Een paar jaar geleden trouwden een protestantse prins en een katholiek meisje
en bij de oecumenische viering ging een oudere prinses te communie.
Dat gebeurde voor het oog van de camera’s en het werd een hele heisa.
Dat mocht toch niet, dat een protestant te communie ging.
Dat is inderdaad officieel de regel, juist zoals een katholiek
niet mag deelnemen aan een protestantse avondmaalviering.
Gelukkig gebeurt het in de praktijk wel, en zelfs heel vaak,
want eigenlijk schaam ik me voor die hokjesgeest
die in de officiële regels vervat ligt. Het is ergens gewoon liefdeloos.
Vroeger was dat dikwijls nog veel erger.
In het katholieke zuiden mochten katholieke kinderen
soms niet spelen met protestantse kinderen, alsof ze besmettelijk waren.
Achteraf kun je je alleen maar schamen voor die hokjesgeest,
met alle liefdeloosheid die dat vaak met zich meebracht.
Toch is het iets dat je heel de geschiedenis door tegenkomt.
De eerste lezing van vandaag
vertelt ons van de joodse samenleving van 2000 jaar geleden.
De joden zagen zich als het uitverkoren volk van God.
Ze mochten geen omgang hebben met heidenen
en zeker niet in hun huizen komen, anders werden ze onrein.
Dat Petrus dat wel deed is heel opvallend, heel gedurfd ook.
Het is des te opmerkelijker omdat uit de brieven van Paulus blijkt
dat Petrus en Paulus later knallende ruzie hebben gehad over de vraag
of heidenen wel christenen konden worden zonder eerste joden te worden.
Dat is in die beginjaren een grote strijdvraag geweest in de jonge Kerk.
Veel joodse christenen vonden dat die heidenen er niet bij hoorden,
tenzij zij eerst jood werden. En de heidenen hebben zich daar fel tegen verzet.
Ook toen heerste er een soort hokjesgeest
die gelukkig al heel gauw doorbroken werd.
Maar in allerlei vormen en gradaties kom je dat nog steeds tegen,
ook in de Kerk van vandaag, ook in onze eigen samenleving.
Te vaak is het, al dan niet uitgesproken:
jij hoort er niet bij, jij mag niet meedoen.
Te vaak worden mensen afgewezen om hun anders zijn, hun anders denken.
Te vaak voelen mensen zich bedreigd door anderen.
Te vaak zoekt men ook geen toenadering met anderen,
doet men ook geen poging om anderen te begrijpen.
De hokjesgeest die er nog bestaat
tussen de verschillende christelijke kerken is heel beschamend.
Want ondanks accentverschillen die er zijn,
volgen we allemaal dezelfde Jezus,
en die benadrukt op allerlei manieren het grote gebod van de liefde.
En toch zijn die kerken en zijn gelovige christenen
vaak zo liefdeloos naar elkaar toe.
Als de kerkleiding alleen maar kijkt
naar de bestaande regels en officiële formuleringen,
als ze meent daar in alle omstandigheden aan vast te moeten houden,
dan beantwoorden we niet aan de boodschap van het evangelie.
Dat geldt ook voor verhoudingen in de samenleving,
waarin minderheden vaak een negatief stempel opgedrukt krijgen
Alle Moslims zijn verdacht, alle Marokkaanse jongeren zijn crimineel,
alle woonwagenbewoners telen wiet.
Maar het feit dat er onder de Moslims enkele fundamentalisten rondlopen,
mag geen reden zijn om hen allemaal erop aan te kijken.
Het feit dat er Marokkaanse jongeren ontspoord zijn,
mag geen reden zijn om ze allemaal in dezelfde hoek te zetten.
Het feit dat in sommige woonwagenkampen wiet geteeld wordt,
mag geen reden zijn om alle woonwagenbewoners erop aan te kijken.
Vaak wordt er naar minderheden gekeken en gezegd:
ze willen niet integreren in onze samenleving.
Maar zou het niet vaak zo zijn dat ze niet kunnen integreren
omdat wij hen onvoldoende ruimte geven zichzelf te zijn,
omdat wij te veel eisen dat ze onze leefgewoonten overnemen.
Maar is dat ook geen soort hokjesgeest?
Het kan is elk geval heel liefdeloos zijn.
Zesde zondag van Pasen (2003)
B-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit