- Het woord “Hemelvaart” zuigt spontaan onze aandacht op naar Jezus’ laatste verschijning en zijn
afscheid, terwijl onze aandacht juist moest uitgaan naar zijn zendingswoorden:
“Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de
schepping…” Dat is het zwaartepunt.
\ - Het gaat om een zending van
verkondiging toevertrouwd aan de apostelen, maar ook aan ons. Het gaat om de
verkondiging van de verrezen Christus met al wat dit omkadert; maar dan ook om
een verkondiging doorheen de komende tijden en aan alle culturen. - Dit doet
me denken aan wat Pater Omer Degrijse, gewezen algemeen overste van Scheut,
en lid van de Congregatie voor de evangelisatie, nu ruim 15 jaar geleden
schreef: “We worden vandaag gesteld voor de dubbele uitdaging: a) in zake
missionering moeten we de dialoog aandurven met de niet-christelijke religies,
die vandaag een heropleving kennen; b) en tegelijk moeten we een nieuwe evangelisatie
brengen in de Westerse wereld, die van het christendom en van God vervreemd is
geraakt.”
\
- Daar is vooreerst de wereldmissie. Missie
is niet een vrijblijvende bezigheid van de Kerk. De Kerk is in wezen zending. De
Kerk weet dat zij, gemandateerd en geleid door Gods Geest, de goede boodschap
die haar werd toevertrouwd, als unieke tijding van bevrijding moet blijven
brengen. Doch dit geloof dient te worden aangeboden, en nooit opgelegd of
opgedrongen. Dat is juist de betekenis van de vrijheid van godsdienst. Deze
verkondiging moet dus gebeuren in alle respect voor wat bij de wereldvolkeren
reeds leeft aan Godsgeloof en cultuur. Dit wil zeggen: in een geest van
dialoog en van luisteren. Steeds met de geest van onderscheiding.
\
- Sinds Vaticanum II erkennen we
meer dan voorheen dat ook de Geest werkzaam was en is in deze culturen:
“Gods Geest heeft heel het aardrijk vervuld.” (Wijsh. 1,7) De
niet-christelijke godsdiensten mogen we gedeeltelijk beschouwen als een voorbereide
humus waarin de boom van Christus kan worden geplant, of als muren waarvan de
aanbouwstenen wachten op de aanvullende constructies. - Dit geheim van de goede
missionering hoorde reeds de Samaritaanse vrouw uit Jezus’ mond: “Gij
aanbidt wat gij niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen.” (Joh 4,
22-23) En Paulus in Athene op de Aresheuvel, toen bij wees naar de lege sokkel
‘Aan een onbekende god’: “Wat gij vereert zonder te kennen,
kom ik u verkondigen.” (Hand. 17, 23)
\ - Daarom veronderstelt dit
geloofsaanbod “inculturatie”: de leer van Jezus losweken van haar
westers plunje, en inkleden in de kledij van de anderen. Dat behoort tot de
flexibiliteit van het christendom, dat juist daardoor “katholiek” (algemeen)
kan zijn; hetzij bestemd voor alle volkeren. Daarin zijn missionarissen groot
geweest, zoals de paters Lebbe, Ricci en Verbiest, de Nobili, en andere…
Dat was de prangende vraag vooral van de bisschoppen uit Azië en ook uit Afrika
en Latijns-Amerika op het Tweede Vaticaans Concilie. Deze flexibiliteit is
vreemd aan de Islam.
\ - Maar godsdienstvrijheid en dialoog
veronderstellen dan ook wederkerigheid. Daarom zal onze bereidheid om b.v. moslimmigranten
gastvrij bij ons een plaats te geven, vergezeld gaan met de eis dat ook onze
christenen in de moslimlanden gelijkwaardig worden behandeld. Precies in die
context van respect en humane bekommernis voor de Hindoes kan Zuster Jeanne
Devos volhouden dat de God van Jezus de enige is. Missioneren is verkondigen
en vooral getuigen met het leven zelf. Dat was de evangeliserende kracht van de
oerkerk. De liefdedienst van de eerste christenen was aanstekelijk en deed
vragen rijzen bij degenen die nog buiten stonden.
\
- Intussen wacht vandaag het Westen
op een nieuwe
evangelisatie. Hier leven wij in een geseculariseerde,
pluralistische maar ook consumerende maatschappij. Een veelheid van levensbeschouwingen
doorkruisen elkaar, en botsen tegen elkaar aan, ronden elkaar af, of brengen zelfs
verwarring en twijfel. In dit weefnet staat de Kerk met haar opdracht van
boodschap-in-dialoog. Zij heeft in deze pluriforme wereld een eigen bijdrage
te leveren, die deze wereld kan verrijken, hoewel deze samenleving vaak
verblind is voor de meerwaarde van dit evangelie.
\
- De ware secularisatie moest deze zijn,
dat we het evangelie echt brengen
in de wereld. En niet omgekeerd. Daarom
moet de Kerk stervormig in deze wereld aanwezig zijn. Zij moet beschikken over
organen, groepen, bewegingen of scholen…, die op zichzelf niet
pluralistisch zijn, opdat haar inbreng niet zou worden ontkracht of vervaagd. Het
gaat niet om een grijs, maar wel om een gekleurd pluralisme, waar alle kleuren
aan bod mogen komen, en waar dus ook het geel niet wordt uitgewist. Dat is
rijkdom. Het zout mag niet smakeloos worden, en het vuur niet gedoofd.
\ - In de mate wij persoonlijk diep
met Christus verbonden blijven, moeten wij hiervoor niet vrezen. Zijn
heengaan is feitelijk een geheimvolle aanwezigheid. Vandaag hoorden we toch
in het evangelie dat we in Zijn Naam het kwaad zullen overwinnen en nieuwe talen
zullen spreken… ( Mc 16, 17-18). De Heer immers werkt met ons mee en geeft
kracht aan ons woord ( Mc 16, 20).
\