon gegeven, heeft Hij alle andere macht en heerschappij onttroond, ‘in de hemel, op aarde en onder de aarde’. Laten wij liefhebben zoals Hij en hem aanbidden.

Zoeken in Preken Online