Toen ik jong was en het enkele weken mooi weer was geweest, zo in juni, juli, tracteerde mijn vader vrouw en kinderen op druiven. Die kocht hij dan op vrijdag op de markt in Hoensbroek als hij toch voor verse vis daar moest zijn. Veel druiven kocht hij niet, zo’n drie stuks nooit meer. De tijden waren er niet naar om royaal te doen in de jaren vijftig. Moeders gezicht liet vader en ons kinderen weten, dat ze die aankoop eigenlijk maar verkwisting vond. Maar ook zij at met smaak haar druifjes, nadat vader met een schaar de druiventros in stukken had gesneden en ieder zijn deel had gegeven.
Op school leerde ik dat druiven groeiden in de warme landen langs de zonbeschenen rivierhellingen. Maar het kon ook anders. In de kassen van ons eigen Westland worden ook druiven gekweekt. Een parochiane uit die streek afkomstig vertelde mij eens dat druiven veel zorg nodig hebben. Zij groeien niet van zelf, dienen regelmatig uitgedund te worden zodat enkel de beste druifjes groot kunnen worden. Wanneer je die druiven, zeg maar wijnstok niet verzorgt, treedt er wildgroei op en binnen de kortste keren heb je in plaats van mooie druiventrossen grote bossen hout, die nergens meer toe dienen en alleen als brandhout gebruikt kunnen worden.
Voor Joden toen en nu was en is een druiventros een teken van rijkdom, want teken van goede grond, waarop het stekje van de plant is neergezet. De profeet Jeremia gebruikt dan ook het beeld van de wijnstok om Gods bedoeling met het volk Israël aan te geven: Hij vertolkt de stem van God die tegen zijn volk klaagt: ‘Ik had u geplant als een edele wijnstok van de fijnste soort. Hoe zijn dan uw ranken vergroeid en een wilde wingerd geworden?’ (Jer 2,21) Het volk is ontrouw verzorgt zijn band met God niet meer en het hout van de wijnstok is alleen nog maar goed om te verbranden’.
Joden hoorden dit vers in hun bijeenkomsten in de temper en de synagogen. Ook Jezus van Nazareth kende deze tekst.
Als hij dan vandaag zegt: ‘Ik ben de ware wijnstok’, dan laat hij zijn toehoorders laten weten:’ Het oude beeld van Israël als de edele wijnstok heeft afgedaan. Voor mijn tijd konden de mensen tot God komen via hun behoren tot het Joodse volk. Nu alleen via mij. De evangelist Johannes is zo wijs geweest om tussen de verschijningsverhalen ook deze parabel te plaatsen, met als bedoeling de mensen nogmaals duidelijk te maken. Nu na Jezus, dood en verrijzenis, is niet meer het Joodse volk maar enkel Jezus de wijnstok waarmee wij als ranken verbonden zijn.
Jezus is de ware wijnstok, de bron van het leven van alle anderen. Zijn leven wordt doorgegeven aan de ranken er om heen. Maar er is nog meer. De ranken hebben geen leven meer wanneer zij zich los maken van de wijnstok. Zij moeten er mee verbonden blijven. Nog sterker: zij kunnen anders zelfs geen vrucht dragen. Wie toch los wil van de wijnstok, die moet het zelf maar weten. Hij zal geen vrucht meer dragen, verdorren en tenslotte verbrand worden. Hebben we niets meer aan, weg er mee. Wie vast wil blijven aan Hem, de ware wijnstok, dat is Jezus dus, dat wil zeggen wie zijn woorden serieus neemt en er naar leeft, die zal beloond worden. Het woord blijven is een kernwoord uit de evangelielezing. Maar liefst acht keer wordt het genoemd. Bij Jezus blijven betekent zijn woorden serieus nemen, maar ook met hem in contact blijven. Dat betekent door zijn brood te eten, zijn bloed te drinken, zeg maar regelmatig aan de H. Mis deel te nemen, en naar zijn woorden te luisteren. Niet naar de enkele woorden die ons misschien bevallen, maar ook naar de woorden waar wij moeite mee hebben. Als ons dat niet lukt, kunnen we nog altijd ons terugtrekken in onze binnenkamer en proberen te bidden.
Verder mogen wij vertrouwen op de woorden uit de tweede lezing: ‘Wij dienen van harte te geloven in Jezus Christus en elkaar lief te hebben. Want wie deze geboden onderhoudt blijft in God en God blijft in hem.’
Zo is de liefde als het ware het sap dat door de wijnstok stroomt, waardoor de stok en de ranken met elkaar in contact staan.
Ook wij als Christengelovigen dienen meer met elkaar in contact te komen om aan elkaar het licht van het geloof door te geven. Dat zegt mgr. Wiertz in zijn onlangs verschenen brief aan zijn gelovigen naar aanleiding van het jubileum. De bisschoppen en hun staf hebben het 450 jubileum aangegrepen om allerlei activiteiten te organiseren met als doel het geloof in Jezus te verbreiden en te versterken. In de regionale dagbladen kunt U veel over de jubileum activiteiten lezen, hoewel sommige bijdragen in de pers naar mijn mening overdreven kritisch zijn.
Laten ook wij parochianen elkaar in liefde tegemoet treden, elkaar sterken in geloof en samen rijke vrucht voortbrengen ter ere van zijn naam.
5e zondag van Pasen (2009)
B-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit