De afgelopen week viel mijn oog op een krantenkop: We hebben te weinig echte kerels die meedogenloos kunnen zijn. Toen wilde ik wel even weten waar dat over ging. In het artikel ging het om het Nederlands elftal dat zich voorbereidt op het komende wereldkampioenschappen. Met name ging het over de achterhoede, die mistte volgens de auteur echte kerels die meedogenloos kunnen zijn.
Bij dat woord meedogenloos zet ik toch wel wat vraagtekens, het doet me denken aan die andere uitspraak: voetbal is oorlog, en elke oorlog maakt de medespelers hard en meedogenloos. Ik dacht echter dat voetbal een sport was.
Natuurlijk is het ook een strijd om de doelpunten, en natuurlijk heb je daar echte kerels voor nodig die ervoor vechten lui die ook tegen een stootje kunnen. Op het voetbalveld is geen plaats voor zwakke broeders. De spelers hoeven ook geen medelijden met elkaar te hebben, maar het woord meedogenloos vind ik toch erg ongelukkig gekozen.
Maar helaas, in het profvoetbal, waarin het toch om het geld gaat, lijkt het woord meedogenloos steeds meer thuis te raken.
Voetbal is een teamsport, d.w.z. de sterke kerels moeten samen iets presteren.
Elf topspelers in het veld maakt nog geen goed lopend team. Daarvoor is teamgeest nodig, saamhorigheid om de klus samen te klaren, en daar ligt een belangrijke taak voor de trainer.
In zekere zin was Jezus de trainer van zijn team van spelers, zijn twaalf apostelen. En je kunt ze geen sterke kerels noemen, ze hadden zo hun zwakke kanten. Judas had een rode kaart gekregen en Mattias was de invaller, zo hoorden we in de eerste lezing. Ook Jezus vond de teamgeest, de onderlinge saamhorigheid, heel belangrijk.
Op de laatste avond van zijn leven bad hij heel indringend om eenheid, Dat zij één mochten zijn, met hem en met elkaar, alleen zo konden ze een goed team vormen en samen iets bereiken. Datzelfde is ook zijn grote wens voor heel zijn Kerk, voor elke parochie, voor ons allemaal die ons willen inzetten voor zijn idealen.
De wereld van vandaag wordt steeds harder en meedogenlozer, en in het speelveld van het leven lijkt iedereen alleen maar te vechten voor eigen voordeel, zonder rekening te houden met de medespelers. Het gaat Jezus ook nu om een goede teamgeest in zijn kerkgemeenschap, dat mensen enthousiast samenwerken om zijn idealen waar te maken. Daarom bid hij om eenheid, om de geest van wijsheid en kracht, en ook dat wij bewaard mogen worden voor het kwaad van de wereld.
Het kwaad van de wereld is de mentaliteit van ieder voor zich en God voor ons allen, en: ikke en de rest van stikken.
Het kwaad van de wereld is dat men vaak hard en meedogenloos is en dat de zwakkere broeders en zusters te vaak niet kunnen meedoen en buiten het speelveld van de samenleving komen te staan.
Het kwaad van de wereld is dat mensen soms grove overtredingen begaan tegen de medespelers op het veld, dat mensen in de hoek getrapt worden en dat er niemand is die hun een rode kaart geeft.
Het kwaad van de wereld is dat fair play steeds meer een begrip wordt dat men op allerlei terreinen niet meer kent.
Het kwaad van de wereld is dat veel mensen buitenspel worden gezet in een meedogenloze strijd van geld en goed. Het kwaad van de wereld is dat mensen onverschillig aan de zijlijn blijven staan en niet geïnteresseerd zijn in het goed functioneren van de gemeenschap.
Jezus bidt dat zijn leerlingen, dat wij dus, bewaard worden voor dat kwaad. Zijn ideaal is dat medeleven en medelijden het samenspel beheersen, dat ook de zwakkere broeders en zusters de kans krijgen mee te doen, dat ook de buitenbeentjes ruimte krijgen om hun partijtje mee te spelen.
Zijn ideaal is dat er echte saamhorigheid is in de gemeenschap, dat we eerlijk met elkaar omgaan, oprecht begaan zijn met ieders welzijn, dat we niemand van het speelveld sturen of een trap na geven.
Zijn ideaal is dat we echte kerels en daadkrachtige vrouwen zijn die zich vol enthousiasme inzetten voor een goede geest in de gemeenschap, dat we niet onverschillig aan de zijlijn blijven staan maar juist als de voetballers bereid zijn ons in het zweet te werken om te scoren in allerlei activiteiten in en voor de gemeenschap, niet als duur betaalde profs maar als toegewijde amateurs en vrijwilligers, om te scoren in zorg en aandacht voor elkaar, met name voor de zwakken, en dat we daar ook tijd voor vrijmaken.
Dat is de waarheid van het evangelie, de waarheid van Gods woord dat Jezus ons bracht. En hij bad dat wij allemaal die waarheid toegewijd mogen zijn.
Zevende zondag van Pasen (2006)
B-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit