Veertien dagen geleden heb ik gesproken over een mogelijk begrijpen van de beelden zoals ‘het lege graf’ of ‘de verschijningen van Jezus na zijn dood’. Na de viering zei iemand van u: ‘Waarom hebben ze heel die Paasboodschap gewikkeld in zo’n ingewikkelde beelden. Waarom alles niet verteld in gewone mensentaal?" Inderdaad de Bijbel is helemaal doordrenkt van mythische beelden en verhalen. Het begint reeds bij het scheppingsverhaal en de zondvloed, later de doortocht door de Rietzee, en nog later de geboorte van Jezus, zijn doop, de verrijzenis, Hemelvaart en Pinksteren. Het zijn allemaal mythische verhalen die erom vragen in een taal en begrijpen van deze tijd omgezet te worden. Zo dacht en sprak men nu eenmaal in die tijd. Neem de tekst die we net hoorden: hij wemelt van de beelden en voorstellingen die totaal buiten onze tijd staan.
God wordt er voorgesteld als een constructeur, die de hemel als een tentdak bouwt net zoals de nomaden vandaag nog doen. Hij slaat balken in de oerzee en richt een paalwoning op boven het water. (p. 34)
Ook Bultmann worstelde met deze taal en vreesde dat veel gelovigen van zijn tijd zouden afhaken, omdat ze niets meer van die Bijbel begrepen. Daarom stelde hij voor om de Bijbel te ont-mythologiseren. Hij bedoelde daarmee: de verhalen omzetten volgens de levens- en denkcategorieën van deze tijd. Maar zijn project mislukt. Het mislukte omdat ineens de boodschap zo schraal en plat klonk, want de boodschap werd gereduceerd tot uitleg en weten. Neem nu zoiets als het scheppingsverhaal. Wat inspireert je het meest: weten dat alles resultaat is van miljoenen jaren evolutie of het poëtisch zich altijd herhalende verhaal van een schepping in zeven dagen. Het Bijbelse verhaal verklaart niets. Het zegt alleen dat scheppen vroeger en nu ordenen is wat uit zichzelf chaotisch is, en wel ordenen door er een woord van liefde over te spreken. Het is maar één mogelijke uitleg, maar je kan voor het mythisch verhaal nog honderd andere verklaringen vinden. Persoonlijk vind ik deze laatste vertellende manier veel inspirerender dan de theoretisch wellicht exacte verklaring van een oerknal en verdere evolutie. Luise Schottroff schrijft:
“Toen ik studeerde werd mijn theologische belangstelling verlamd door het godsdiensthistorische besef, dat we hier op antieke mythen stuiten. Wat moet ik als verlichte vrouw uit de twintigste eeuw met zulke mythen? God woont niet in de hemel. De hemel behoort aan de vliegtuigen, ruimteschepen en de astronomische wetenschap. God woont - als hij al ergens woont - in de mensen, zo dacht ik. Tegenwoordig zie ik het allemaal heel anders.
Als ik ’s zomers in het gras lig, droom ik ervan hoe God op de wolken rijdt die snel over me heen trekken. Ik begrijp ook waarom de mensen in de oude Oosterse wereld zich voorsteleden dat God de hemel als een kleed uitspreidt tot een tent om in te wonen en een paalwoning voor zichzelf bouwt. Hij bouwt een vast fundament voor ons mensen. .. Een kleine, betrouwbare woonplaats, waar de mensen kunnen blijven. De chaoszee kan deze woonplaats niet verwoesten. .. Ik wil niet meer terug naar mythische wereldbeelden uit oude tijden en ontkennen dat de aarde rond is. Maar de mythische gedachte dat God de aarde een vast fundament heeft gegeven, zodat ze niet ondergaat in de oerzee, troost mij.” (p. 34-35)
Lees je de psalm met westerse, rationele blik, dan raak je wellicht vlug geërgerd. Een zelfde ergernis wekken trouwens diegenen die alles letterlijk en objectief bekijken zoals de creationisten en dus door eenzelfde rationele virus zijn aangetast als de eerste groep. Maar terecht merkt D. Sölle op:
“Wij kunnen niet leven met alleen de feitelijke ervaring van de dagelijk opnieuw beschadigde aarde. We zoeken eilanden in de stroom, ogenblikken waarin de zon zien ondergaan of de opkomende maan bekijken, de eerste sneeuw liefhebben of een gadeslaan hoe een goudbruin blad dwarrelt. Deze ogenblikken, deze eilanden, deze schuilplaatsen waar de aarde nog ademt en wij haar kinderen zijn, niet haar heersers en bezitters, deze onderkomens van het leven die nog niet ingenomen of vervangen zijn door de technocratie, zijn noodzakelijk.” (p. 46)
De psalm neemt je met andere woorden op op in zo’n poëtisch mijmerend kijken. Maar, nu maak ik bewust een sprong, zo moeten we ook de verhalen na de dood van Jezus durven lezen. Als symbolisch geladen verhalen die verwoorden datgene waar geen woorden voor bestaan, omdat het om een geburen voorbij de ervaring gaat. De beelden van het lege graf en de verschijningen zijn bedoeld als een troostende en bemoedigende ervaring dat het leven van Jezus niet zomaar eindigt in mislukking en leegte, maar dat Gods onverwoestbare kracht Hem opgetild heeft in een leven voorbij het leven. En zo deed God wat Hij al herhaaldelijk in de geschiedenis had gedaan toen Hij mensen inspireerde om hun slavernij te doorbreken, toen Hij hun tot een ethisch perspectief bracht via de tien geboden, enz. Telkens kwam een nieuw aspect van Gods grootheid aan het licht, telkens groeide het inzicht verder in de liefdevolle nabijheid van God. Zo denk ik dat je de Bijbel moet zien: als een geschiedenis van zoekende mensen, die beetje bij beetje steeds verder ontdekten hoe het Mysterie van God is. Ze schakelden zich in in een geschiedenis van zoeken die een voorlopig hoogtepunt vond in de figuur van Jezus. Maar dat alles wordt ons aangereikt in een poëtische taal en het is aan ons om die waarheid en werkelijkheid die achter de beelden schuilt te ontcijferen en ons eraan over te geven.