Dansen met God (2006)

B-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

Waar is God? Dat was bij ons een van de eerste catechismus-vragen. En het antwoord luidde:
Hij is in de hemel en op aarde en op alle plaatsen, Hij is overal. Dat zal best waar zijn.
Hij zal te vinden zijn in de schoonheid van alle dingen, in het hoogste firmament en in het diepst van je ziel.
Dat vind ik ook bij andere godsdiensten: bij Boeddhisme, Hindoeïsme en Islam. Het hele leven is een presentatie van het wezen van God, zelfs gebrek, lijden en dood. Gelovigen zijn daarom mensen die proberen dat goddelijke moment in alles te vinden en daar verbinding mee te maken. Je probeert je zo ook te verzoenen met alles wat in het leven op je afkomt. Je ontvlucht eindigheid, lijden en dood niet. Want ook die kunnen je bij de bodem van je bestaan brengen, daar waar God te vinden is.
Toch voegt Jezus daar iets belangrijks aan toe. Hij is misschien wel een van de eersten in de geschiedenis die de nabijheid van God uitdrukkelijk ook verbindt aan menselijke nabijheid. Volgens Hem hebben God en barmhartige liefde van mensen alles met elkaar te maken. Zijn geliefde leerling Johannes zegt het zo: ‘God woont in ons als wij elkaar liefhebben’. Of: ‘Wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem'.


‘In de liefde wonen’, ontroerend eenvoudig. Je zou toch niets liever willen dan ‘wonen in de liefde’, want dat is de ruimte van de Eeuwige. Ik wil hier direct bijzeggen dat ik er nog niet woon. Maar ik ben er al wel eens binnen geweest en sindsdien is het voor mij iets om heimwee naar te krijgen. Want in het hartelijke mededogen met de ander kun je het verborgene van God te ervaren. En juist in onze mensenliefde is voor de ander Gods gelaat te zien.
Zonder die liefde van mens tot mens zou God voor ons gevoel oneindig ver van ons verwijderd blijven.
Maar overal waar mensen elkaar in liefde en zorg nabij zijn, daar ontmoet op een of andere manier de hemel de aarde. De kern van het Christelijk geloof is dat Gods Woord, zijn Wezen, die eeuwige Bron van leven en kracht,
vlees of mens wordt. Boeddhisten zouden zeggen dat Brahmaan, die alles weet en kent, mens wordt.
En Hij is ook vergelijkbaar met het Chinese Tao.

Dat Wezen van God, dat ís geen mens, maar wóónt in Jezus, zoals Hij wil wonen in al wat leeft.
Je zou kunnen zeggen dat ons geloof echt een ‘lichamelijk’ geloof is. De dingen om ons heen laten ons God ontmoeten: daarom dopen we met water, we zalven met olie, we eten en drinken het Lichaam en Bloed van Christus, we leggen de handen op, bekennen onze schuld met hart en mond, en we proberen zelfs ‘één - vlees’ te worden in het huwelijk. Het is juist in deze ‘menselijke’, deze ‘lichamelijke’ dingen dat we het Goddelijke mysterie ontmoeten.

Zo staat Jezus daar, op sandalen, etend en drinkend. Intens in gesprek met tollenaars en zondaars. Afstand valt weg. God is met ons. In zijn barmhartige persoon kun je God ontmoeten. In Hem krijgt God een gezicht.
En zo kun je in het gelaat van iedere mens iets van het wezen van God ervaren. De Eeuwige Barmhartige laat zich vinden in barmhartigheid. Hij die de gebrokenen van hart heelt, laat zich ontmoeten in de zorg voor gebroken mensen. Hij die recht doet aan weduwen, wezen en vreemdelingen, Hij komt op ons pad als wij in liefde zorg dragen voor deze kleinen. Dat leert ons de Schrift, dat zeggen de profeten,en dat is het geheim van het leven van Jezus.
‘Gods Naam heiligen’, noemt Johannes dat.

Of zoals we in het Onze Vader bidden: ‘Uw Naam worde geheiligd’. Jahweh, Ik ben er, is die Naam.
Jezus is die Naam letterlijk geworden, tot de dood toe. Met recht kan Hij zeggen: Ik ben er. Wie Mij ziet, ziet de Vader. Het eigene en bijzondere van Jézus is, dat God met heel zijn volheid in Hem woont, in alles wat Hij zegt en doet. Hij is mensen zó in liefde nabij dat die mensen voelen: dit is goddelijk; dit heeft met God van doen. In dit mensenkind leeft het wezen van God. Zo verheerlijkt Hij Gods Naam die liefde is.
Vlak voor zijn afscheid bidt Hij dat ook wij in die Naam bewaard blijven en dat wij net zo één mogen zijn
met God als Hij. Dit is geen bede voor de eenheid van de kerken, maar onze eigen eenheid, onze verbondenheid met God. Want die verbondenheid moet doorgaan. Alleen dan gaat de verheerlijking van Gods Naam in de wereld door.
De wereld kan God niet zien, zegt Hij.
En met ‘de wereld’ bedoelt Johannes altijd de mensen
die God en de liefde afwijzen en daar niks mee hebben.
Pas wie zijn Naam, die liefde is en recht, eert, die zal God in in zichzelf ronddragen, en Hem in de ander ontmoeten,
die zal Hem vinden. En precies dat heeft alles met menselijk geluk te maken.
Jezus bidt voor gelovigen. Het is de laatste avond van zijn leven. Er is toen dus voor u en mij gebeden.
Niet voor de wereld. Johannes vindt de wereld vijandig.
Daar had hij alle redenen toe. Het is voor hem het domein van het kwaad. Ze zaten toen midden in de vervolgingen. Vandaar misschien dit harde woord.
En hier wordt hier iets over Judas gezegd. Ook daarbij mogen we gerust denken aan de situatie van de jonge kerk: vervolgingen, polarisatie, en een groeiende kloof tussen de Joodse gemeenschap en die nieuwe beweging rond Jezus. En misschien staat Judas hier bij Johannes toch wel voor die anderen, de Judaioi, de mensen van de synagoge, de andersdenkenden, van wie de volgelingen van Jezus steeds meer losraken. Het is gewoon niet gelukt om die erbij te houden. Jammer, maar het is niet anders. Het zijn net mensen.
Hoe dan ook, uiteindelijk gaat het hier over twee manieren van leven:
Leven in verbondenheid met de Eeuwige, met God in je ziel dus. Je leeft dan uit de kracht van de liefde.

De schepping weerspiegelt de Schepper. Ons lichaam is dus niet ‘maar’ een stoffelijk omhulsel voor de ziel, maar een manier, dé manier om God te begrijpen en te ervaren.En leven van God los, en dat is de wereld van eigenbelang, het recht van de sterkste, ieder voor zich en God voor niemand. Die wereld wijst hij af.
Maar Christenen worden niet weggenomen uit die wereld van chaos, onrecht, angst en leegte. Als gelovige mensen moeten we juist midden in de wereld staan. Dat is onze biotoop. Daar moeten we kritische vragen stellen bij alles wat er gebeurt. Er zorg voor hebben dat mensen daar tot hun recht en tot hun bestemming kunnen komen. Hij bidt wel dat wij bewaard worden voor het kwaad: voor het onbarmhartige goddeloze leven zonder liefde en recht. Dat ons dat niet overvalt en meesleurt. Dat wij dus God-in-ons niet verliezen of verspelen, want dat kan gewoon elke dag gebeuren. Hij hoopt en bidt dat wij aan Gods zaak toegewijd blijven.


Op de teevee was er een interview met een trappistin. Zij noemt dat toegewijd zijn: dansen met God. Zij danst met God door het leven. Hoe meer ik dit Evangelie lees, hoe meer ik tot mijn vreugde ga ontdekken dat dat wel eens de zin van mijn bestaan zou kunnen zijn: dat ik door menslievendheid meer en meer openga voor Gods aanwezigheid, dat Hij kan wonen in mij en dat anderen iets mogen ervaren van de rijkdom van Gods wezen, als ik mij in liefde met hen inlaat.
En dat ik zo ook zélf God mag zoeken in de ander in een spannende en boeiende zoektocht. Daarin ligt mijn geluk.
In de samenleving van vandaag wordt hartstochtelijk naar geluk gezocht. Reclameboodschappen willen ons de weg wijzen. Zij zetten ons aan om ons bezit te vermeerderen en goed voor onszelf te zorgen. Maar wat wij hier aan elkaar willen doorgeven is dat het is de moeite waard om het te proberen met de weg die Jezus wijst: de weg van de menslievendheid. Velen vóór ons hebben laten zien dat dat de enige weg is, die tot werkelijk menselijk geluk leidt.
We wachten vol hoop: dat die Geest van God ook ons leven meer en meer mag bezielen.
Laten we dat als een gebed uitzingen….

Zoeken in Preken Online