Verkondig het evangelie... (2006)

B-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit

  • Het woord “Hemelvaart” zuigt spontaan onze aandacht op naar Jezus’ laatste verschijning en zijn afscheid, terwijl onze aandacht juist moest uitgaan naar zijn zendingswoorden: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping…” Dat is het zwaartepunt.
    \
  • Het gaat om een zending van verkondiging toevertrouwd aan de apostelen, maar ook aan ons. Het gaat om de verkondiging van de verrezen Christus met al wat dit omkadert; maar dan ook om een verkondiging doorheen de komende tijden en aan alle culturen. - Dit doet me denken aan wat Pater Omer Degrijse, gewezen algemeen overste van Scheut, en lid van de Congregatie voor de evangelisatie, nu ruim 15 jaar geleden schreef: “We worden vandaag gesteld voor de dubbele uitdaging: a) in zake missionering moeten we de dialoog aandurven met de niet-christelijke religies, die vandaag een heropleving kennen; b) en tegelijk moeten we een nieuwe evangelisatie brengen in de Westerse wereld, die van het christendom en van God vervreemd is geraakt.”
    \
  1. Daar is vooreerst de wereldmissie. Missie is niet een vrijblijvende bezigheid van de Kerk. De Kerk is in wezen zending. De Kerk weet dat zij, gemandateerd en geleid door Gods Geest, de goede boodschap die haar werd toevertrouwd, als unieke tijding van bevrijding moet blijven brengen. Doch dit geloof dient te worden aangeboden, en nooit opgelegd of opgedrongen. Dat is juist de betekenis van de vrijheid van godsdienst. Deze verkondiging moet dus gebeuren in alle respect voor wat bij de wereldvolkeren reeds leeft aan Godsgeloof en cultuur. Dit wil zeggen: in een geest van dialoog en van luisteren. Steeds met de geest van onderscheiding.
    \
  • Sinds Vaticanum II erkennen we meer dan voorheen dat ook de Geest werkzaam was en is in deze culturen: “Gods Geest heeft heel het aardrijk vervuld.” (Wijsh. 1,7) De niet-christelijke godsdiensten mogen we gedeeltelijk beschouwen als een voorbereide humus waarin de boom van Christus kan worden geplant, of als muren waarvan de aanbouwstenen wachten op de aanvullende constructies. - Dit geheim van de goede missionering hoorde reeds de Samaritaanse vrouw uit Jezus’ mond: “Gij aanbidt wat gij niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen.” (Joh 4, 22-23) En Paulus in Athene op de Aresheuvel, toen bij wees naar de lege sokkel ‘Aan een onbekende god’: “Wat gij vereert zonder te kennen, kom ik u verkondigen.” (Hand. 17, 23)
    \
  • Daarom veronderstelt dit geloofsaanbod “inculturatie”: de leer van Jezus losweken van haar westers plunje, en inkleden in de kledij van de anderen. Dat behoort tot de flexibiliteit van het christendom, dat juist daardoor “katholiek” (algemeen) kan zijn; hetzij bestemd voor alle volkeren. Daarin zijn missionarissen groot geweest, zoals de paters Lebbe, Ricci en Verbiest, de Nobili, en andere… Dat was de prangende vraag vooral van de bisschoppen uit Azië en ook uit Afrika en Latijns-Amerika op het Tweede Vaticaans Concilie. Deze flexibiliteit is vreemd aan de Islam.
    \
  • Maar godsdienstvrijheid en dialoog veronderstellen dan ook wederkerigheid. Daarom zal onze bereidheid om b.v. moslimmigranten gastvrij bij ons een plaats te geven, vergezeld gaan met de eis dat ook onze christenen in de moslimlanden gelijkwaardig worden behandeld. Precies in die context van respect en humane bekommernis voor de Hindoes kan Zuster Jeanne Devos volhouden dat de God van Jezus de enige is. Missioneren is verkondigen en vooral getuigen met het leven zelf. Dat was de evangeliserende kracht van de oerkerk. De liefdedienst van de eerste christenen was aanstekelijk en deed vragen rijzen bij degenen die nog buiten stonden.
    \
  1. Intussen wacht vandaag het Westen op een nieuwe evangelisatie. Hier leven wij in een geseculariseerde, pluralistische maar ook consumerende maatschappij. Een veelheid van levensbeschouwingen doorkruisen elkaar, en botsen tegen elkaar aan, ronden elkaar af, of brengen zelfs verwarring en twijfel. In dit weefnet staat de Kerk met haar opdracht van boodschap-in-dialoog. Zij heeft in deze pluriforme wereld een eigen bijdrage te leveren, die deze wereld kan verrijken, hoewel deze samenleving vaak verblind is voor de meerwaarde van dit evangelie.
    \
  • De ware secularisatie moest deze zijn, dat we het evangelie echt brengen in de wereld. En niet omgekeerd. Daarom moet de Kerk stervormig in deze wereld aanwezig zijn. Zij moet beschikken over organen, groepen, bewegingen of scholen…, die op zichzelf niet pluralistisch zijn, opdat haar inbreng niet zou worden ontkracht of vervaagd. Het gaat niet om een grijs, maar wel om een gekleurd pluralisme, waar alle kleuren aan bod mogen komen, en waar dus ook het geel niet wordt uitgewist. Dat is rijkdom. Het zout mag niet smakeloos worden, en het vuur niet gedoofd.
    \
  • In de mate wij persoonlijk diep met Christus verbonden blijven, moeten wij hiervoor niet vrezen. Zijn heengaan is feitelijk een geheimvolle aanwezigheid. Vandaag hoorden we toch in het evangelie dat we in Zijn Naam het kwaad zullen overwinnen en nieuwe talen zullen spreken… ( Mc 16, 17-18). De Heer immers werkt met ons mee en geeft kracht aan ons woord ( Mc 16, 20).
    \

Zoeken in Preken Online