We weten allemaal dat er over de liefde al heel wat gezegd en geschreven is; het ene al waardevoller dan het andere. Ook voor songwriters is liefde een geliefkoosd onderwerp. Uiteraard kan niemand daar tegen zijn want liefde is onontbeerlijk voor een menswaardig leven. Waar ik het persoonlijk soms wel moeilijk mee heb is met de misbruiken die de laatste jaren rond het woord opduiken. Liefde wordt in bepaalde kringen verengd tot je partner. Nu weet ik ook wel dat dit om een bijzondere liefdesrelatie gaat, maar een mensenhart is veel te groot voor één persoon. Die vaststelling is geenszins een oproep tot polygamie, wel een uitnodiging om meer mensen te laten delen in onze liefde dan juist die ene persoon. Die liefde zou ons juist nog meer in staat moeten stellen om lief te hebben, omdat wij niet alleen beminnen maar ook bemind worden. Eens we een partner gevonden hebben, blijven we ook van onze familie en vrienden houden. Misschien kunnen daar nog wel een paar mensen bij.
Een andere verenging van het woord liefde vinden we bij mensen die liefde gelijkstellen met seksualiteit. Een one-night-stand noemen ze dan zonder blikken of blozen liefde. Persoonlijk erger is mij aan het, naar mijn gevoelen, misbruik van het woord liefde hier. Als we liefde enkel in deze betekenis gebruiken, staan we heel ver van de liefde waarover Jezus het vandaag heeft. De liefde waar Jezus het vandaag over heeft, is van een andere orde, zij vindt haar oorsprong in de intieme liefdesrelatie tussen Jezus en zijn “Abba”, zijn papaatje. Die relatie gebruikt andere woorden als verbondenheid en delen. Om iets van dit mysterie te kunnen begrijpen, kunnen we enkel grijpen naar de intieme liefdesrelatie van twee mensen. Eens je de ware Jakob of Jakoba tegengekomen bent, wil je zoveel mogelijk tijd met die persoon meebrengen. Je denkt dan: “met die wil ik oud worden”. Wie iemand liefheeft, wil er zijn leven mee delen. Dat is zo tussen mensen, dat is ook zo tussen God en mensen. Dat God ons liefheeft, toont Hij ons door ons te laten delen in Zijn leven. Dat betekent zoveel als iemand hebben waar je altijd bij terecht kan. Dat is een ongelooflijk geschenk. Het is die intieme liefdesband die Jezus gaande hield, die Hem kracht gaf en gezag om te spreken over Gods liefde. Het is die liefde die Hem heeft doen opstaan uit de dood. Die liefde is dus zeer belangrijk in Jezus’ leven, vandaar dat Hij het gebod van de liefde meegeeft als Zijn persoonlijk testament voor al Zijn volgelingen. Het is in die liefde dat christenen met elkaar en met Jezus en met God verbonden kunnen blijven.
“Dit is mijn gebod: dat gij elkaar liefhebt”. Het lijkt zo zeemzoeterig, weggelopen uit één of andere soap of een flauw stationsromannetje, en toch … die liefde waarover Jezus spreekt gaat heel diep en gaat in tegen de verkrampte betekenis die er vandaag soms aan gegeven wordt. Als ik sommige jongeren bezig hoor is het gebod vandaag: “gij zult seks hebben en wel nog zo vroeg mogelijk”. Dat is uiteraard niet wat Jezus bedoelde, integendeel, in veel van die gevallen is er geen sprake van liefde maar eerder van mensen “gebruiken”. Jezus zegt vandaag duidelijk dat het om een vriendschapsrelatie gaat, geen slaven meer, maar vrienden. Om ons een idee te geven van wat Jezus bedoelt, heeft God ons de geboden meegegeven. Niet als dwingende regels die hoedanook en in alle omstandigheden moeten gevolgd worden, zelfs als ze leiden tot liefdeloosheid, maar wel als een uitnodiging om als een minnend mens in het leven te staan. Als liefde je grondhouding wordt, dan moet er u niemand zeggen dat je die andere moet respecteren, neen, dat wordt je zo meegegeven. Pas wanneer de verliefdheid gerijpt is tot liefde kan seksualiteit als niks anders uitdrukken hoeveel je voor die ander voelt. Pas wanneer onverschilligheid tot mede-lijden kan omgevormd worden, wordt je naaste van die ander. De liefde waarmee Jezus ons heeft liefgehad is een spiegelbeeld van Gods liefde voor Hem. Die liefde is onvoorwaardelijk. Misschien stellen wij nog te veel voorwaarden aan onze naastenliefde. Als we werkelijk willen proberen verbonden te blijven met Jezus, dan moeten ook wij proberen onvoorwaardelijk lief te hebben. Dat lijkt onmogelijk en dat is het volgens mij ook, maar christenen weten dat zij niet de eerste zijn om lief te hebben. Vóór alles heeft God ons liefgehad. We hebben dat nergens aan verdiend, want liefde verdien je niet, die ontvang je gewoon. Welke ouder stelt eisen aan zijn kind vooraleer het hem/haar lief te hebben? Je zegt toch niet: “ik ga mijn kind maar liefhebben als het blauwe ogen heeft en een mooi wipneusje”? Neen, wel zo is ook Gods liefde voor de mens onvoorwaardelijk. Zo moeten ook wij groeien in liefde: niet alleen voor de mensen die volgens onze normen waardig bevonden worden om door ons geliefd te mogen zijn, maar voor ieder mens die God op mijn levensweg plaatst. Verdraaid geen gemakkelijke opgave en we weten eigenlijk op voorhand dat we er niet zullen in slagen, maar we mogen ons gedragen weten door Gods liefde en dat kan soms helpen. En als we proberen het werkwoord liefde te vervoegen in ons leven en het lukt soms eens niet, dan moeten we geen schrik hebben: God ziet ons graag en laat dat nu net een voorwaarde zijn om iemand te kunnen vergeven.