Hoe nu verder? (2006)

B-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

Een sfeer van leegte na een afscheid. Na een begrafenis, na de uitvaart waar iedereen er bij was, na de koffietafel met de opbeurende gesprekken en de leuke herinneringen die opgehaald worden, maar daarna, als iedereen naar huis gaat, allereerst die van boven de Grote Rivieren want die moeten vóór de file thuis zijn, daarna alleen thuis komen in een leeg huis, waar het stil is, en waar alle herinneringen aan de overledene je opeens weer aangrijpen, met geweld op je afkomen. Hoe nu verder? Hoe nu de draad weer oppakken?

Zo iets moet het voor de Apostelen geweest zijn na Jezus’ Hemelvaart. Nee, nu niet meer de ontmoediging van de dag van Pasen, toen de gemeenschap al ontmoedigd uit elkaar viel, en iedereen wegliep. Nee, bevestigd, dat waren ze nu wél. Maar dat gevoel van leegte! Afscheid moeten nemen van Jezus, die hen nu juist zo sterk bevestigd had. Hoe nu verder ?

De 7e Paaszondag, deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, heeft iets mistroostigs (en niet alleen dit jaar door het druilerige weer). Het is de zondag tussen het definitieve afscheid, en het wachten op de nieuwe start, zo’n zondag die er tussenin hangt, tussen het afsluiten van een periode, terwijl het nieuwe leven nog niet begonnen is.
Zo’n zondag waarin de openingszang een nederig gebed uitspreekt: Exaudi, Domine, vocem meam, “Heer, luister toch naar mijn stem, naar u gaat mijn hart uit, u wil ik zien”, eindigend op een bijna schuchter Alleluia. Zo’n zondag waar wij als kleine kinderen de stem van de Heer horen die ons zegt: Non vos relinquam orphanos, “ik zal jullie niet als weeskindertjes in de steek laten”.

Gisteren liep hier achter in de kerk een klein blond hummeltje van een halve meter hoog temidden van de toeristenscharen zijn moeder te zoeken: “Ik zoek mijn mama. Waar is mijn mama?”. Natuurlijk ontfermde iedereen zich over hem, en gelukkig kwam de mama vrij snel daarna aanrennen, want ze was ondertussen al elders in dit kerkgebouw, en plots haar kindje kwijt. Zo voelen wij ons op deze zondag. We zijn opeens het houvast kwijt. En dan hebben we behoefte om elkaar eens stevig bij de hand te pakken, dat we goed voelen dat we bij elkaar horen, want we moeten nu alléén, als kerkgemeenschap verder.

Alleen verder, dat betekent: werken aan de opbouw van de gemeenschap. Want we móéten verder. Dan moet er allereerst een leerling gekozen worden om het Twaalftal weer compleet te maken. Een historische gebeurtenis, want voor het eerst is het nu niet meer Jezus Zelf die kiest, voor het eerst wordt de keuze van een apostel een samenspel tussen de jonge kerkgemeenschap en Gods Geest. Pinksteren kondigt zich al aan. Er worden twee mannen voorgedragen. Het criterium: het moet iemand zijn die vanaf het begin, vanaf Jezus’ doop in de Jordaan tot aan de Hemelvaart, de Heer heeft gevolgd. De uiteindelijke keuze wordt overgelaten aan Gods Geest: het lot beslist. Dat de apostel Matthias (zijn naam betekent: “Godsgeschenk”) in geen enkele tekst daarvóór noch daarna vermeld is, betekent slechts dat het niet gaat om de persoon. Matthias is niet gekozen om zijn persoonlijke kundigheden of om zijn organisatietalent, maar het gaat om het getal 12, om het volk van Israël, om de totaliteit van de gemeenschap.

Jezus is er niet meer, de jonge kerkgemeenschap moet nu alleen verder. En ze moet alleen verder als kerkgemeenschap. En dan klinkt er in het Evangelie zo iets als wat die oude oma, mijn buurvrouw, op haar sterfbed tegen haar kinderen zei: “Haait uuch bijeen, blijf bijeen, blijf als broers en zussen bij elkaar, blijf een hechte familie”. De evangelielezing is een stukje uit de afscheidstoespraak van Jezus bij het Laatste Avondmaal, waarbij hij zijn leerlingen op het hart drukt: blijf bijeen. Maar Jezus doet dat in de vorm van een gebed tot Zijn Vader. Hij heft Zijn ogen ten hemel, en Hij bidt. Het is bijna een eucharistisch gebed. Het ís een eucharistisch gebed: “Heilige Vader, bewaar in Uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij”.

Ook weer een sfeer van afscheid, en toch ook weer niet, omdat de leerlingen bij elkaar blijven, het Twaalftal weer compleet maken, de kerkgemeenschap vestigen, met Maria in het midden. Zo zal straks de Heilige Geest hen vinden, en Zijn vuur over hen uitstorten: allen rond de Twaalf, met Maria in het midden.
De leerlingen zitten in een huis, opgesloten. Dáár moeten ze uit, want je sluit Gods Geest niet op binnen vier muren. Tien dagen wachten op Gods Geest, het lijkt wel een eeuwigheid. Maar we weten nu hoe we verder moeten: met bidden tot de Heilige Geest. Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen, en ontsteek in ons het vuur van Uw liefde!

Zoeken in Preken Online