Iedereen schijnt het antwoord op die vraag te kennen. Liefde is het allerbelangrijkste in het leven, het mooiste en het kostbaarste. Dichters bezingen ze sinds mensenheugenis. Het is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor schrijvers en vertellers. En zelfs in het christelijk geloof gaat het in laatste instantie allemaal daarover, ‘want God is liefde’, zegt Johannes (1Joh 4,8). Merkwaardig is wel dat diezelfde Johannes ervan uitgaat dat wij niet weten wat liefde is.
Dat zou wel eens het goede uitgangspunt kunnen zijn: wij weten niet wat liefde is. Of juister: wat wij spontaan onder dat woord verstaan, heeft er misschien niet veel mee te maken. Zo zegt Jezus niet: ‘Als je iets voor mij voelt, zul je in mijn liefde blijven,’ maar wel: ‘Als je mijn opdracht ter harte neemt…’ Zoveel is dus al duidelijk: je mag de mooiste gevoelens koesteren, maar als je de geboden niet onderhoudt, is er van liefde geen sprake.
Wat liefde is, weten wij niet uit onszelf. Het is ons geopenbaard, zegt Johannes, en wij hebben het van Jezus Christus geleerd. Misschien mag het nog sterker uitgedrukt worden: zelfs Jezus heeft geleidelijk aan moeten leren wat liefde is. Hij zegt van zichzelf dat Hij de geboden van zijn Vader onderhouden heeft en daardoor in zijn liefde blijft! Dat is heel krasse taal. Ook Jezus heeft gaandeweg moeten leren dat de hoogste daad van liefde erin bestaat zijn leven voor zijn vrienden te geven. De Hebreeënbrief voegt daar zelfs aan toe dat Hij ‘hoewel Hij Gods zoon was, in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd heeft’ (Heb 5,8)! Als Jezus die leerschool heeft moeten doormaken, zullen wij er zeker niet van vrijgesteld zijn.
Het ziet er niet zo prettig uit. Het is trouwens al dikwijls gezegd: de liefde wordt niet bemind. Wat op het eerste gezicht heel aantrekkelijk lijkt, is het bij nader toezien niet zomaar. En toch is het Jezus te doen om onze vreugde. Wanneer Hij, vlak voor zijn dood, zijn hoogste gebod geeft, dan is het ‘om jullie deelgenoot te maken van mijn eigen vreugde, en zo jullie vreugde volkomen te maken'.
Ik voeg hier nog twee bijbelse overwegingen aan toe. Ten eerste: liefhebben is een noodzakelijke voorwaarde om God te kennen. Ook dat is eigenlijk heel vreemd. God kennen lijkt veeleer een zaak van diep nadenken of fijn aanvoelen. Neen, zegt Johannes, alleen wie liefheeft, dit is wie de geboden onderhoudt, kan God kennen. Misschien zouden nogal wat discussies over het bestaan van God tot andere resultaten leiden als ze van meer liefde doortrokken zouden zijn. Ten tweede: van liefde kun je geen weet hebben als je niet beseft dat God ons het eerst heeft liefgehad. Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad. Wie dat ontdekt heeft, kan al de rest veel beter begrijpen. Van onze kant is liefde altijd wederliefde voor Hem die ons zozeer heeft bemind.