Vijfde zondag van Pasen (2006)

B-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit

Ter ere van moederdag wil ik beginnen met het volgende gedichtje:
Als kind zie je je moeder als iemand die zorgt dat je groeit.
En soms vind je ook dat ze zich teveel met je bemoeit.
Naarmate je ouder wordt zie je haar als een verstandige vrouw.
En, heel bijzonder… die moeder is toevallig wel van jou!
Bij haar zijn vind je nu ineens heel fijn
want dan blijkt je moeder niet alleen je moeder maar ook je vriendin te zijn!
Als ook in Jezus’ tijd de commercie de samenleving beheerst zou hebben, dan hadden ze toen ook vast moederdag gehad, en dan had Jezus misschien woorden gesproken zoals het gedichtje waar ik mee begonnen ben. Nu gebruikt hij het beeld van de wijnbouwer, de wijnstok en de ranken, de wijnbouwer die moet zorgen dat de ranken groeien, en die ranken kunnen alleen in leven blijven als ze nauw verbonden blijven met de wijnstok en met elkaar. Een wijnbouwer die het beste voor heeft met zijn wijngaard moet op zijn tijd snoeien, niet teveel en niet te weinig want anders krijg je wildgroei en verwilderde ranken dragen geen vruchten.
Moeders en ook vaders zijn wijnbouwer en wijnstok tegelijk. Zij moeten ervoor zorgen dat hun kinderen goed opgroeien en zorg dragen voor een hechte verbondenheid in het gezin. En ouders die veel om hun kinderen geven, willen ook het beste voor hen en daarom moeten ze regelmatig wat snoeien, om wildgroei te voorkomen. Op hun ontdekkingsreis door het leven willen kinderen steeds meer hun eigen wegen gaan. Ze vinden al heel gauw dat ouders zich teveel met hen bemoeien, dat ze zoveel, teveel, van hun ouders moeten.
Als ouders goede opvoeders zijn dan hoort wat snoeien erbij, want kinderen moeten soms gecorrigeerd worden als ze leren leven, leren omgaan met de dingen van het leven. Kinderen die nooit gecorrigeerd worden, verwilderen. Ouders die hun kinderen in alles de vrije hand geven, nooit bijsturen, maken het hun heel moeilijk om later als goede volwassenen te functioneren.
Maar ouders die teveel zitten te snoeien, teveel sturen in hun jeugdjaren, die hun kinderen te kort houden en geen enkele ruimte geven om zich op hun eigen wijze te ontplooien en te leren leven, ook die dragen vaak echt niet bij aan hun levensgeluk. Snoeien is nodig maar het moet altijd met grote liefde gebeuren, het moet altijd het welzijn van het kind ten doel hebben.
Kinderen opvoeden, hen helpen opgroeien, is natuurlijk van levensbelang, maar het gaat toch om de eerste plaats om een liefdevolle verbondenheid, om warmte en geborgenheid die kinderen in het gezin ervaren. In die liefdevolle verbondenheid kan er altijd gepraat worden, kan er ook altijd naar elkaar geluisterd worden. Is die band goed dan kunnen er momenten zijn dat kinderen boos zijn op hun ouders en ouders boos zijn op de kinderen, dan kunnen er heen en weer wel eens verwijten gemaakt worden, maar dan blijft men elkaar toch vasthouden, toch van elkaar houden., dan kan er samen gelachen worden en soms samen gehuild.
En de belangrijkste opdracht die moeders en ook vaders hebben, is zorgen voor die hechte band in het gezin. want dan alleen kunnen kinderen gedijen en opgroeien tot gezonde volwassenen. En uitermate belangrijk hierbij is dat moeders en vaders steeds tijd hebben voor hun kinderen, tijd om naar hun verhalen te luisteren, tijd om met hen te spelen, tijd om hun vragen te beantwoorden, voorzover ze dat natuurlijk kunnen.
Maar wat voor een gezin geldt, geld ook voor heel onze samenleving, en zeker ook voor onze geloofsgemeenschap Daar ging het Jezus met zijn vergelijking met de wijnranken om. Ook in de samenleving is het zo belangrijk dat we hart hebben voor elkaar en dat we tijd hebben voor elkaar, dat we dingen samen doen, dat we praten met elkaar, luisteren naar elkaar. misschien soms dat we elkaar corrigeren.
Alleen in een gemeenschap met een hechte verbondenheid kan iedereen zich thuis voelen, kan iedereen zich veilig voelen, kan iedereen een vruchtbaar leven leiden.

Zoeken in Preken Online